Goedwillende pogingen

Michiel van Erp maakte een zesdelige serie over integratie in Nederland. „Ik heb zelf ook nooit lang met een Turk of Marokkaan gepraat.”

Hij zwaait altijd even naar zijn buurvrouw die de hele dag voor het raam zit. Zelf heeft hij ook niet veel om handen. Ferdun, die negentien jaar in Nederland woont, heeft geen werk meer en mag daarom zijn nieuwe echtgenote niet uit Turkije laten overkomen. Zo zijn de nieuwe regels. Ook moet hij een inburgeringcursus volgen om de taal beter te leren.

Als praktijkopdracht moet hij zijn bedlegerige onderbuurvrouw uitnodigen voor een kopje koffie. Vanaf een papiertje leest hij hakkelend zijn verzoek voor in de kleine woonkamer. „Ik wil best een bakkie drinken, maar ik kan geen trappen meer lopen’’, zegt de oudere vrouw in plat Rotterdams. De cursusleidster die is meegekomen, mengt zich in het gesprek: „Kon u de inburgeraar begrijpen?” Als de onderbuurvrouw een instemmend antwoord geeft, krijgt Ferdun een stempel op zijn inburgeringsformulier.

Het is een tragikomische scène uit de eerste aflevering van Welkom in Nederland, een nieuwe zesdelige programmaserie van Michiel van Erp die vanaf volgende week bij de VARA te zien is. Daarin brengt de filmmaker met mededogen en gevoel voor absurdisme de goedwillende pogingen in kaart van autochtonen om hun allochtone medeburger te laten integreren.

In de montagekamer kijken de medewerkers verwachtingsvol. Het is de eerste keer dat Van Erp met de redactie naar een volledig gemonteerde aflevering kijkt. Het viertal discussieert na afloop over de spanningsboog. Zitten er niet te veel zijlijnen in één aflevering?

De druk neemt toe, want de deadline nadert en Van Erp blijft graag schaven en veranderen. En dan is er nog een begrafenis die gefilmd moet worden, omdat in één aflevering een begrafenisondernemer zit die rekening wil gaan houden met de rituelen van andere culturen. Van Erp heeft zijn zinnen gezet op een Hindoestaanse uitvaartceremonie, maar de enige mogelijkheid is het filmen van een katholieke begrafenis van Surinaamse creolen, met een swingend orkest, dat dan weer wel. „Nee, dat is te veel Van Gewest tot Gewest’’, roept Van Erp uit.

Later, met een kop koffie in het kantoor van zijn bedrijf De Familie, vertelt hij dat het programmavoorstel voor Welkom in Nederland van de VARA zelf kwam. Integratie in Nederland levert al een paar jaar munitie op voor een polemiek tussen links en rechts, maar Van Erp heeft zich verre van een politieke discussie willen houden. „Ik zie het meer als een persoonlijke zoektocht: wat gebeurt er onderling tussen allochtonen en autochtonen?’’, zegt hij. „Mijn specialiteit is het portretteren van mensen dus daar wilde ik me maar bij houden.’’

Vorig jaar maakte hij de film Pretpark Nederland die schetste hoe Nederlanders zich vermaken in hun vrije tijd. „Waarom zitten er geen allochtonen in’’, vroeg Jeroen Pauw hem na de première in de talkshow Pauw & Witteman. „Ik antwoordde: die kwamen we niet tegen op evenementen als de Libelleweek of de Gay Pride. Later dacht ik: waarom eigenlijk niet? Ik had ze natuurlijk wel op kunnen zoeken, maar dan zou ik hebben geprobeerd om heel bewust een te volledig beeld te geven van Nederland. Alles wat je zag had met mijn focus te maken. En dat geldt nu ook weer.”

Hij leidt zelf geen geïntegreerd bestaan. „Dat wil niet zeggen dat ik dat niet wil, maar het gebeurt gewoon niet. Ik heb niet veel allochtonen als vriend’’, zegt hij. „Ik woon midden in Amsterdam en daar staan geen huizen van Marokkanen of Turken. Dus ik kom ze gewoon niet tegen. De serie was in die zin ook een spiegel voor mijn eigen onvermogen. Dat je wel een enorme mening hebt over hoe het moet met het integratiehoofdstuk, maar dat je nooit de moeite hebt genomen om een langer gesprek te voeren met een Turk of Marokkaan.”

Nu de eindstreep van het project in zicht is, luidt zijn conclusie „dat het eigenlijk niet zo slecht gaat met integratie in Nederland. „Geef de mensen wel een beetje de ruimte’’, zegt hij, „en probeer ze niet bang voor elkaar te maken.”

Met een kwinkslag hoopt hij in Welkom in Nederland te laten zien dat zij en wij niet zo veel van elkaar verschillen. „We kampen met dezelfde universele probleempjes in het dagelijkse bestaan. Het klinkt naïef maar ik had daar helemaal geen beeld van. Ik volg bijvoorbeeld een Nederlandse vrouw die het afslankproduct Herbalife verkoopt aan allochtonen. Op de bijeenkomsten die ze organiseert, vinden leuke discussies plaats tussen Turkse, Marokkaanse en Antilliaanse vrouwen over de beste methoden om gewicht kwijt te raken”, zegt Van Erp.

De misverstanden die ontstaan door vooroordelen over en weer probeert Van Erp door te prikken met simpele, bijna naïeve vragen. „Wij kijken naar hen en vinden dat zij zich aan ons moeten aanpassen”, zegt hij. „Terwijl zij ook naar ons kijken en denken: wat een koud volk. Wat ongastvrij dat de rekening in een restaurant altijd gedeeld moet worden. En wat smerig dat honden binnen mogen wonen.”

Beelden zeggen bij hem meer dan het gesproken woord. „Ik wil dat je als toeschouwer echt kunt kijken naar mensen en dan denkt: ‘hé, dat is een rare situatie’. Terwijl het voor de mensen die ik film de gewoonste zaak van de wereld is.” Zo somt een energieke Antilliaanse verpleegster in de eerste aflevering gepassioneerd de onvolkomenheden op van Nederlanders, terwijl een vermoeide patiënt haar drukte gadeslaat en lijkt te denken: „Kun je dit verhaal niet op de gang vertellen. Ik ben ziek.”

Het menselijk tekort is een rode draad in al zijn documentaires. Of het nu gaat om de gelauwerde Lang leve-series die hij maakte voor de VARA of de portretten van filmdiva Sylvia Kristel en schrijfster Connie Palmen (zie kader). „Ik merk dat ik daar altijd naar zoek. Dat heeft niets te maken met ontmaskering en ook niet dat ik het leuk vind om te lachen over andermans zwakheden. Het is gewoon mijn fascinatie”, zegt hij.

Soms verwijten mensen hem een dubbelhartige houding, maar met die kritiek kan hij niets. „Een van de grootste misverstanden over mij is dat mijn films ironisch of cynisch zouden zijn. Ik zoek heel erg de ontroering in het onvermogen. Ieder mens heeft zijn eigen zoektocht en om te komen waar je moet zijn val je steeds en sta je weer op. Die worsteling wil ik in beeld brengen.”

Die zoektocht kan overal over gaan. Over de Turkse man die koffie wil gaan drinken met zijn Rotterdamse benedenbuurvrouw. Of over Sylvia Kristel die zich stort in een mediatournee omdat ze graag wil dat haar biografie een bestseller wordt in Frankrijk. „Nou, dat was een heel gedoe voor Sylvia. Ze stond ineens weer in de spotlights. Ze heeft kanker gehad en is nog niet de oude, dus de promotietour was veel tegen de klippen op. Hijg, hijg, weer in een taxi naar de pers en in hemelsnaam niet te veel drinken.”

Na de première zei iemand tegen hem: waarom wil je de achterkant van het sterrenleven laten zien? „Dat vond ik zo raar. Als ik iemand achter de schermen volg dan moet diegene toch niet twee uur in de make-up gaan zitten voordat de camera aangaat, anders krijg je alleen maar de buitenkant van mensen.”

Maar soms hoort hij ook dat hij een te naïef beeld zou schetsen van de Nederlandse samenleving. „Ik vind het net zo interessant om de dilemma’s van de voorzitter van de vereniging voor volksdans in kaart te brengen als om met Balkenende op stap te zijn”, zegt hij. „Een journalist die bij Nova werkt, kiest ervoor om mee te gaan met de politie naar Slotervaart op zoek naar Marokkanen die iemand aan het molesteren zijn. Eigenlijk vind ik het alleen maar interessant als ik ook kan laten zien dat die politieman thuiskomt en zijn vrouw boos is omdat hij te laat is. Maar het kleine menselijke drama plaats ik natuurlijk wel in een groter kader. Anders wordt het wel heel vluchtig.’’

‘Welkom in Nederland’, vanaf vrijdag 7 december 2007 om 19.20 uur bij de VARA op Nederland 2. Via www.uitzendinggemist.nl is de documentaire over Sylvia Kristel nog te zien.