BOERENBONT IN AFRIKA

Fotograaf Hock Khoe reisde met zijn 3D-camera door Afrika.

‘Mevrouw, wat heeft u een mooie jurk aan’, zei hij op straat tegen vrouwen in een jurk gemaakt van stof van Vlisco, de Helmondse textielfabriek. Zijn foto’s zijn nu te zien op een expositie in Leiden.

‘Akyekyedee Akyi’ heet het dessin dat de vrouw met het zwarte mutsje draagt, ‘het schild van de schildpad’ (zie bovenstaande foto). Ze staat op een markt in Apam, een stad in het zuiden van Ghana, vlakbij de oceaan. Een typisch Afrikaanse jurk, twijfel daarover lijkt uitgesloten. Mis. In werkelijkheid is het enige Afrikaanse de naam, de stof zelf is honderd procent Nederlands. Het is een klassieker: het ontwerp dateert van voor de Tweede Wereldoorlog en wordt nog steeds gemaakt door de Helmondse textielfabriek Vlisco, een afkorting van de oude naam P.F. van Vlissingen & Co.

‘Tachtig procent van de stoffen in West-Afrika is Helmonds, of een imitatie daarvan’, zegt Annette Schmidt, conservator Afrika van het Museum Volkenkunde in Leiden. Ze legt uit dat de naam van de stof verwijst naar een Ghanees spreekwoord: ‘De tseetseevlieg zit vergeefs op de rug van de schildpad, hij kan geen bloed zuigen door het harde schild.’ Waarschijnlijk wil de draagster van de jurk daarmee zeggen dat ze een dikke huid heeft en haar eigen gang gaat. In ieder geval kijkt ze vrijmoedig de camera in: wie maakt me wat?

‘Mevrouw, wat heeft u een mooie jurk aan.’ Dat was de vaste opening waarmee fotograaf Hock Khoe het ijs brak wanneer hij de Afrikaanse vrouwen verzocht hen in hun natuurlijke omgeving te mogen portretteren. ‘Voor het landschap of het eten hoef je niet naar West-Afrika te gaan, maar de schoonheid en openheid van de mensen maken alles goed.’ Bij zijn reizen speelde het toeval een grote rol. Zo informeerde hij in Ghana tot welke stam de mooie vrouwen behoren die zich daar verhuren als draagsters. Het bleken Hausa’s te zijn, uit het nauwelijks bereisde Niger. Achter op een brommer stak hij de grens over en ook daar trof hij vrouwen in Helmondse dracht, zoals de trotse dame met de hoofddoek. Het dessin waarin de zes Hausa-meisjes zich ter ere van een bruiloft hebben gehuld, komt overigens niet van Vlisco.

Soldaten

‘In China staan 33 fabrieken van onze omvang en hun productie is voor een belangrijk deel gebaseerd op onze dessins’, vertelt Frans van Rood, hoofd artikelontwikkeling en vormgeving van Vlisco. En daarmee zijn de stoffen na een omzwerving over de halve wereld weer terug in het Verre Oosten. Want de oorsprong van het verhaal ligt in Nederlands-Indië, de bakermat van de batikstoffen. De Nederlandse katoendrukkerijen die door Willem i waren opgezet, zagen in de imitatie van deze stoffen een kans om zich te onderscheiden van de goedkope Engelse massafabricage.

De waxprint – toen nog wasbatik geheten – bleek eind negentiende eeuw ook in West-Afrika aan te slaan. Het verhaal gaat dat deze populariteit te danken is aan de zwarte Ashanti-soldaten die Nederland had gerecruteerd voor de Java-oorlogen en die na afloop gehuld in batik terugkeerden naar Afrika. Volgens conservator Annette Schmidt ontbreekt hiervoor echter elk bewijs, zij houdt het op een combinatie van de kwaliteit, de kleurechtheid en de relatief lage prijs. In ieder geval groeide Nederland uit tot de belangrijkste exporteur van waxprints en werd de aanduiding Véritable Hollandais, die op de zelfkant van de stof werd gedrukt, een begeerd kwaliteitskenmerk.

Met een jurk van Vlisco-stof kun je niet alleen status uitdrukken, de ongecoupeerde stof is ook een waardevaste investering. In de Ghanese stad Takoradi vertelde een meisje aan fotograaf Hock Khoe dat haar moeder vroeger rijk was geweest, ze bezat wel zes Vlisco-jurken. Toen haar vader zijn baan verloor, moest moeder vier van de jurken te gelde maken. Khoe kreeg de moeder zo ver om te poseren. Een echte jurk droeg ze niet, ze had de Vlisco-stof snel om zich heen gedrapeerd, maar wel zo dat de witte rand met Véritable Wax Hollandais Vlisco goed zichtbaar was.

Het blauwpaars gevlamde dessin is in 1982 in Helmond ontworpen door Toon van de Manakker. Toen werd voorzichtig geëxperimenteerd met nieuwe dessins, nog drie jaar later verdween bij Vlisco pas de angst dat ontwerpers zich te veel zouden laten beïnvloeden door de Afrikaanse beeldtaal en mochten ze voor het eerst ter plekke gaan kijken hoe hun ontwerpen eruit zien in het Afrikaanse licht en gespannen rond Afrikaanse lijven. Die vrijheid leidde tot dessins met vlaaien en rollerskates, maar ook tot gecompliceerde ontwerpen als dat van het meisje voor de regenboog.

De toenemende kwaliteit van de Chinese imitaties dwong Vlisco tot een nieuwe strategie. Van Rood: ‘We moeten ons gaan gedragen als een modemerk en dus presenteerden we in de zomer van 2006 voor het eerst met enig rumoer een collectie rond een thema.’ Met succes, tot op heden heeft nog bijna niemand het gewaagd de ontwerpen te kopiëren. Essentieel voor de nieuwe strategie is dat de productie in Helmond blijft: ‘We willen ons als echt Nederlands in de markt zetten.’ Bij een brand horen flagship stores en dus opende Vlisco afgelopen maand de eerste in Benin, binnenkort zijn Togo, Nigeria, Ghana en Ivoorkust aan de beurt. Toch zal de distributie via mammytraders onverminderd belangrijk blijven: het zijn de lokale marktkoopvrouwen die de dessins van hun naam en betekenis voorzien. M

Een veertigtal driedimensionale foto’s van Hock Khoe is tot 29 juni 2008 te zien op de tentoonstelling ‘Boerenbont in Afrika’ in het Museum Volkenkunde in Leiden.

Hock Khoe is freelance fotograaf.

Tijs van den Boomen is freelance journalist en medewerker van NRC Handelsblad.