Willem III: was half waanzinnig

Koning Willem III in 1881 met zijn dochter, de latere koningin Wilhelmina

Koning Willem III wilde geen koning worden, maar zat 41 jaar op de troon. Hij toonde zijn geslachtsdeel vanaf een balkon bij een hotelkamer.

Zelf wilde Willem III geen koning worden, maar toen het hem nadrukkelijk werd gevraagd in 1849 zei hij toch ja. En daarna vroeg hij aan zijn vrouw, Sophie van Württemberg: „Wat moet ik nu doen?” Dat Willem III op dit moment zijn vrouw om raad vroeg, is volgens Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra tekenend voor hun relatie. Sophie was slimmer en praktischer dan hij.

Aanvankelijk verloopt het koningsschap van Willem III nog soepel. Hij had zijn uiterlijk mee, en was groot en sterk, zoals past bij een vaderfiguur. De meeste Nederlanders bleven lange tijd onkundig van zijn vreemde buien, schrijven de auteurs. De geringe verwachtingen van Willem III hadden ook een voordeel, schrijft zijn moeder Anna Paulowna, „dat men prettig is verrast door alles wat hij tot dusver heeft gedaan”.

Maar niet lang na de troonsbestijging gaat het toch mis. De koning heeft veelvuldig woede-uitbarstingen en is onberekenbaar. In die eerste jaren beval hij onder meer het Binnenhof te belegeren en ministers te executeren. Oorlogsminister Weitzel beschreef hoe de koning op een balkon in Montreux zijn kamerjas opengooide om zijn geslachtsdelen te tonen aan passagiers van langsvarende boten. Ministers ontwikkelden, voor zover mogelijk, een manier van omgaan met de koning. J.R. Thorbecke, drie maal minister, had altijd twee pennen bij zich als hij de koning bezocht. De eerste pen werd door de koning meestal woedend door de kamer gesmeten. Hofdame Henriëtte van de Pol vroeg in een brief aan haar moeder: „Vindt u hem niet precies een gek?”

Waaraan Willem III precies leed, is moeilijk achteraf vast te stellen, zeggen Hermans en Hooghiemstra. Maar uit de gedetailleerde brieven van Henriëtte van de Pol en andere bronnen destilleren zij het beeld van een „gekwelde geest, die, ervan overtuigd dat zijn omgeving tegen hem samenspande, zichzelf overeind probeerde te houden door iedereen bang te maken”.

In 1877 stierf Sophie, en niet lang daarna ging Willem III op zoek naar een jonge en vruchtbare vrouw. Die vond hij in de twintigjarige Emma, dochter van de koning van Pyrmont. Willem III was toen zelf 61 jaar oud, maar volgens zijn lijfarts fysiek sterk en zelden of nooit ziek. Omdat Willem III het met geen van zijn drie zoons goed kon vinden, hoopte hij op een nieuw kind, dat hem zou kunnen opvolgen. In 1880 beviel Emma van een dochter, de latere koningin Wilhelmina. En dat kwam goed uit, want de zoons uit het eerste huwelijk van Willem III, met Sophie, waren alle drie al overleden toen hun vader stierf. Wilhelmina was toen tien jaar oud. In 1898 werd zij koningin der Nederlanden.