Amerika is een strenge vader, Europa een zorgzame moeder

In Amerika staat de vraag centraal wat immigranten kunnen bijdragen aan hun nieuwe vaderland.

Youssef Azghari en Manfred Wolf

Azghari is docent aan de Hogeschool Avans in Den Bosch en Breda, en auteur van ‘Cultuurbepaalde communicatie’. Wolf is emeritus hoogleraar Engels aan de San Francisco State University en columinst van de San Francisco Chronicle.

Steeds vaker hoor je in Europa dat Amerika hét voorbeeld is waar immigranten het snelst en het beste integreren. Meestal wordt dan verwezen naar de succesverhalen van Amerikaanse immigranten.

Door de harde Amerikaanse opstelling en het daaraan gekoppelde jaarlijkse quotum voor het verstrekken van green cards weten de gelukzoekers precies waar ze aan toe zijn. Op het moment dat miljoenen immigranten vanaf het einde van de negentiende eeuw per boot op Ellis Island in New York aanmeerden werd hen meteen duidelijk wat Amerika van hun verwachtte. De massale stroom van nieuwe immigranten hoefde niet op steun te rekenen van de Amerikaanse overheid. Zij waren tenslotte uit eigen beweging gekomen om een nieuwe toekomst op te bouwen. Dit verschilt met Europa waar veel immigranten actief zijn geworven.

Deze zoek-het-zelf-maar-uit-houding is tot op heden niet veranderd. In het land waar vrijheid de heiligste waarde vormt is ieder individu zelf verantwoordelijk voor zijn geluk en broodwinning. Deze opstelling zal vooral immigranten die uit een groepscultuur komen een cultuurschok bezorgen. Maar naast dit nadeel biedt zo’n opstelling natuurlijk nieuwe kansen voor avonturiers, ondernemers en mensen met talent. Centraal staat dan ook wat ze kunnen presteren en bijdragen aan hun nieuwe vaderland. Zowel hun socio-economische, culturele of religieuze achtergrond als hun vluchtverhaal, vanwege politieke of economische redenen, zijn van minder belang. Ze moeten het vanaf de eerste dag zien te rooien.

In tegenstelling hiermee zijn in het rijkste deel van Europa, Duitsland, Frankrijk en Nederland, in de jaren zestig de gastarbeiders rondom de Middellandse Zee gevraagd om te komen werken in hun fabrieken. Nederland heeft Marokkaanse immigranten gehaald uit het armste deel van Marokko, het Rifgebergte. De gastarbeiders die naar Europa mochten waren arbeiders voor de lopende band, niet geschikt voor Marokkanen met brains. Meestal waren ze afkomstig uit de laagste sociaal- economische klasse met nauwelijks opleiding. Analfabeten met als voorland ongeschoolde banen. Het gevolg is dat in Europa een invloedrijke intellectuele moslimelite, die de achterban helpt met het zoeken van een nieuwe identiteit, geheel ontbreekt.

Hoe anders is dat in Amerika waar moslims meestal uit een goed milieu komen. Zij hadden anders dan de gastarbeiders in Europa geld achter de hand en een goede opleiding achter de rug. Maar wat ook hun achtergrond is, op het moment dat immigranten in Amerika deelnemen aan de arbeidsmarkt, ontwikkelen ze zich als goede Amerikaanse burgers. Ook dat verschilt met wat we in Europa zien. Ongeacht hun verblijf worden immigranten voor eeuwig als allochtoon betiteld. Wellicht verklaart dat waarom ze zich minder snel geaccepteerd voelen.

Amerikaanse moslims verdienen vaker dan hun moslimgenoten in Europa een modaal inkomen. Dat ligt zelfs hoger dan dat van Afro-Amerikanen en Hispanics. Er zijn talrijke voorbeelden van Amerikaanse moslims die deel uitmaken van welvarende milieus. Zo leven alleen al in de San Francisco regio duizenden Amerikanen van Afghaanse afkomst in de wijk Fremont. Een andere grote gemeenschap van Arabisch-islamitische Amerikanen met wie het goed gaat, heeft zich gevestigd in het stadje Dearborn, Michigan.

In Europa zijn zulke welvarende wijken waar moslims bij elkaar leven nergens te bekennen. Meestal wonen moslimmigranten in slechte buurten. Zo zie je in Frankrijk zowel de oudste als nieuwste immigranten vaak in verpauperde buitenwijken van bijvoorbeeld Parijs wonen. In Nederland zijn de meeste immigranten te vinden in verloederde wijken in grote steden als Amsterdam of Rotterdam – met alle etnisch getinte problemen van dien.

Een ander groot verschil betreft de vraag hoe identiteit wordt beleefd en ervaren. De Amerikaanse cultuur is minder vast omschreven, er zijn diverse manieren waarop je je Amerikaan kunt voelen. Als Ahmed en Yasmina een baan hebben, in een leuk huis wonen, hun schoolgaande kinderen fatsoenlijk opvoeden en niet in al te grote problemen terechtkomen worden zij gewoon als Amerikanen gezien. Het feit dat ze meedoen aan de vastenmaand Ramadan, dagelijks naar de moskee gaan of dat Yasmina een sluier draagt maakt niet dat ze minder Amerikaan zijn.

Deze flexibele houding ten aanzien van wat het inhoudt om Amerikaan te zijn stoelt op de gedachte dat de Amerikaanse cultuur sterk genoeg is om invloeden van buitenaf het hoofd te kunnen bieden. Amerikanen gaan ervan uit dat hun wereldwijde macht en waardenoriëntatie op het gebied van taal, trends, popcultuur, films, dominant zullen blijven.

In grote families waar enkele leden afwijken van de norm vinden vanzelfsprekend irritaties en botsingen plaats. Zij zullen echter sneller worden geaccepteerd dan bij kleinere families. Europese culturen zijn net als kleinere families, hechter en homogener van aard dan de Amerikaanse. Dat maakt dat vreemde eenden in de bijt vaker uit de boot vallen.

Natuurlijk is er bij tijd en wijle ook sprake van een culturele botsing of ontstaat er weleens een ongemak of meningsverschil tussen Amerikanen met verschillende culturele achtergronden. Maar dat is te vergelijken met de woordenwisseling en strijd die elke ouder heeft met zijn opgroeiende kinderen. Zulke onenigheden verdwijnen met de tijd. De geboorte van een nieuwe identiteit gaat immers gepaard met pijnlijke weeën.

Als we even in deze familiemetafoor blijven dan gedragen de Verenigde Staten zich ten aanzien van de immigranten als een strenge vader en Europa als een zorgzame moeder. De vader wil zijn kind opvoeden om problemen die het tegenkomt zelf op te lossen en dat het zijn eigen weg volgt. De moeder wil graag de zorg overnemen en haar waarden en normen overdragen. Zo bekeken is de vader strenger, doch minder strak met het opleggen van zijn normen op het kind. De moeder is socialer, maar tolereert geen afwijkend gedrag van haar kind.

De kans op onverschilligheid en betutteling ligt bij respectievelijk de vader en de moeder op de loer. Het kan dus geen kwaad als de vader socialer wordt en de moeder flexibeler. Europa heeft met de introductie van de blauwe kaart voor kennismigranten in 2008 alvast een voorschot genomen op deze vaderrol. Hier volgen de Europeanen het Amerikaanse voorbeeld. Daar is een grote vrijheid in diversiteit vereist om te komen tot versterking van de eigen identiteit.