AL GORE

Al Gore, klimaatgoeroe en ‘vroeger de volgende president van de Verenigde Staten’, ontvangt maandag 10 december de Nobelprijs voor de Vrede. Romanschrijver Christiaan Weijts stelt zich voor hoe Gore zich voorbereidt op zijn reis naar Oslo.

Een portret van een man tussen idealisme en eerzucht.

Zondag 9 december 2007. Lynwood Boulevard in Nashville, Tennessee, is een lange, statige laan, van het soort waar films vaak krantenjongens doorheen laten fietsen als opening shot. Het is acht uur ’s ochtends. Op nummer 312 pronkt een wit huis in koloniale stijl. Binnen zit Al Gore aan het hoofd van de eettafel.

Hoe ontbijt iemand de dag voordat hij de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst gaat nemen? Waarschijnlijk precies zoals elke andere dag, en zoals de The New Yorker het drie jaar terug beschreef. Zijn persoonlijke kok brengt roereieren, spek en geroosterd brood, en vult zijn koffiemok, waarop Gore reageert: ‘Thanks, Dwayne.’

Zijn vrouw Tipper is nog elders in huis bezig, maar hij kan haar niet kan horen. Hun huis is 900 vierkante meter groot. De woning is ongeveer honderd jaar oud en is in 2000, nadat Al Gore de slag om het presidentschap verloor van George W. Bush, verbouwd. 2,3 miljoen dollar heeft dat gekost. Vanuit het raam van haar kleedkamer kijkt ze uit op het langgerekte verwarmde zwembad in de tuin.

Hun energieverbruik is maar liefst twintig keer zo hoog als dat van een gemiddeld Amerikaans huishouden. Over 2006 betaalden ze zo’n kleine 30.000 dollar aan gas en elektra, zo maakte het Tennessee Center for Policy Research op uit de energierekeningen. De beschamende informatie kwam in het nieuws op een ongelukkig tijdstip: daags na het ontvangen van een Oscar voor An inconvenient Truth. Met die film zou Gore zijn nieuwe identiteit vestigen. Vanaf nu was zijn naam synoniem met global change. Oslo verguldt dit imago morgen voorgoed.

Adepten en navolgers melden zich uit alle contreien. Van Leonardo di Capri (hij gaat een eigen klimaatfilm maken) tot Arnold Schwarzenegger (hij sprong samen met Al op de bres in de klimaatcampagne van de Verenigde Naties). Van Jan Peter Balkenende (die zich vanaf het zien van de film al fan verklaarde) en Nicolas Sarkozy (die zich als ‘groene’ president wil profileren, waar Al hem eind oktober de hand voor kwam schudden) tot kroonprins Willem-Alexander (die onlangs in India de westerse luxe en milieuvervuilende levensstijl hekelde).

De zorg om de klimaatsverandering is een mondiale beweging geworden waar geen enkele acteur, politicus, popster of anderszins publieke figuur zich nog met goed fatsoen afzijdig van kan houden. Of Gore’s milieu-evangelie wel of niet klopt, lijkt niet langer ter zake te doen, ‘Al Gore’ is de merknaam van een nieuw moreel kompas, een nieuw ethisch keurmerk. Zelfs notoire tegenstanders van de Democraten, zoals de Amerikaanse christelijk-rechtse kerkgenootschappen, beginnen zich van het milieubeleid van de regering-Bush af te keren.

Niettemin klinken er ook nu dissonanten in het mediakoor. Veel kranten en zenders zijn niet te beroerd om zich vrolijk te maken over een uitspraak van de Britse Hoge Raad van begin oktober. Gore’s film mag op Britse scholen alleen nog maar vertoond worden met de waarschuwing dat de film partijdig is. Negen fouten, volgens sommige media elf, zou de film bevatten.

Albert I, II en III

‘Dwayne, is er nog koffie?’ De Nobelprijslaureaat is naar de foto’s op de schoorsteenmantel gelopen. Om zijn vader te zien. Voorafgaand aan elke grote gebeurtenis kijkt hij naar zijn vader. ‘Mijn vader was mijn held’, schreef hij in het boek Een ongemakkelijke waarheid (2006). ‘Ik keek tegen hem op en wilde zijn zoals hij.’ Gore ziet zichzelf als schakel in een dynastie van machtdragers.

In het dankwoord van zijn laatste boek dankt hij zijn vier kinderen, onder wie ‘Albert Gore iii’. Deze jongste telg is afgelopen zomer gearresteerd toen hij met meer dan 160 km per uur door Californië scheurde, onder invloed van marihuana. Vier jaar daarvoor was hij ook al gepakt met marihuana, in 2002 reed hij dronken bij een militaire basis rond, in 2000 reed hij 150 km per uur in North Carolina.

Al Gore’s oog blijft haken bij een foto genomen tijdens zijn afstuderen, juni 1969. De 59-jarige Al Gore kijkt een stralende 21-jarige versie van zichzelf in de ogen. Toen al was hij vastbesloten om president van de Verenigde Staten te worden. Aan studiegenoten op Harvard, waar hij bestuurskunde studeerde, had hij zijn ambitie toevertrouwd. Zijn scriptie ging over de groeiende invloed van de televisie bij presidentsverkiezingen. Beeld- en lichaamstaal werden steeds belangrijker dan logica en rede, zo constateerde hij. Daar had hij aan moeten denken tijdens het eerste televisiedebat met George W. Bush tijdens de verkiezingscampagne in 2000, toen Gore met zijn gezucht een slechte indruk achterliet bij de kijkers. ‘Die scriptie heeft me dus niet veel opgeleverd’, verzucht hij nu ironisch in De aanval op de redelijkheid, dat dit jaar verscheen en waarin hij het beleid van zijn aartsrivaal hard aanvalt.

Dwayne Kemp vult zijn kop bij. ‘Alstublieft, meneer de vice-president.’ Al sinds hij onder Bill Clinton in het Witte Huis werkte (1993-2001), is Kemp zijn kok, en hij blijft hem ‘mister vice-president’ noemen. Sommigen spreken hem zelfs aan met ‘mister President’. Een ironisch knipoogje, zoals veel sinds de nederlaag van 2000 in ironie is verpakt.

‘Hallo, ik ben Al Gore. Ik was vroeger de volgende president van de Verenigde Staten.’ Zo begon hij de eerste jaren van het nieuwe millennium steevast de lezingen die hij gaf in het land. Lachers gegarandeerd, waarna hij het volgende grapje erin kon koppen: ‘Zo grappig vind ik dat niet.’ Nieuw lachsalvo, maar beide oneliners waren beslist geen leugens.

50.999.897 stemmen had Gore behaald. Meer dan Bush, maar toen voltrok zich het drama van Florida, waar twee maanden van hertellingen en procedures het land en de wereld in verwarring hielden en uiteindelijk Bush als winnaar werd aanwezen. Gore probeerde nog zijn gelijk te halen bij het Hooggerechtshof, maar op 12 december 2000 besloot dit dat er geen hertelling meer kwam. De nederlaag was een feit.

Wrok

Gore had ervoor kunnen kiezen om zijn wrok over de gang van zaken breed uit te meten op televisie. Dat deed hij niet. Hij dacht aan de grote Albert i, die 1970 een nederlaag leed bij de Senaatsverkiezingen en sprak: ‘Wat betreft de strijd die vanavond wordt beëindigd, ben ik ervan overtuigd dat, zoals mijn vader ooit zei, een nederlaag – hoe groot die ook mag zijn – net als een overwinning de ziel kan vormen en een bron van grootsheid kan worden.’

Doet hij alsnog een gooi naar het Witte Huis in 2008? Hij blijft het ontkennen. Maar sinds hij de Nobelprijs heeft gekregen beginnen de Democraten aan te dringen. ‘Amerikanen uit elke hoek van onze natie doen een beroep op u’, paait de petitie op DraftGore.com. Volgens een peiling van televisiezender cbs scoort Gore tweede als kandidaat voor de Democraten. Terwijl hij toch overduidelijk gemaakt heeft die beker aan zich voorbij te willen laten gaan. Tegen de Noorse televisiezender nrk verklaarde hij na het bekendmaken van de Nobelprijs: ‘Ik heb geen plannen om opnieuw kandidaat te zijn. Ik voer een heel andere campagne, een campagne om de opvattingen van mensen in de hele wereld ten aanzien van de klimaatcrisis te veranderen.’

Zie hier de grootsheid waar de nederlaag zijn ziel toe heeft gevormd: de Nobelprijs voor de Vrede! Hij zou willen dat zijn vader, wiens portret hij nu ziet – het profiel van een Romeinse staatsman, met zijn strenge ogen en zijn heerszuchtige neus – er getuige van kon zijn. Toen de vrouw van Albert i nog in verwachting was van Albert ii, drong vader Gore, toen senator, er bij de Tenessean op aan dat de krant de geboorte van een eventuele zoon groot zou brengen. ‘well, mr. gore, here he is, on page 1’, luidde de opening van de krant toen het zover was.

Een loopbaan naar de politieke top was wat van Al junior verwacht werd. Letterlijk vanaf zijn geboorte lag die last al op zijn schouders. In 1984 evenaarde hij zijn vader door senator te worden. Vier jaar later stelde hij zich kandidaat als president. Vermoedelijk was Gore er zo vlot bij omdat hij wilde dat zijn vader dit nog zou meemaken. De gooi naar het Witte Huis was nog even te vroeg, maar in 1992 vroeg Bill Clinton Gore als vice-president. Gore senior stierf in 1998, kort voor zijn 91ste verjaardag. In elk geval op tijd om de nederlaag van Albert ii tegen Bush niet mee te hoeven maken.

Al Gore zegt nu luid tegen de foto: ‘Zo, meneer Gore, daar is hij dan, de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede!’ En iets zachter: ‘Net als Theodor Roosevelt!’

‘Wat is er met Roosevelt?’ Tipper is de kamer binnengekomen. Ze heeft hun twee koffers in de gang gezet.

‘Niks, Tippy. Tippy Tippy Tip.’ Hij zingt het kinderversje waarnaar ze is vernoemd en kust haar, weliswaar niet zo hartstochtelijk als voor het oog van de camera – de kus in Los Angeles tijdens de presidentsverkiezingen is legendarisch geworden – maar toch. Tipper zegt: ‘Kom, we moeten gaan. De auto staat klaar.’

The Ozone Man

Gore heeft een goed gevulde garage. Drie jaar geleden kocht Gore een zwarte Cadillac, ook staat er nog een Mustang uit 1965 (een Valentijnscadeautje voor Tipper), maar nadat hij een snelheidsboete kreeg toen hij werd aangehouden in een milieu-onvriendelijke Lincoln, is Al Gore behoedzamer en rijdt hij louter nog in hybride auto’s, zoals de Toyota Prius waar ze nu in stappen.

Om Nashville International Airport te bereiken moeten ze een stuk door de natuur rijden. Vertrouwd terrein voor Al en Tipper, die een veehouderij van 36 hectare in Carthage hebben. Ook hierin imiteert hij zijn vader voorbeeldig. ‘Voor ik naar de middelbare school ging had ik de ongewone ervaring dat elk jaar in tweeën was verdeeld en dat die periodes zich afspeelden in twee totaal verschillende landschappen’, schrijft Gore in Een ongemakkelijke waarheid. ‘Omdat mijn vader als senator uit Tennessee in Washington werkte, woonde ons gezin acht maanden per jaar in een klein appartement: Fairfax Hotel, nr. 809.’

In de overige vier maanden, op een boerderij – ‘in de bocht van de heldere, sprankelende Caney Fork rivier’ – leerde hij de natuur kennen en werd naar eigen zeggen zijn ‘instinct om het land te beschermen en te herstellen’ geboren. Of liever: op hem overgedragen door, alweer, zijn vader.

‘Hij leerde me hoe ik het prille, nauwelijks zichtbare begin van een erosiegeul kon herkennen, het werk van wegstromend regenwater in de omgewoelde grond van geploegd land. Hij liet me zien hoe ik met stenen of takken het water van kleine stroompjes kon verdelen zodat ze niet nog meer aarde zouden wegslijpen.’

Als tweede inspiratiebron noemt Gore de klimatoloog Roger Revelle, die als een van de eersten wees op het verband tussen CO2 en de opwarming van de aarde. ‘Toen ik tot Congreslid werd verkozen, hielp ik bij het organiseren van de eerste hoorzitting van het Congres over de opwarming van de aarde. Ik nodigde Revelle uit als hoofdgetuige. Ik was ervan overtuigd dat zijn heldere betoog de ogen van mijn mede-Congresleden zou openen, zoals destijds bij mij gebeurde.’

‘Ik zat er helemaal naast. Tot mijn verrassing en teleurstelling kwam de urgentie van het probleem gewoon niet over. (...) En ook nu stuit ik op dezelfde barrières. Toch laat ik het er niet bij zitten.’

Dezelfde barrières. Gore ondervond ze ook na de publicatie van zijn eerste boek over milieuproblematiek, Earth in Balance (1992). George W. Bush bezorgde Gore tijdens de verkiezingsstrijd tegen Clinton de bijnaam ‘The Ozone Man’ en opperde: ‘This guy is so far out in the environmental extreme we’ll be up to our necks in owls and outta work for every American.’ En: ‘Hij houdt van elektrische auto’s, maar houdt gewoon niet van het maken van elektriciteit.’

Ongemakkelijk vonnis

Halverwege de rit naar het vliegveld, schakelt Tipper de autoradio aan. Ze luisteren twee minuten, totdat een presentator op gretige toon begint over ‘the inconvenient verdict for Al Gore...’ Uiteraard gaat het over de ongemakkelijke uitspraak van de Britse Hoge Raad in oktober dit jaar. Het gedonder begon allemaal toen de vader van een scholier een procedure begon omdat hij Gore’s film niet meer op scholen vertoond wilde hebben. Het ministerie van Onderwijs had vierduizend dvd’tjes naar Britse scholen gestuurd. Hersenspoeling door de Labour-partij, vond de vader.

De Hoge Raad hield een hearing. De vader en diens advocaat namen de Australische wetenschapper prof. Robert Carter mee. Namens de overheid trad klimatoloog dr. Peter Stott op. Een gênante uitkomst volgde. Negen, aanvankelijk zelfs elf, fouten had Gore gemaakt.

‘Let op: deze film bevat onjuistheden en overdrijvingen!’

Zo’n soort waarschuwing moeten leraren voortaan voorafgaand aan de klassikale vertoning van de film laten horen. De Britse overheid heeft inmiddels een vijftig pagina’s tellende handleiding opgesteld voor leraren die de film willen tonen. De voornaamste blunder van Al Gore is de bewering dat de zeespiegel binnenkort meters gaat stijgen. Zes meter hoge golven laat de film zien. Voor de Nederlandse kijker was het even slikken: alleen wat stukjes Brabant, Limburg en Gelderland werden niet door het water verslonden.

Onjuist, oordeelde de Britse rechter, op basis van de twee gehoorde deskundigen. De zeespiegelstijging is al anderhalve eeuw constant. De komende honderd jaar zal het water met hooguit 40 centimeter stijgen, concluderen ook de wetenschappers van het klimaatpanel ipcc, waarmee Gore de Nobelprijs deelt.

Orkaan

Dat de warme Golfstroom door de opwarming van de aarde stil zou komen te liggen, is eveneens onwaar.

Evenmin zijn de orkaan Katrina – waarvan de film extreem emotionele beelden toont –, de opdroging van het Tsjaadmeer, de smeltende sneeuw op de Kilimanjaro en het verdwijnen van planten- en dierensoorten toe te schrijven aan de koortsaanval van de planeet. Het ijs op Groenland zal, volgens de wetenschappers, de komende duizenden jaren niet smelten. Op de Zuidpool is het de laatste tijd juist kouder geworden in plaats van dat, zoals Gore stelt, het ijs er smelt. De vier ijsberen die volgens de film verdronken door smeltend poolijs, waren in werkelijkheid slachtoffers van een hevige storm. Gore had de studie waarop hij zich baseerde verkeerd gelezen.

Onder klimatologen lagen veel van Gore’s claims van meet af aan al onder vuur. De meest fanatieke scherpschutter was klimaatscepticus Bjørn Lomborg. Het omstreden boek van de Deense statisticus en oud-directeur van een milieu-instituut is getiteld The Skeptical Enviromentalist.

cnn-weerman Rob Marciano reageerde daags na het Britse vonnis: ‘Eindelijk, eindelijk’, en daarna sarcastisch: ‘De Oscars, die geven ze ook voor fictiefilms.’ Onze eigen Erwin Kroll deed ook een duit in het zakje en publiceerde Een warme wereld. Een positieve kijk op ons klimaat. En Salomon Kroonenberg, hoogleraar geologie aan de Technische Universiteit Delft maakte in het blad Opinio korte metten met Al Gore’s doemscenario’s, die hij kwalificeert als leugens en bangmakerij. ‘Iemand die zo weinig respect voor de waarheid heeft, verdient geen Nobelprijs voor de vrede. Want uit het zaaien van angst is nog nooit vrede voortgekomen. De Nobelprijs van Al Gore zal net zo misplaatst blijken te zijn als die van Arafat.’

De wetenschappelijke basis achter Al Gore’s missiewerk is, kortom, op z’n zachtst gezegd omstreden en op diverse punten feitelijk onjuist. Waarom brengt Gore het allemaal dan toch met zoveel stelligheid, volharding en zendingsdrang?

Twee mogelijkheden: Gore weet dondersgoed dat hij ernaast zit, maar verdoezelt dat bewust om zijn verhaal kloppend te krijgen, óf hij handelt te goeder trouw en doet zijn onjuiste beweringen meegesleept door een idealisme dat blinde vlekken schept. In het eerste geval schiet zijn integriteit tekort, in het tweede zijn intellect.

Lastig te zeggen wat het kwalijkste voor zijn reputatie is. Gore gaat immers prat op beide. In het openbaar en in zijn boeken presenteert hij zich zowel als man van eer en deugdzaam familiemens (de Lewinsky-affaire zorgde dan ook voor een breuk tussen de hondstrouwe Gore en de overspelige Clinton), alsook als intellectueel. In De Aanval op de Redelijkheid wemelt het van namen als Habermas, Plutarchus, Montesquieu en Aristoteles. Hij citeert zelfs een grote lap Kafka om de juridische misstanden van de regering-Bush onder de aandacht te brengen.

Een reactie op de Britse uitspraak heeft hij nog niet gegeven. Doorgaans wimpelt Gore inhoudelijke kritiek af met de mededeling dat deze uit de rechtse hoek komt. Maar nu zal hij daar niet meer mee weg komen. Hij heeft nog geen passend verweer bedacht, en hoopt dat journalisten hem in deze dagen zullen sparen.

Overgewicht

Het is redelijk rustig op het vliegveld, waar Al en Tipper nu zijn aankomen. Toch zullen ze nog veel tijd kwijt zijn aan inchecken en veiligheidscontroles. ‘Probeer je eens in mijn situatie te verplaatsen’, zei Gore in 2004 tegen The New Yorker. ‘Acht jaar lang ben ik met Air Force Two overal naartoe gevlogen en nu moet ik zelfs mijn schoenen uittrekken om een vliegtuig in te mogen.’

Goed, hij overdreef, in een poging om lollig te zijn, of liever gezegd: de pijn van de verkiezingsnederlaag te bedelven onder ironie. Want wie de getuigenissen over hem leest, krijgt het beeld van een eerzuchtig en gekrenkt man. Tony Coelho, Gore’s campagneleider in 2000 verklaarde achteraf aan The New Yorker: ‘Zo’n man heeft er zijn hele leven aan gewerkt om zijn enige droom waar te maken, president te worden van de Verenigde Staten. (...) Hij zal het gevoel hebben gehad dat hij op het punt stond de machtigste beleidsmaker ter wereld te worden, met ongeëvenaarde invloed, zowel op het Amerikaanse beleid als op de wereld als geheel, en daar is dan opeens niets meer van over. Probeer je eens in te denken hoe dat moet zijn.’

Zijn lichtgeraaktheid blijkt ook uit zijn moeite om met kritiek om te kunnen gaan. De Deense krant Jyllands-Posten (bekend van de cartoonrellen) wilde hem begin dit jaar – Gore was in Denemarken voor de promotie voor zijn film – interviewen samen met klimaatscepticus Bjørn Lomborg, een afspraak die al maanden vaststond. Eén dag van tevoren liet Gore weten dat Lomborg er niet bij mocht zijn. En een uur vóór het interview zegde hij de afspraak maar helemaal af.

Gore’s voornaamste twee drijfveren staan op gespannen voet met elkaar. Enerzijds is er de zucht naar erkenning, macht en eer, en anderzijds is er het uiteindelijk toch authentiek en oprecht aanvoelende idealisme. Tel die bij elkaar op, deel ze vervolgens door twee, en je komt aardig in de buurt van de Al Gore die we nu met een bagagetrolley over het vliegveld zien lopen.

Gore’s leven heeft altijd een gespletenheid gekend – die tussen Washington en een farm in de natuur, tussen het politieke middelpunt van de wereldmacht en het opofferen van jezelf voor een groter ideaal, tussen eerzucht en idealisme – en lijkt nu een vorm gevonden te hebben waarin die twee met elkaar verzoend kunnen zijn. Als Nobelprijsgelauwerde klimaatgoeroe heeft hij zowel wereldwijde invloed als de hoogste eer die er op aarde zo’n beetje te behalen valt.

‘Kunt u ons een glimlach geven, Mister President?’ Een fotograaf, met baseball cap op, komt uit de wachtende passagiers tot leven en richt een joekel van een camera op Gore. ‘Voor The Tennessean.’

Hij is er niet te beroerd voor. Per slot van rekening is dit de krant die hem bij geboorte een glanscarrière beloofde op de voorpagina, en hij schreef er zelf voor als militair journalist in Vietnam, in de jaren 1969-1971.

Hij probeert de foto voor zich te zien die morgen op voorpagina van The Tennessean zal sieren. Hij schaamt zich enigszins voor zijn overgewicht en hoopt dat ze hem toch nog enigszins flatteus in beeld weten te krijgen. Het zweet gutst van zijn voorhoofd en zijn tred heeft iets o-beenachtigs, omdat zijn bovenbenen zo dik zijn.

Van afvallen is de laatste weken minder terecht gekomen dan hij wilde. Hij weet dat de media zijn gewicht nauwlettend volgen. Begint hij met afvallen, zo fluistert men, dan is dat een teken dat hij zich toch aan het warmlopen is voor het presidentkandidaatschap.

De cameraflits laat een paarse vlek in zijn netvlies achter. ‘Dank u wel, Mister President.’

‘Het is Mister Nobel Prize van nu af aan’, zegt hij, nog altijd glimlachend, en ziet de letters haast gelijktijdig als krantenkop verschijnen. Dan zet hij koers naar het juiste gate.

Emotie-tv

Media. Naast macht en milieu is dit de derde rode draad in Gore’s leven. Hij richtte met zijn zakenpartner Joel Hyatt de zender Current tv op, die een brug slaat tussen televisie en internet. ‘Ooit, en misschien wel vroeger dan we denken, wordt er wellicht teruggekeken op televisie in zijn huidige vorm als een overgangstijdperk van het gedrukte woord en dat van het internet’, profeteert Gore in De aanval op de rede. Zijn missie: de media wereldwijd democratiseren en nog interactiever maken.

In hetzelfde boek klaagt Gore steen en been over het feit dat emotie-tv de inhoudelijke, rationele discussies dreigt te verdringen. Niettemin grijpt hij zelf ook graag naar pathos als stijlmiddel. Zie de volstrekt niet ter zake doende emotionele ontboezemingen in het boek Een ongemakkelijke waarheid over het auto-ongeluk van zijn zoontje, of over de dood van zijn zus Nancy. Niets hebben ze te maken met de opwarming van de aarde, ze dienen louter een retorisch doel en zijn het emotionele glijmiddel voor een volk dat graag traantjes wegpinkt en gewillig moet zijn om Al Gore als integer en menselijk te zien. Zie de geënsceneerde gepassioneerde kus aan Tipper in de verkiezingsstrijd. Zie de beelden van ontredderde Amerikanen na de orkaan Katrina in zijn film.

Gore schuwt de retoriek geenszins. Het doel heiligt de middelen, zal hij zichzelf vergoelijkend voorhouden. Waarbij het doel afwisselend de zorg om de planeet is en de eigen roem en eer.

Vanuit het vliegtuigraampje kijkt hij naar de oceaan, en stelt zich de aardbol voor. Ooit zou hij, zoals zijn vader wilde, de machtigste beleidsman zijn van deze aardbol. Bijna was hem dat gelukt. Toen wilde hij er de invloedrijkste milieuman van worden, en dat werd hij. In de toekomst zal hij ook nog de man zijn die het heilige manna van de interactieve media over de overhitte globe uitstort. Was hij niet de uitvinder van het internet? Nou ja, zo ongeveer, al kijkt hij wel link uit dit nog in het openbaar te zeggen, sinds Bush hem in de verkiezingsstrijd aanviel dat hij te veel over cijfers in plaats van mensen praatte: ‘Straks is hij niet alleen de uitvinder van het internet, maar ook van de zakjapanner!’

Hoe dan ook zal morgen het beeld van Albert Gore ii die de medaille bij de Nobelprijs voor de Vrede omgehangen krijgt zich over alle netwerken in de wereld verspreiden. Een overwinning die zijn ziel tot grootsheid vormt. Hij leest zijn speech nog een keer door.

Aankomst in Oslo, Noorwegen, uren later, maar door het tijdsverschil arriveert hij in er in de middag.

Tipper wil de dag doorbrengen in het Nasjonalgalleriet, om werken van Munch te zien. De Nobelprijswinnaar gaat niet mee en wandelt door de straten van Oslo, zijn hoofd half verborgen onder een sjaal. In Amerika kan hij nergens lopen zonder te ervaren wat veel beroemdheden dagelijks ervaren: het onderdrukte glimlachje dat ineens op alle gezichten van vreemden verschijnt. Hier is hij eindelijk anoniem.

Totdat een vrouw hem aanspreekt. ‘Mr. Gore?’ Het heeft geen zin het te ontkennen: hij is het, de Nobelprijswinnaar.

‘Ik werk voor het dagblad Aftenposten. Mag ik uw reactie horen op het oordeel van de Britse Hoge Raad over...’

Hij trekt zijn kraag verder op en zegt: ‘Sorry mevrouw, u moet u vergist hebben. Ik ben niet Al Gore.’

Hij loopt verder, en wil zijn handen tegen zijn oren drukken als in De Schreeuw van Munch. De snijdende kou lijkt hij te voelen op zijn skelet. Het is één uur ’s nachts lokale tijd als hij in zijn hotelkamer terugkomt en zich uitgeput op bed laat vallen. Morgen, weet hij, zal alles veranderen. M

Christiaan Weijts is schrijver en columnist. Met zijn romandebuut Art. 285b won hij vorig jaar de Anton Wachterprijs.

Bij dit artikel cartoons uit Amerikaanse kranten, die verschenen nadat de Nobelprijs aan Al Gore was toegekend.

[streamers]

‘Al Gore’ is de merknaam van een nieuw moreel kompas, een nieuw ethisch keurmerk.

Bush over Gore: ‘Hij houdt van elektrische auto’s, maar niet van het maken van elektriciteit.’

‘Iemand die zo weinig respect voor de waarheid heeft, verdient geen Nobelprijs voor de vrede.’

Gore klaagt over emotie-tv. Niettemin grijpt hij zelf ook graag naar pathos als stijlmiddel.