En dan blijkt de financiering ook niet te kloppen

De Rekenkamer bekeek de financiering van de onderwijsvernieuwingen. Ze bleken 2,2 miljard te duur, en van veel geld is niet bekend waar het bleef.

Ingelast nieuws voor de parlementaire commissie die momenteel de vernieuwingen in het onderwijs onderzoekt.

Gisteravond, nadat de commissie een dag lang had gesproken over de invoering van het vmbo, kwam de Algemene Rekenkamer met een rapport over de financiële onderbouwing van onderwijsvernieuwingen zoals basisvorming, Tweede Fase en vmbo. De commissie wilde het oordeel van de Rekenkamer graag nog meenemen in haar onderzoek.

En wat blijkt? Net zo overhaast, ondoordacht, chaotisch en ongefundeerd als de vernieuwingen beleidsmatig zijn ingevoerd, blijken ook de financiële plannen ervoor te zijn opgesteld.

De onderwijsvernieuwingen zijn 2,2 miljard euro duurder uitgevallen dan gepland. Maar het is niet zeker of het totale budget ook echt is uitgegeven, laat staan dat kan worden aangetoond dat al het geld is gebruikt voor onderwijsvernieuwingen.

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de basisvorming en de Tweede Fase geld zouden opleveren. Dat de plannen uiteindelijk duurder uitvielen dan begroot, kan een legitieme oorzaak hebben. Maar die was er niet.

Neem de – mislukte – invoering van het vmbo, met bijna een miljard euro aan extra investeringen de duurste onderwijsvernieuwing van de drie. Het vmbo was niet de ingewikkeldste of omvangrijkste onderwijsvernieuwing. Maar het vmbo kreeg het geld omdat het op dat moment domweg (financieel) beter ging met Nederland. In het ‘Invoeringsplan vmbo 2001-2003 naar een versterkt vmbo’ stond niet eens een financiële paragraaf.

Waarom is de invoering van het vmbo dan mislukt?

Omdat toenmalig staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs, PvdA) in 1997 haar zin wilde doordrijven en adviezen negeerde.

Tenminste, dat zei Ankie Verlaan, voormalig topambtenaar en thans bestuurder van de Hogeschool en Universiteit van Amsterdam, gisteren tegen de parlementaire onderzoekscommissie.

Het vmbo is verkeerd ingevoerd, met te weinig aandacht en te veel ongeduld, aldus Verlaan. „Onderwijsvernieuwing kost een generatie.” Maar Netelenbos wilde in de vier jaar die haar gegund waren „een standbeeld voor zichzelf oprichten”. Verlaan: „Ik heb haar geadviseerd beter te luisteren naar kritiek.” Die boodschap kwam niet over.

Aanvankelijk, stelde Verlaan, was het helemaal niet de bedoeling dat het vmbo een „vermicellisoep” zou worden waarin de voormalige mavo-leerlingen in één klas zouden komen met allerhande ‘zorgleerlingen’. Juist de integratie van zorgleerlingen in het reguliere onderwijs is achteraf een van de grote problemen van het vmbo gebleken.

Verlaan: „Het was de bedoeling dat de zorgleerlingen éxtra aandacht zouden krijgen in het vmbo. Maar dat kost geld.” In de loop van het proces moest worden bezuinigd. „Daarom zijn al die leerlingen bij elkaar gestopt.”

Net zoals de afgelopen weken al over de basisvorming en de Tweede Fase te horen was, schortte het ook bij het vmbo aan de uitvoering. Er had in leraren moeten worden geïnvesteerd, verzuchtte Verlaan. „In plaats daarvan ging het geld naar het procesmanagement, de landelijke pedagogische centra, het Cito.”

Het lijkt wel of Verlaan het rapport van de Rekenkamer al kende toen ze dat zei. Want de Rekenkamer geeft haar gelijk. Het budget aan ‘ondersteunend personeel’ is per leerling in de afgelopen zestien jaar verdubbeld, zo staat in het rapport. Terwijl het aantal leraren per leerling licht is afgenomen.

Het vmbo kwam er, zoals Netelenbos het wilde. En scholen kregen er geld voor. Nu kan de Algemene Rekenkamer „niet met zekerheid zeggen” of scholen dat geld ook echt aan het vmbo hebben besteed. Ook van het geld dat ten behoeve van andere onderwijsvernieuwingen aan scholen is verstrekt, valt niet te zeggen of het daarvoor is besteed.

Dat klinkt misschien schokkend, maar is in het voortgezet onderwijs sinds 1996 de gebruikelijke praktijk. In dat jaar ging de lumpsumregeling in. Die houdt in dat scholen niet meer allerlei bedragen krijgen per taak die ze moeten uitvoeren, maar een groot bedrag ineens, dat ze naar eigen inzicht mogen besteden. Houden ze geld over, dan mogen ze het houden. Lijden ze verlies, dan komen de kosten voor hun rekening. Het ministerie van Onderwijs weet dus niet precies en voortdurend waar al het gestorte geld blijft.

De Rekenkamer pleit er nu voor om scholen betere verantwoording te laten afleggen. Minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) voelt daar weinig voor, schrijft hij alvast in een reactie in het rapport. Hij vreest dat dat meer administratieve lasten voor de scholen oplevert. De Rekenkamer denkt dat de verantwoording veel efficiënter kan.

Blijft de vraag waarom de Tweede Kamer het zo ver heeft laten komen met alle onregelmatigheden. De commissie onderwijsvernieuwingen heeft nog een week om daar meer antwoorden op te formuleren. Komende week zijn de Kamerleden aan de beurt die het allemaal zagen gebeuren én goedkeurden.

Op 7 december schuift Netelenbos aan.