Dubbelzinnige boodschap voor Uruzgan

We blijven langer én we gaan weg. Met die op het oog tegenstrijdige signalen motiveert het kabinet een tot 2010 verlengde Afghanistan-missie. Spiegel van kabinetsverhoudingen.

Twee mededelingen op dezelfde pagina: „Perspectief op duurzame verbetering van de situatie in Uruzgan is zichtbaar aanwezig”. En even verderop: „Nederland zal hoe dan ook zijn leidende militaire verantwoordelijkheid in Uruzgan per 1 augustus 2010 beëindigen.”

De langverwachte brief aan de Tweede en Eerste Kamer waarmee het kabinet aankondigt nog ruim twee jaar extra militair actief te blijven in de Afghaanse provincie Uruzgan bevat een ingewikkelde, want op het oog tegenstrijdige, boodschap. Het gaat goed op ‘onze’ missie – „we maken het verschil”, aldus minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) gisteren. Maar Nederland houdt er eind 2010 toch mee op.

De zogeheten ‘artikel 100-brief’ zegt zodoende evenveel over de situatie in Afghanistan als over de verhoudingen in het kabinet. Het belangrijkste is dat Nederland na 1 augustus volgend jaar wanneer het tweejaarlijkse mandaat afloopt, nog ruim twee jaar langer blijft in één van Afghanistans meest gewelddadige provincies. Maar omdat de PvdA, één van de drie coalitiepartijen, grote twijfels heeft over de manier waarop de militaire aanwezigheid in Afghanistan zich tot nu toe heeft ontwikkeld, wordt tevens ruim aandacht besteed aan het nakende einde van de Nederlandse aanwezigheid. Kortom: we blijven langer en we gaan weg.

De hybride brief heeft in elk geval voldoende steun in het parlement, hoewel deze strikt genomen – en anders dan in bijvoorbeeld Duitsland – niet nodig is voor buitenlandse operaties van dit type. CDA, PvdA, ChristenUnie, de drie regeringsfracties, gaan akkoord met verlenging van de missie die inmiddels aan twaalf Nederlanders het leven heeft gekost door gevechten en bommen. Oppositiepartij VVD eiste, naast financiële waarborgen, dat de NAVO vervanging garandeert.

„Er is geen sprake van rozengeur en maneschijn, maar evenmin van een gitzwart scenario”, zei minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA). Dat is ook de toon van de 39 pagina’s waarin getracht wordt alle componenten van het Afghanistan-beleid evenwichtig te bedienen.

[Vervolg Uruzgan: pagina 2]

Nederland écht weg na 2010

Het gaat, schrijft het kabinet, om een „stabilisatie- en opbouwmissie” die „gericht is op overdracht”. Daarbij gaan „veiligheid en ontwikkeling hand in hand: ontwikkeling kan niet wortelen in een onveilige omgeving, en de veiligheid verbetert als de bevolking perspectief op ontwikkeling heeft”.

Het kabinet wil met „belangrijke andere accenten” de opbouwkant van de aanwezigheid meer gestalte te geven. Ook de training van Afghaanse veiligheidsinstanties wordt geïntensiveerd. Anders gezegd: het land moet weer van de Afghanen worden. Of, in de woorden van minister Verhagen, „geafghaniseerd” worden.

Dit wil niet zeggen dat Nederland in de verlenging militair opeens minder zichtbaar zal worden. Dankzij de komst van een paar honderd man uit Frankrijk en Oost-Europese NAVO-landen kan de troepenmacht in Uruzgan met 200 tot 300 man krimpen tot zo’n 1100 militairen. „Wij kunnen dit aan”, zei minister van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) gisteren. Hij heeft de afgelopen maanden benadrukt dat de verlengde uitzending niet ten koste mocht gaan van „het ambitieniveau” van de krijgsmacht. De rekening mocht niet bij zijn departement liggen, vond hij. De extra kosten, bovenop wat al was gereserveerd, worden geraamd op 270 miljoen euro per jaar en zijn uit diverse potten op de rijksbegroting bijeen geschraapt. In totaal kost de nieuwe missie 640 miljoen euro, tegen 680 miljoen voor de huidige (tot 1 augustus volgend jaar).

De vraag is wel of Nederland eind 2010 echt vertrokken zal zijn. Beweerde premier Balkenende twee jaar geleden niet met even grote stelligheid dat Nederland na 1 augustus 2008 de zaak zou overdragen? De premier zei gisteren dat er wel degelijk verschil is. „Toen zeiden we niet dat we weg zouden gaan, nu wel.” Dat hebben velen destijds anders verstaan.