Fris gevulde flensjes

Voor 8 stuks:25 g grote pitloze krenten3 gedroogde abrikozen1 grote goudrenet, geschild 2 eetlepels citroensapfijne tafelsuiker½ theelepel gemalen kardemom½ theelepel gemberpoeder1 eetlepel aardappelmeelVoor het beslag:80 g patentbloem1 ei (L)zoutcirca 1 ½ dl melk2 eetlepels sinaasappelbloesemwater zonnebloemolie voor het bakken

Bereiding: Week krenten en abrikozen 1-2 dagen in koud water. Hoe meer tijd zuidvruchten krijgen om te weken, des te beter ze hun oorspronkelijke vorm hervinden; of stoof ze 30 minuten in water maar dat geeft ander resultaat. Laat de vruchten uitlekken en bewaar weekvocht. Halveer de abrikozen en snijd het vruchtvlees in stukjes. Snijd de appel in blokjes en schep ze met het citroensap om in een pan. Voeg abrikozen, krenten, 100 gram suiker, specerijen en ½ dl koud water toe. Breng aan de kook en stoof de vruchten 5-6 minuten op laag vuur (niet tot moes koken). Roer een papje van aardappelmeel en 3 eetlepels van het achtergehouden weekvocht. Meng dit al roerend door de vruchten zodat een soepel gebonden vruchtensaus wordt verkregen. Zet dit, afgedekt met plastic folie, in de ijskast.

Doe voor het flensjesbeslag bloem en een snufje zout in een kom, maak een kuiltje in ’t midden en breek hierin het ei. Roer met een garde het ei los en neem telkens wat bloem mee van de binnenrand van het kuiltje. Voeg dan beetje bij beetje melk en sinaasappelbloesemwater toe tot een dun beslag is verkregen. Laat het een uurtje (of langer) rusten alvorens de flensjes te bakken in een niet te grote, gloeiend hete en goed met olie ingevette bakpan. Spreid 3 theelepels koude vruchtenvulling over het midden van een gebakken flensje in de pan, vouw het flensje in vieren, schuif een bakmes onder het waaiervormige pakketje en leg het op een serveerschaal. Ga zo voort, schik de flensjes enigszins overlappend en houd ze warm onder een deksel; zet de schaal zonodig op een pan met zachtjes kokend water. Bestrooi ze vlak voor het serveren met poedersuiker en geef er desgewenst ongezoete, lobbig geklopte slagroom bij.

Florine Boucher