De wil om altijd eerste te zijn

Zakenman Roel Pieper zag in de Verenigde Staten hoe basketbal door de NBA werd gepromoot, in de media en via het onderwijs. Nu is hij voorzitter van basketbalclub Amsterdam. „Basketbal is in Nederland ondergewaardeerd.”

Het zijn toevalligheden die ondernemer en investeerder Roel Pieper (51) van Nederland, via Duitsland en de Verenigde Staten, in Siberië deden belanden voor zijn nieuwste project. Toch is zijn leven geleid door twee constanten: basketbal en zeezeilen. In mei mengde hij zich in het nationale basketbal, door voorzitter te worden van Amsterdam Astronauts. Het doel reikt verder dan de opmars van de eredivisieploeg in eigen land en in Europa. „Zeg nu zelf, Nederland zou toch veel meer basketballers moeten hebben. We moeten meteen keiharde maatregelen nemen in de eredivisie.”

In gesprek met Pieper in zijn kantoor in het centrum van Haarlem klinkt plots de ringtone van zijn mobiele telefoon: ‘Sweet Home Alabama’ van de Amerikaanse seventiesrockband Lynyrd Skynyrd. „Moskou”, verontschuldigt hij zich. Want Pieper investeerde in het najaar 70 miljoen euro in Russisch bruinkool. Een risicoproject, stelt hij na het telefoongesprek, maar het is niet de eerste keer dat hij betrokken is bij pionierswerk.

Pieper behoorde in 1980 tot de eerste lichting afgestudeerden van de opleiding informatica aan de Technische Hogeschool Delft. Hetzelfde jaar vertrok hij naar Duitsland, voor een baan bij Software AG. „Bij software-industrie hadden mensen toen het beeld dat je in de lingerie ging”, verduidelijkt Pieper, die in de jaren tachtig directiefuncties vervulde in de Verenigde Staten, bij AT&T, Tandem Computers en Compaq. Bij zijn terugkeer naar Nederland in 1999 trad hij in dienst van Philips, als beoogd opvolger van Cor Boonstra, maar hij stapte na acht maanden op. Dit jaar was Pieper, wiens privévermogen op enkele tientallen miljoenen wordt geschat, onder andere betrokken bij de opzet van het nieuwe opinietijdschrift Opinio, een bedrijf dat volgend jaar luchttaxidiensten moet verzorgen en een producent van navigatiesystemen.

De meest opvallende bestuurstaak die Pieper dit jaar op zich nam was die van voorzitter van Amsterdam Astronauts, de noodlijdende basketbalclub die hij vorig seizoen nog financieel vlot trok. Inclusief de injectie voor het huidige seizoen stak hij met twee privépersonen 1 miljoen euro in de club, een schijntje vergeleken bij de overeenkomst die hij in oktober met de gouverneur van Irkoetsk sloot. „Ik wilde best verder bij de club, maar ik investeer alleen in een bedrijf. Een verenigingsstructuur begrijp ik niet. Ik wilde een management met structuur en duidelijke verantwoordelijkheden. Nu kunnen we misschien aandeelhouders binnenhalen en de club uitbouwen.”

Met de ambitie verdween de toevoeging Astronauts uit de naam van de in het rood geklede eredivisieclub, gecoacht door de Israëliër Arik Shivek. MyGuide Amsterdam heten de basketballers uit de hoofdstad nu, naar de producent van navigatiesystemen die Pieper tot hoofdsponsor maakte. Het moet leiden tot een terugkeer aan de Europese top van de ploeg die tussen 1999 en 2005 vijf keer landskampioen werd. „We proberen een combinatie te maken van sport en bedrijfsmatigheid. De grens tussen sportief en zakelijk is smal. Ook basketballers kunnen zeggen wat we in en rond de wedstrijd moeten veranderen. In Sporthallen Zuid hebben we de zaalindeling veranderd en de businessclub. We hebben een vernieuwde website en laten stadszender AT5 voor ons werken in plaats van andersom. De entertainment in de sport moet je exploiteren.”

Amsterdam moet volgens Pieper een rolmodel worden voor andere clubs die zijn aangesloten bij de Federatie Eredivisie Basketbal (FEB). „Basketbal is ondergewaardeerd, terwijl het na voetbal de rijkste sport van Nederland is. We zijn een lang volk, we zijn mediageoriënteerd en houden van muziek, die onlosmakelijk is verbonden met basketbal. Dan doen we er dus niet genoeg mee. Wij zijn een samenwerking met het ROC aangegaan waardoor honderden jongeren met de sport in aanraking komen. Want onderwijs en sport horen bij elkaar en maken in Nederland te weinig gebruik van elkaar.”

Pieper diende bij de FEB een beleidsplan in waarbij hij onder andere clubs wil verplichten tot de opzet van jeugdteams. „Drie ploegen, in de leeftijdscategorieën onder twaalf, onder veertien en onder zestien jaar. Wie niet meewerkt kan straffen verwachten en de licentie verliezen. In Amsterdam hebben we nu twee teams met de beste spelers uit de regio in de categorieën onder achttien en onder twintig jaar. We hebben meer talent dan de club ooit heeft gehad. Ik verwijt niemand wat, maar wij willen de regio Amsterdam nu laten zien hoe je basketbal moet spelen. Ook Den Bosch, Groningen en Nijmegen gaan mee in die ontwikkeling, maar het is nog niet genoeg.”

De visie van Pieper komt gedeeltelijk overeen met die van bondscoach Marco van den Berg, die zich stoort aan clubs die met een begroting van zo’n acht ton een kampioenskandidaat samenstellen met slechts Amerikaanse spelers. Pieper: „Maar een goede Amerikaan houdt geen Nederlands talent tegen. Ik vind dat de bondscoach te veel zeurt over het gebrek aan goede Nederlandse spelers. Dat is het paard achter de wagen spannen. Het is het gevolg van niet agressief genoeg op de jeugdopleiding hameren. Hij heeft een aanzet gegeven, maar het is wel een beetje laat. En dat geldt niet alleen voor hem, maar ook voor de Nederlandse Basketbalbond, hoewel de nieuwe voorzitter goede initiatieven neerzet.”

Pieper zocht al contact met zakenvriend James Dolan, eigenaar van de New York Knicks uit de Amerikaanse profcompetitie NBA. „Toen ik in New York woonde ging ik altijd kijken bij de Knicks. De NBA heeft in de Verenigde Staten een fantastische job gedaan met de promotie van basketbal. Dat hoeven we niet te kopiëren, maar bepaalde dingen kun je voorzichtig in Nederland uitproberen, zonder veel stampij: media, marketing en merchandising. We kunnen gegevens uitwisselen over de opleidingsprogramma’s en misschien een uitwisseling van spelers opzetten.” Lachend: „We hadden het al over de New Amsterdam Basketball Club.”

De dwingende woorden van Pieper, erkent hij, komen voort uit de wil voortdurend eerste te zijn. „Ik heb het altijd gehad. Bij een wedstrijd blijf ik altijd vechten, zo lang er een kans is om te winnen. Dat is de stijl die in mij zit en daar kom ik ook niet vanaf. Als ik niet alles kan geven wat ik in me heb, dan stop ik pas ergens mee. Die instelling heb ik absoluut uit sport gehaald. Het is tekenend voor de manier waarop je met uitdagingen en tegenslagen bij andere dingen in het leven omgaat. De prestatiedrang en de vechtlust komt van mijn moeder. Zij nam ook geen genoegen met het gemiddelde. Mijn vader was iemand die begeleidde, maar niet echt uitdaagde. Het overbrengen van informatie – zodat je er iets mee kunt – heb ik van hem.”

Pieper, geboren in Vlaardingen als oudste van twee zoons van het hoofd van een monteursopleiding en een telegrafiste, begon zelf als tiener met basketballen. Een groeispurt had hem het voetballen bij de lokale club VFC onmogelijk gemaakt. Hij speelde zich als veertienjarige in het eerste team van Green Eagles Maassluis, met aanpassingsproblemen als gevolg. „Ik was totaal onervaren en werd permanent in de maling genomen. In het begin ben ik een aantal keer helemaal nat gegaan. Toen ik merkte dat lichaamskracht en -gewicht zo belangrijk waren ben ik daar op gaan trainen. Op mijn zestiende was ik al twintig kilo zwaarder.”

Bij Juventus Schiedam dwong Pieper als achttienjarige selectie af voor de nationale jeugdploeg. Maar drie weken na de uitverkiezing werd hij met een teamgenoot op de motor frontaal aangereden door een spookrijder. „Mijn hele linkerkant lag aan gruizels. Met de pijn kon ik later gewoon spelen, maar ik ben motorisch beperkt gebleven. Ik zeg niet dat ik de eredivisie had gehaald, maar nu was de promotiedivisie zeker mijn plafond.”

In Duitsland speelde Pieper als twintiger bij BC Darmstadt in de 2. Bundesliga, waar toen al actie werd ondernomen tegen het stijgende aantal buitenlandse spelers. „Heel gek, ik moest met Amerikanen en andere niet-Duitsers knokken voor het maximum van twee plaatsen.”

In de Verenigde Staten stopte Pieper met basketballen, maar hervond hij de zeilsport, die hij als jongen met zijn vader op nationaal niveau had beoefend in de Vrijheidsklasse. In San Francisco Bay pakte hij in de jaren negentig het wedstrijdzeilen weer op. Met zijn zeiljacht Favonius, net als een van zijn investeringsmaatschappijen vernoemd naar de Romeinse God van de westenwind, won hij als stuurman van een twintigkoppige crew vooral Amerikaanse regatta’s en heeft hij nu zijn zinnen gezet op de Swan Cup. „We zijn meerdere malen tweede en derde geworden, maar nog nooit eerste. Elke keer proberen we het weer. Ook daarin ben ik fanatiek, al is het wat minder dan een paar jaar geleden. Het leuke van zeilen is de ervaring van afhankelijkheid van anderen. Als er eentje staat te rommelen, maakt hij het werk van negentien anderen zwaarder. Een persoon kan de hele wedstrijd verzieken, dus gaat iedereen voluit.”

Gesteld voor de keuze tussen de twee sporten kiest Pieper toch voor bal en houten speelvloer. „Ik heb met basketbal meer het gevoel, de sfeer en de emotie. Facetten als teamwork, doorzetten en discipline zie je beter terug. Je leert ook beter je fysieke grenzen kennen. Zeilen is ook een lichamelijk zware sport, maar ik denk toch meer aan tactiek, strategie en schaken. Je niet druk maken om dingen die je niet kunt controleren, zoals de natuur, maar juist wel om je materiaal. Je probeert zo veel mogelijk risico’s uit te sluiten. De twee sporten samen hebben veel invloed gehad op hoe ik uitdagingen aanga.”