Begrijp de ouder

Ouders zijn lastig, vinden leerkrachten. De school luistert niet, zeggen ouders. “Wat je binnen doet krijg je buiten terug.” Brigit Kooijman

Twee jaar geleden bracht het ministerie van Onderwijs een poster uit die nadien in de personeelskamer van menige basisschool is gesignaleerd. Onder de kop ‘Herken de ouder’ worden zes stereotiepe ouders geschetst, van ‘supporter’ (‘opleiding: laag/midden’) en ‘carrièremaker’ (‘niets geven, wel nemen’) tot ‘superouder’(‘doe er je voordeel mee’). De poster was bepaald niet bedoeld als louter ongein: onderwijswetenschapper Frederik Smit van de Radbouduniversiteit in Nijmegen had de profielen ontworpen.

De typologie, bedoeld om leerkrachten houvast te geven in de omgang met ouders, illustreert dat het contact tussen beide partijen – voorzichtig uitgedrukt – niet altijd even soepel verloopt. Ouders en leerkrachten, ze lijken ieder van een andere planeet te komen. Wie even een blik werpt op het forum ‘ouders en school’ van de opvoedingssite Ouders Online, ziet dat ouders vaak niets snappen van de school of de leerkracht, of het nu gaat over het leesniveau van hun kind, over de plotselinge afschaffing van het Kerstrapport of over het belang van sociale vaardigheden (‘mag een kind het ook leuk vinden om eens iets alleen te doen?’).

aangevallen

Volgens Justine Pardoen, hoofdredacteur van Ouders Online, is het een groot probleem: ouders die zich misverstaan voelen, of niet gehoord. “Als je speciale aandacht vraagt voor je kind, ontstaat er al snel wrijving en miscommunicatie. De leerkracht schiet in de stress, voelt zich aangevallen of ziet een hoop extra werk op zich afkomen. Terwijl je gewoon een ouder bent die graag even wil praten, van gedachten wil wisselen met iemand die net als jij het goede voorheeft met jouw zoon of dochter. Dat menselijke aspect is helemaal uit het oog verloren.

School en ouders spreken een compleet andere taal, lijkt het wel. Want waar klagen leerkrachten over? De ‘perfectiedwang’ van ouders. Vraag je bijvoorbeeld aan Patricia Outshoorn (33), leerkracht van groep 3 op De Wijngaard in Hoofddorp wanneer het contact met ouders lastig verloopt, dan zegt ze: “Als een kind sociaal-emotionele problemen heeft, en ouders willen dat niet zien. Een vader die het wegwuift als je vertelt dat zijn zoontje schopt en slaat: ‘O, maar zo zijn jongens’. Ouders kijken vaak alleen naar de leerprestaties van hun kind. Als rekenen en taal goed gaan, kan er niets aan de hand zijn, denken ze. Terwijl ik dan duidelijk zie dat het kind niet happy is. En bijvoorbeeld beter een jaar kan overdoen. Ouders verzetten zich daar dan tegen, ze zijn erg gericht op het cognitieve.”

De wil om dat vreemde wezen, de ouder, beter te begrijpen, is er wel. Het aanbod aan nascholingscursussen ‘beter omgaan met ouders’ is enorm. De landelijke oudervereniging Ouders & Coo biedt ze aan, net als de onderwijsbond AOb, de vereniging van schoolleiders AVS en allerlei particuliere trainingsbureaus en onderwijsadviesdiensten als APS, CPS en KPC.

Deze woensdagmorgen volgen Patricia Outshoorn en haar twaalf collega’s van De Wijngaard zo’n cursus van CPS. Trainer Peter de Vries licht de psychologie toe van de ouder wiens gedrag soms vreemd en irrationeel kan lijken. Het is bijna altijd gewoon gezonde emotionele betrokkenheid, maakt hij duidelijk. “Mijn dochter van drie kwam laatst verdrietig thuis van de peuterspeelzaal. Een ander kind had gezegd dat ze ‘stomme staartjes’ had. Ik voelde blinde woede in me opkomen: ‘Wíe van die peuters heeft dat gezegd?!’. Een typische betrokken-ouder-reactie.”

Ouders die een moeilijke boodschap niet lijken te willen accepteren: ook dat is een volstrekt normale, natuurlijke reactie, vertelt De Vries. “Wie bijvoorbeeld te horen krijgt dat zijn kind niet goed meekomt in de klas, speurt eerst de omgeving af – school, klas, leerkracht – om na te gaan of dáár niet het probleem ligt. Als dat niet zo blijkt te zijn, zullen ouders alsnog bereid zijn om te accepteren dat er iets met hun kind aan de hand is.” Zo krijgen elf juffen en één meester een stoomcursus ouderkunde. Het is voor iedereen een volslagen nieuw terrein. Niemand heeft ooit eerder scholing gehad op dit gebied, afgezien van weleens iets over gesprekstechnieken. “Aan gesprekstechniekjes alléén heb je niets”, zegt De Vries. “Het helpt je niet om de ouder werkelijk te begrijpen.”

onbeholpen

Voor alle duidelijkheid: De Wijngaard is een doorsnee school in een doorsnee wijk in een doorsnee Nederlandse gemeente. De onbeholpenheid en de onzekerheid van de leerkrachten als het gaat om de communicatie met ouders, is overal. “Hoe krijg ik ’s morgens de ouders op tijd de klas uit?”, vraagt een leerkracht van een kleutergroep. “Ze reageren gewoon niet als ik zeg dat ik wil beginnen. Ik heb van alles geprobeerd, briefjes meegegeven aan de kinderen, maar ze hebben een bord voor hun kop.”

“Nee, jij bent niet duidelijk genoeg”, zegt De Vries. “De man van de Blokkerwinkel bij ons op het dorp heeft op vrijdagavond om klokslag negen alle klanten naar buiten geloodst. Vriendelijk maar beslist. Als jou dat niet lukt met ouders, ben je kennelijk bang om niet aardig gevonden te worden.”

“Zelfreflectie, het idee dat je goed met jezelf moet kunnen omgaan om goed met anderen te kunnen omgaan, is geen traditie in het onderwijs”, zegt De Vries na afloop. “Op dat gebied moet er veel gebeuren. Anders dan bijvoorbeeld sociaal-pedagogisch hulpverleners, leren pabo-studenten niet om in de spiegel te kijken. Een ander probleem is dat mensen die gekozen hebben voor het basisonderwijs, zich vaak niet voldoende hebben gerealiseerd wat hen te wachten staat. Ze willen leuk met kinderen werken, maar wat er allemaal nog meer bij komt kijken, zoals het contact met ouders, daar hebben ze niet bij stilgestaan. Ze hebben geen visie op het vak als geheel.”

De Vries heeft een harde boodschap: “Als je niet met ouders kunt omgaan, ben je geen goede leerkracht.” Justine Pardoen zegt hetzelfde, in andere bewoordingen: “Een goede leerkracht stuurt ouders niet het bos in. Hij voelt zich niet aangevallen als ouders een zorg of probleem hebben. Hij beseft dat ze vooral gehoord willen worden. Bovendien: docenten zijn niet meer dé professional op het gebied van onderwijs. Ouders zijn tegenwoordig vaak hoog opgeleid en goed geïnformeerd, en daarbij kennen zij hun kind het beste. Met een machtswoord iets regelen, dat kan echt niet meer.”

“Stel je kwetsbaar op”, luidt een van de adviezen van De Vries aan het team van De Wijngaard. “Open bijvoorbeeld een 10-minutengesprek met de vraag aan ouders of jij als leerkracht aan hun verwachtingen hebt voldaan.” De stilte die valt, verraadt lichte verbijstering. “Hébben ouders dan een verwachting?”, vraagt iemand. Een ander zegt: “Ik zou het heel erg moeilijk vinden om dat te vragen.” Toch doen, bezweert De Vries. “Anders word je besproken aan het schoolhek. Wat je binnen doet, krijg je buiten terug.”

Aan het eind van de trainingsochtend vertelt Patricia Outshoorn dat ze als ‘jong juffie’ tijdens oudergesprekken vaak gedacht heeft: ‘wie ben ik om eventjes te gaan vertellen hoe het met jullie kind gaat?’ “Nu heb ik dat niet meer zo, maar het idee dat je je kwetsbaarder moet opstellen, en moet vragen wat ouders nu eigenlijk verwachten, vind ik erg goed. Dit soort dingen hadden we op de pabo moeten leren.”