Bouterse? Niet verschenen!

Nabestaanden waren gisteren bij de start van het Decembermoordenproces en werden geconfronteerd met een aantal verdachten. „Soms moet je in je leven even doorbijten.”

Om kwart over negen stopt de kleine personenbus bij de poort van de zwaar beveiligde en ommuurde rechtszaal op de marinebasis Boxel, in het plaatsje Domburg. Bedrukte gezichten kijken door de ruiten. Omstuwd door de massaal aanwezige pers stappen nabestaanden van de slachtoffers van de Decembermoorden uit. De meesten hebben het zichtbaar moeilijk nu de strafzaak tegen de verdachten van de moorden op hun geliefden, bijna een kwart eeuw na dato, echt gaat beginnen.

„Soms kom je in je leven in situaties terecht waarin je even moet doorbijten. Dit is er zo één”, zegt Sunil Oemrawsingh, wiens broer een van de vijftien slachtoffers in Fort Zeelandia was. „Maar straffeloosheid moet gestraft worden en dat gaat hopelijk hier gebeuren”.

Verderop staat Lilian Gonçalves, weduwe van de vermoorde Kenneth Gonçalves, destijds deken van de Orde van Advocaten. Ze is samen met haar dochter Valerie, die haar vader nauwelijks heeft gekend. Hand in hand gaan ze richting rechtszaal. „Ik ben niet bang verdachten in de ogen te kijken”, vertelt Gonçalves. „Maar of het ook andersom gebeurt? Ik denk dat dat alleen maar goed kan als de waarheid eindelijk boven water komt. Waarom moest mijn man dood?”

Door de strenge veiligheidsmaatregelen begint de zitting te laat. Buiten houden scherpschutters en militairen met honden de wacht. Voor de nabestaanden is een derde van de zaal gereserveerd. Gespannen zitten ze in de harde, houten banken. De airco’s loeien, overal staan leden van de militaire politie. Elf van de 22 vandaag gedagvaarde verdachten hebben zich inmiddels gemeld. Ze moeten wachten in een partytent beneden voordat ze de trap op mogen die in de rechtszaal uitkomt.

Dan roept de president van de krijgsraad, Cynthia Valstein-Montor, de hoofdverdachte op. Er gaat een lichte siddering door de zaal: „Bouterse”. Een lid van de militaire politie overlegt met zijn collega’s beneden aan de trap en roept dan: „Niet verschenen, edelachtbare”. Maar zijn raadsman, Irwin Kanhai, is er wel. Hij is een excentrieke man, met een grote, grijze baard. Vlak voor het proces had hij tegen journalisten nog gezegd dat Bouterse „zeer zeker” zou komen. Met stalen gezicht: „Hij reed achter ons, ik denk dat hij vast zit in het verkeer.”

[Vervolg Suriname: pagina 5]

Opluchting bij nabestaanden

Het blijkt allemaal bluf. De voormalige legerleider laat zich niet zien en Kanhai, die meerdere verdachten in het dossier bijstaat, maakt er een show van.

In juridisch Paramaribo staat hij bekend als begenadigd pleiter en expert op het gebied van strafvordering en regeltjes. Die reputatie maakt hij meteen waar. Hij kondigt aan dat volgens hem én de dagvaarding nietig is, én de auditeur-militair niet ontvankelijk én de krijgsraad niet bevoegd. Vandaag behandelt hij alleen het laatste punt, „de rest komt later, wacht u rustig af”.

Volgens Kanhai was Bouterse, die in 1980 samen met vijftien onderofficieren via een staatsgreep aan de macht kwam, ten tijde van de Decembermoorden ,,ambts- en gezagdrager, tevens wetgever”. Hij vervulde na de coup immers bestuurlijke en politieke taken, gelegitimeerd door verschillende decreten en dus moet hij voor het Hof van Justitie staan en is de krijgsraad onbevoegd, aldus Kanhai.

Aanklager John Mohammedamin reageert verbaasd. Hij wijst erop dat Bouterse bevelhebber was, „in militair tenue” liep en zijn kantoor „op militair terrein” had. Bovendien schrijft de wet voor dat alleen ministers, onderministers en parlementariërs niet door een krijgsraad kunnen worden berecht. „Volgens mij is er niets aan de hand.”

Maar de rechtbank neemt geen snelle beslissing. Na schorsing kondigt de president pas op 17 december een oordeel over de kwestie aan. Daarmee is de angel meteen uit de zitting van vandaag. Wel worden nog één voor één de tenlasteleggingen voorgelezen, al dan niet in aanwezigheid van verdachten. Dat levert af en toe opmerkelijke taferelen op. Zoals bij Marcel Zeeuw, een van Bouterses medecoupplegers en lange tijd gevreesd als commandant van de militaire politie. In zwart pak gaat hij militair in de houding staan. Een advocaat heeft hij niet nodig, vertelt hij de krijgsraad. En als de voorzitter hem vraagt of hij de dagvaarding heeft gekregen, antwoordt hij: „Zeker, toen was ik aan het biljarten in een club.”

Rond drie uur ’s middags is de zitting afgelopen, het begin van een lange rechtszaak die eerst vooral zal opgaan aan preliminaire verweren. Toch zijn de meeste nabestaanden na afloop opgelucht dat het proces begonnen is, ook al is de verwachting dat de zaak pas ver in 2008 inhoudelijk zal worden behandeld.

Dat is wel het moment waar Lilian Gonçalves naar uitkijkt: „Mijn man is vermoord in de kracht van zijn leven, terwijl hij iets met Suriname wilde. Waarom kon dat niet? Ik hoop dat het straks ook daar over gaat.” Dan loopt ze terug naar de bus, met haar dochter. Opnieuw hand in hand.

Meer informatie op nrc.nl/decembermoorden