BEATRIX

Volgende maand viert koningin Beatrix haar 70ste verjaardag. De vorstin heeft zo haar eigen ideeën over de wijze waarop zij wordt afgebeeld: gedurfd als het om postzegels gaat, behoudend bij foto’s. Waarom, vraagt Reinildis van Ditzhuyzen, neemt Beatrix geen voorbeeld aan de Britse vorstin Elizabeth, die jaarlijks voor gelauwerde fotografen poseert?

De koningin is overal. Je kunt haar niet ontwijken. In gemeentehuizen, rechtbanken, scholen en andere gebouwen kom je haar tegen, geschilderd, gebeeldhouwd, gefotografeerd of anderszins uitgebeeld. Bovendien houdt iedereen, monarchist of republikein, haar ook nog eens dagelijks vast via postzegel of euro. Zij is ons dus zeer vertrouwd.

Maar wat zien we eigenlijk bij het bekijken van officiële portretten waarvoor zij geposeerd heeft?

Het spreekt vanzelf dat onze vorstin eigen ideeën heeft over de wijze waarop zij afgebeeld wordt, en daarmee vooral hoe zij door ons gezien wil worden. Een portret is immers meer dan een goedgelijkend gezicht, het is ook een boodschap, het zegt iets over haar. Zaken als: hoe is zij gekleed? Hoe kijkt ze? Wat is de omgeving? Welke attributen omringen haar? zijn veelzeggend. Belangrijk is ook wie haar mogen vereeuwigen.

Vanaf haar geboorte zijn talrijke officiële portretten van onze binnenkort zeventigjarige vorstin gemaakt. Deze publieke zichtbaarheid gaat terug op een eeuwenoude traditie. De Romeinse keizers lieten zich al graag portretteren, gebeeldhouwd of op munten. Met zorg kozen zij hun beeltenissen, die geschikt waren om propaganda te maken en hun macht te tonen.

Hun voorbeeld wordt sindsdien uitbundig gevolgd. Tot op de dag van vandaag laten vorsten, pausen, presidenten en andere heersers hun gezichten graag aan hun volk zien. Vooral tirannen overspoelen hun onderdanen met – doorgaans smakeloze – portretten ter meerdere eer en glorie van hun regime. Denk aan lieden als Stalin, Saddam Hussein, Kim Il Sung en vele anderen.

Oranjes

Ook de Oranjes deden – en doen – mee aan deze beeldcultuur. Alleen van Beatrix’ verre voorvader prins Willem i van Oranje zijn al ruim driehonderd portretten bekend. Diens zoons Maurits en Frederik Hendrik wilden hun heldhaftige en roemrijke status benadrukken en lieten zich daarom als geharnaste veldheren met commandostaf vereeuwigen. Later wilde Frederik Hendrik graag ‘horen’ bij de Europese vorstenfamilies en liet zich daartoe als voorname prins met passende attributen afbeelden. De Oranjes zetten dit beleid voort en lieten zich in de 19de en 20ste eeuw als symbool van de staat veelal afbeelden met koninklijke attributen of op anderszins traditionele wijze.

Koningin Beatrix pakt het anders aan. En zij durft, zoals direct na haar troonsbestijging (1980) bleek bij de presentatie van de nieuwe munt en postzegel. Beide breken met de traditionele vormgeving. Bij de gulden (nu euro) was voor het eerst een industrieel vormgever, Bruno Ninaber van Eijben, betrokken. Het resultaat is opmerkelijk: we zien de mens Beatrix geabstraheerd tot een symbolische weergave van het staatshoofd Beatrix. Er kwam flink wat commentaar op de ‘halve koningin’, die ‘om een hoekje kijkt’ of ‘aan het rugzwemmen’ is. Al even spraakmakend was de nieuwe postzegel, waarop kunstenaar Peter Struycken de beeltenis van de koningin in een onregelmatig patroon van punten heeft gevat.

Vernieuwend waren voorts diverse in opdracht vervaardigde portretten: een stoere koningin op de zeefdruk van Marte Röling, Beatrix in opwaaiende jas op een monumentaal doek van Herman Gordijn (zie foto links), met losse lok op de ‘staande tekening’ van Jeroen Henneman (zie pagina 74).

Deze portretten laten zien dat koningin Beatrix een duidelijke opvatting heeft over de manier waarop ze haar eigen beeld wil ‘neerzetten’. Ze kiest voor sobere en functionele, maar intrigerende en verrassende portretten, die de spanning tussen de verbeelding van het koningschap en het individu van de koning verenigen: vorst en vrouw, functie en persoon, afstand en nabijheid, symbool en mens, of, zoals ze zelf zei, dignitas en humanitas (koninklijke waardigheid en menselijkheid).

Juwelen

De vorstin heeft dus gezorgd voor een stijlbreuk betreffende haar beeltenis. Overigens niet helemaal, want de gebruikelijke staatsieportretten met alles erop en eraan (avondkleding, juwelen, ordelinten en versierselen) worden nog altijd vervaardigd. Zij zijn nodig om de continuïteit, de traditie en de allure van de monarchie te onderstrepen.

Opmerkelijk is echter dat de vorstin behoudend is voor wat betreft het fotografisch portret. Sinds jaar en dag poseert zij voor traditionele fotografen, die vakkundige foto’s maken, die echter zelden overrompelen. Een uitzondering bevestigt deze regel. In 2000 mocht de Belg Stephan Vanfleteren de koningin fotograferen voor zijn serie van Honderd Hollandse hoofden. Omwille van de uniformiteit deed hij iedere geportretteerde – dus ook de koningin – een zwarte doek om de hals, zodat de kledij geen sociale achtergrond kon verraden en iedereen gelijk was voor de camera. Ofschoon de koningin zich met die zwarte doek om ‘voelde als een Romanov vlak voor de onthoofding’, was het resultaat een indringende sterke foto.

Maar hier lijkt het bij te blijven, want volgens Chris Breedveld, directeur van de Rijksvoorlichtingsdienst, gaat het de koningin ‘bij portretfoto’s om een portret van haar en niet om een kunstuiting. Daar zijn andere middelen voor.’

Beatrix’ Britse collega Elizabeth II denkt hier anders over. Vrijwel jaarlijks poseert zij voor fotografen van naam en faam, die ware kunstwerken afleveren.

Bij haar gouden regeringsjubileum (2002) liet zij zich zelfs door tien beroemde fotografen portretteren. Een hunner, de van oorsprong Australische Polly Borland, spijkerde de vorstin met haar fiitslicht als het ware vast aan een wand van gouden lovertjes. En dit jaar mocht de veelgelauwerde Amerikaanse fotografe Annie Leibowitz, bekend van haar foto’s van rocksterren, de koningin fotograferen ter gelegenheid van haar bezoek aan de Verenigde Staten. De resultaten zijn spectaculair (zie www.britainusa.com, zoekterm ‘Leibovitz’).

Elizabeths aanpak leidt tot een combinatie van formele, ontspannen en gestileerde portretten, die toont hoeveel contrasterende stijlen en benaderingen de fotografie bevat. Op de jaarlijkse fotomanifestatie in Arles was dit afgelopen zomer goed te zien. Een overzichtstentoonstelling van fotoportretten van Elizabeth ii was er dé grote trekpleister en daarmee het gesprek van de dag.

Majesteit!

Zou, met dit Brits-koninklijke voorbeeld voor ogen, het inzetten van één of meer artistieke fotografen niet toch het overwegen waard zijn? De Nederlandse fotografe Viviane Sassen (geboren 1972), winnaar van de prestigieuze Prix de Rome 2007, zegt hierover: ‘De koningin heeft een sympathiek, symmetrisch gezicht; dat werkt goed op foto’s. Hoewel ik haar houding ten aanzien van haar officiële portretfoto’s wel begrijp, denk ik dat moderne fotografie een interessante nieuwe kijk op haar zou kunnen opleveren. Ook zou het zorgen voor diversiteit.’

Zelf is Viviane Sassen vooral geïnteresseerd in het iconografische van de koningin. ‘Daarom zou ik de abstracte kenmerken van haar vastleggen, zoals Peter Struycken dat heeft gedaan. Sculpturale vormen en silhouetten spreken mij aan. Ik zou dus kiezen voor een meer stilistische dan realistische benadering.’

Gelukkig kent ons land tal van interessante fotografen (Rineke Dijkstra, Koos Breukel, Erwin Olaf, Inez van Lamsweerde), zodat een keuze niet moeilijk zal zijn. M

Reinildis van Ditzhuyzen is historica. Zij schreef diverse boeken over de geschiedenis van het Huis van Oranje.

Bob van der Vlist is freelance fotograaf.