‘En weer zijn we een oorlog in gerommeld’

Nu het kabinet heeft besloten de missie in Uruzgan te verlengen tot 2010 is de Tweede Kamer aan zet. Maar nergens is wettelijk vastgelegd dat het kabinet instemming nodig heeft van het parlement.

„We worden weer voor twee jaar de oorlog in gerommeld. Ongelooflijk.” Ferme taal van hoogleraar Paul Bovend’Eert van de Radboud Universiteit in Nijmegen. De Tweede Kamer bediscussieert over drie weken het kabinetsbesluit van gisteren om de Nederlandse militaire missie in Uruzgan met twee jaar te verlengen, maar volgens de staatsrechtdeskundige heeft dat debat helemaal geen zin. „De Tweede Kamer wordt gewoon voor het blok gezet”.

Dit komt doordat de Kamer anders dan bij wetsvoorstellen of ‘echte’ oorlogsverklaringen, niet formeel hoeft in te stemmen met dit soort militaire operaties. „Wie beslist er over het inzetten van Nederlandse militairen in buitenlandse gebieden?” Daar draait het volgens hem allemaal om. Er bestaat tegenwoordig weliswaar een gedetailleerde procedure waarin de betrokkenheid van het parlement is geregeld, maar een definitief groen licht hoeft het parlement niet te geven. Bovend’Eert: „Er geldt slechts een informatieplicht. In de Tweede Kamer wordt dit uitgelegd als materieel instemmingsrecht, maar dat slaat nergens op.”

Vandaar zijn pleidooi om goedkeuring door de Tweede Kamer, net als in Duitsland, in de Grondwet op te nemen. „Daarmee wordt de besluitvorming verscherpt, want een kabinet moet instemming van de Kamer verwerven en daarmee kan de Kamer dus invloed uitoefenen. Zo creëer je een gedeelde bevoegdheid. Met de Uruzgan-verlenging zie je ook weer dat van alles in achterkamers is geregeld.”

Begin jaren negentig hanteerde het toenmalige Tweede-Kamerlid Piet de Visser (PvdA) het begrip „de oorlog in rommelen” voor het eerst. Dat was nadat Nederland enkele marineschepen naar de Perzische Golf had gezonden om opgenomen te worden in de door de Verenigde Staten geleide anti-Irak coalitie. Volgens De Visser was het parlement er bij dit besluit nauwelijks aan te pas gekomen.

Nu wederom een Nederlandse militaire operatie in het buitenland aan de orde is, luidt de vraag waar de parlementaire betrokkenheid ophoudt. In de ogen van Bovend’Eert heel snel. „Al zegt de Tweede Kamer nee, dan nog kan het kabinet zijn besluit gewoon doorzetten.”

Nergens is wettelijk vastgelegd dat het kabinet instemming nodig heeft van het parlement. Er is slechts sprake van gegroeid gewoonterecht. Maar een Nederlandse regering die in het kader van de „internationale rechtsorde” ten strijde wil trekken, kan dit doen buiten de toestemming van het parlement om. De gegroeide praktijk is andersom. Het kabinet zal geen troepen uitzenden als daarvoor geen ruime meerderheid in de Tweede Kamer bestaat.

Maar waarom die praktijk dan niet omzetten in heldere regelgeving, was ook de vraag in de Tweede Kamer zelf, enkele jaren geleden. „We hebben altijd discussie over theorie versus praktijk. Met als gevolg dat debatten over militaire uitzendingen vaak niet over de inhoud gaan, maar over de procedure”, zegt het VVD-Kamerlid Hans van Van Baalen. Hij is voorzitter van de parlementaire werkgroep die vorig jaar een rapport presenteerde met voorstellen om de Kamer een grotere rol te geven bij de besluitvorming rond uitzending van militairen. Belangrijkste conclusie: Een besluit tot inzet van de krijgsmacht buiten de landsgrenzen is dermate ingrijpend dat dit „ter voorafgaande toestemming” aan de Kamer dient te worden voorgelegd. Daartoe zou de grondwet moeten worden veranderd. Nu zegt artikel 100 van de grondwet slechts dat de regering de Staten Generaal „vooraf inlichtingen” verstrekt over de inzet van de krijgsmacht. De werkgroep wil echter dat in de grondwet ook het begrip toestemming wordt opgenomen.

Getuige de brede samenstelling van de werkgroep bestaat er in de Tweede Kamer een ruime meerderheid voor een dergelijke grondwetswijziging. Maar de regering is nog lang niet zover, vreest Van Baalen. „Daar heeft men er altijd problemen mee als dingen samen met de Kamer moeten worden gedaan”.

Achtergronden over de missie op nrc.nl/Uruzgan