Bekostiging voortgezet onderwijs loopt achter

De minister van OCW heeft een akkoord bereikt in het kabinet om het perspectief van leraren te verbeteren. De minister is beretrots, de eerste reacties zijn positief. De semantiek zal hem niet deren, het is bij elkaar geschraapt, de verhoging van de collegegelden verdient geen schoonheidsprijs. Het had niet alleen binnen zijn eigen departement gezocht moeten worden, maar alle departementen hadden een bijdrage moeten leveren.

Er ligt nog een aantal redelijke wensen en verlangens in het voortgezet onderwijs zoals vermindering van de werkdruk. Waar komt dit geld vandaan? Waarschijnlijk nergens vandaan, want gezien de wijze waarop het geld bij elkaar is geschraapt zal er niet veel meer bijkomen.

De uitvoering van het besluit belooft niet veel goeds gezien het interview met de minister in deze krant van 24 november. Op de vraag of de uitvoering geregeld moet worden in de cao antwoordt hij ”dat als zij dat niet doen scholen het geld niet krijgen”. De vraag dringt zich op of je onder deze voorwaarde het geld wel moet accepteren. Sinds bijna 10 jaar is er sprake van lumpsum financiering in het voortgezet onderwijs. Het is lumpsum en in dit geval betekent het extra middelen voor het onderwijs.

Als de problematiek is zoals geformuleerd dan zal het wel aangewend worden voor de arbeidsvoorwaarden. De bekostiging van het voortgezet onderwijs blijft achter bij andere westerse landen. Als het voortgezet onderwijs dit akkoord zonder meer accepteert zal elke redelijke eis tot verbetering van de financiële situatie worden afgedaan als: gezeur.