Belastingstelsel om te zoenen

Nederland heeft spectaculaire vooruitgang geboekt bij het terugdringen van de soesa rond belastingheffing. Voor het bedrijfsleven komt er toch wat terecht van het motto ‘leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker’.

We zijn niet meer het meest rampzalige land van de geïndustrialiseerde wereld. Deze maand publiceerde de Wereldbank een jaarlijks onderzoek naar het mondiale zakendoen. Twee jaar geleden kwam dat rapport, toen over 2004, hier ook aan de orde. Wat het gemak van zakendoen betreft, stond Nederland op plaats 24 van 155 onderzochte landen. Nu nemen we plaats 21 van 178 landen in. Dat is nog niet om over naar huis te schrijven, zeker in vergelijking met de Scandinavische landen. Denemarken is in bijna alle opzichten plezieriger voor ondernemers. Maar de richting is goed, zeker wat de administratieve lasten betreft. Een modelonderneming (een keramisch productiebedrijf met zestig werknemers) had in 2004 700 uur nodig om aan alle fiscale verplichtingen te voldoen. Nergens ter wereld moesten ondernemers zo vaak (en voor zoveel geld) een belastingadviseur inhuren. Het kabinet reageerde beteuterd: Nederland was net een belastingherziening aan het optuigen. Eerst het zuur en dan het zoet, was het motto. Op 1 januari 2007 kwam een forse tariefverlaging in de vennootschapsbelasting. De klachten over de administratieve lasten namen evenwel niet af. Het feit dat de fiscus onlangs honderdduizenden loonaangiften is kwijtgeraakt en opnieuw bij de bedrijven moest opvragen, versterkt de indruk dat het erger wordt.

Toch maskeren incidenten een verbetering. In de Oost-Europese landen is het bar en boos maar in Nederland is het aantal uren voor de fiscale administratieve lasten spectaculair gedaald. In 2007 is de modelonderneming met 180 uur van alle fiscale verplichtingen af (plaats 60 van 178 landen). Het afgelopen onderzoeksjaar liet een daling van meer dan 25 procent zien. Voor het eerst levert het verkrijgen van vergunningen de ondernemer meer kopzorgen op dan het betalen van belasting. Als een ondernemer een opslagloods wil bouwen, verlopen er na het inleveren van het bouwplan 230 dagen voordat de eerste spade de grond in kan. Zelfs in toch behoorlijk gereguleerde landen als Duitsland en Zweden zijn bedrijven minder dan de helft van die tijd kwijt.

Het door de Wereldbank gemeten belastingpercentage voor het bedrijfsleven komt in Nederland uit op 43,4 procent. Daar zitten dan wel alle werkgeverslasten voor de sociale zekerheid in, net als de collectieve ziektekostenverzekering, de motorrijtuigenbelasting en de waterschapslasten. Die optelling levert begrijpelijkerwijs geen mondiale toppositie op (88 van 178). Overigens lijkt de wereldwijde trend naar verlaging van belastingtarieven gestopt. De aandacht verschuift van tarief naar gemak. Die concurrentie kan Nederland beter aan. Zo blijken de (fiscale) betalingssystemen in Nederland uitzonderlijk efficiënt te werken. De Wereldbank prijst de Nederlandse Belastingdienst voor de ommezwaai die hij maakt van confrontatie naar gesprek. De praktijk van de zogenoemde handhavingsconvenanten: afspraken in plaats van controles.

Ook de Wereldbank relativeert het belang van de belastingtarieven voor het vestigingsklimaat. Juist op dat argument haalde het bedrijfsleven vorig jaar een forse verlaging van de vennootschapsbelasting binnen. Nu is de klacht dat buitenlandse investeerders zich laten afschrikken door de fiscale milieupolitiek van Balkenende IV en de groeiende complexiteit van de belastingwetten.

We zien hier onze nationale identiteit weerspiegeld: de diepgewortelde overlegcultuur leidt tot ingewikkelde compromissen en complexe regels. De internationaal bezien ongebruikelijk sterke ontslagbescherming is politiek een open zenuw. De Wereldbank constateert als kenmerk van Nederland dat er hier zeldzaam weinig belemmeringen voor de handel en het geldverkeer zijn. Ondernemers betalen ook mee aan ons relatief kostbare sociale stelsel. Ook dat is eigen aan Nederland. Wie de sociale zekerheidsheffingen even apart zet, houdt een belastingsysteem over dat met matige tarieven, een efficiënte fiscus en sterke rechtspraak zonder meer tot de wereldtop behoort.

Aertjan Grotenhuis

Meer over het onderzoek in nrc.nl/geld