Agressie gemengd met vertier

Daniel Richter romantiseert zijn ruige verleden tot een ‘authentiek’ aandoende zelfkant van de samenleving.

Alle schilderkundige registers trekt hij open.

‘Fuck the Police’ staat op het leren jack van de man in Lonely Old Slogan, een schilderij dat de Duitse kunstenaar Daniel Richter (1962) vorig jaar maakte. De man met jack staart in een rioolbuis en aan zijn voeten ligt afval. Het doek hangt in het GEM, dat een groot overzicht toont van Richters werken van de laatste 12 jaar. Er hangen meer doeken met troosteloze rugfiguren in donkere stegen, maar op andere schijnen juist uitbundige lichten op dansende en vechtende nachtbrakers. Agressie en vertier liggen dicht bijeen in Richters wereld.

Krakers, punk en recessie – een bekend beeld van de jaren tachtig. Je hoeft er niet bij te zijn geweest om de subcultuur te herkennen die ex-punker Richter schildert. Zijn paarse drieluik van een luchtgitaarspelende man tussen stadsruïnes had zo van Rainer Fetting kunnen zijn, die 25 jaar geleden in Oost-Berlijn noisemuziek à la Einstürzende Neubauten omzette in harde verfstrepen. Toen underground, nu zijn Fettings doeken onbetaalbaar – net als die van Richter.

Punk en kunst verhouden zich niet gemakkelijk. De oorspronkelijke in vuilniszakken gehulde punkers verdoemden God en de wereld en ze bezongen ziekte en zelfdoding. Daar zat niets van schoonheid in. Door de gevestigde orde te verwerpen was de punk verwant aan het al even sociaal-kritische Situationisme. Een museale tentoonstelling van grote schilderijen die goed verkopen, verloochent dit alles. Maar zoals punk mode en lifestyle werd, zo weet ook Richter zijn ruige verleden te romantiseren tot een ‘authentiek’ aandoende zelfkant van de samenleving, in spetterende hallucinogene kleuren.

Punk keert zich af van verdiensten van de geschiedenis, Richter richt zich er juist op. Zijn metersbrede doeken ademen het theatrale van de verhalende historieschilderkunst. Het broeierige kampvuur van The Owner’s Historic Lesson van vorig jaar, doet denken aan Rembrandts samenzwering van Claudius Civilis. Richter leent succesnummers en combineert ze tot een grandioze eigen stijl. Hij gebruikt zware bomen als objecten op de voorgrond, om weidsheid en diepte te scheppen. En Richters personages wenden hun getormenteerde gezichten af, wat ooit een advies van Goethe was. Door in deze dramatische voorstellingen moderne stijlmiddelen te combineren – ijle en harde lijnvoering, figuratie en abstractie, zwart en fluor – trekt Richter alle schilderkundige registers open.

Punkmusici bezongen geen vrijheid, want dat geeft een vals gevoel van vrijheid aan de luisteraars die na het liedje nog steeds gevangen zitten in hun burgerlijke levens. Maar Richter overlaadt zijn publiek met valse gevoelens: drama, passie, schoonheid, mysterie. Musea en kunst zijn entertainment, zeiden de activisten uit Richters jeugd en precies zo benadert hij de kunst: als entertainment. Maakt hem dat een opportunist? Nee, hooguit een nihilist, of een realist. Richter heeft het gehad met links activisme, zegt hij, het is verworden tot holle sensatie. Een beetje punk ‘pept’ schilderijen lekker op. Tekenend is een interview in de catalogus waarin de ex-activist reageert op het woord ‘radical’: „Is dat een merk?”

Tentoonstelling

Daniel Richter

GEM, Den Haag. T/m 24 maart. www.gem-online.nl