Een verlangen naar geborgenheid

De angst voor ommuurde woonwijken, zoals in de VS, is onterecht. Maar besloten wonen rukt wel op in Nederland, constateert het Ruimtelijk Planbureau.

Hofjes, woonkastelen en andere vormen van besloten wooncomplexen zullen de komende jaren steeds meer in Nederland worden gebouwd. Maar dit zal niet leiden tot ‘Amerikaanse toestanden’: de vrees dat ook Nederland binnenkort gated communities, ommuurde woonwijken, krijgt, is ongegrond. Dit schrijven onderzoekers van het Ruimtelijk Planbureau (RPB) in het maandag te verschijnen rapport Afgeschermde woondomeinen in Nederland.

„Nederland kent al heel lang afgesloten woondomeinen”, zegt RPB-onderzoeker David Hamers. „Sommige oude hofjes zijn bijvoorbeeld helemaal afgesloten. Maar dan gaat het om kleinschalige woningcomplexen. De nieuwe besloten woondomeinen, zoals de vaak grote hoven en woonkastelen in Vinexwijken, zijn zelden helemaal afgesloten. Hier gebeurt afscherming vaak niet door hekken, maar door een sloot of door markeringen als een paal. Dat is een typisch Nederlandse benadering en staat in een lange traditie om domeinen te begrenzen door subtiele vormgeving.”

Dat Nederland nauwelijks geheel afgesloten woondomeinen kent, komt volgens het RPB doordat, anders dan in gated community-landen als Zuid-Afrika, veiligheid in Nederland een ondergeschikte rol speelt bij de bouw van hofjes en woonkastelen. „Uit onderzoeken blijkt dat het gevoel van onveiligheid de afgelopen jaren in Nederland juist is afgenomen”, zegt Hamers. „Hofjes en woonkastelen komen in Nederland vooral voort uit een verlangen van veel bewoners naar geborgenheid, herkenbaarheid en kleinschaligheid.”

Aan deze verlangens is volgens Hamers lange tijd niet tegemoetgekomen in Nederland. „We hebben het in het onderzoek niet zo gezegd, maar je zou de nieuwe besloten woondomeinen kunnen zien als een late reactie op het modernisme in de stedenbouw en architectuur”, zegt Hamers. „Modernistische woonwijken van na de Tweede Wereldoorlog werden juist gekenmerkt door openheid. Het zijn vaak homogene wijken met weinig herkenbare plekken.”

De besloten woondomeinen die nu steeds meer worden gebouwd in Nederland zijn het gevolg van recente veranderingen in de woningbouw en ruimtelijke ordening. „De ruimtelijke ordening is gedecentraliseerd, de rol van de gemeenten is veel belangrijker geworden”, zegt Hamers. „En de woningbouw is in de jaren negentig geliberaliseerd en de woningbouwverenigingen zijn verzelfstandigd. Marktpartijen als projectontwikkelaars die nu de woningbouw verzorgen, spelen meer in op de wensen van bewoners dan vroeger in de staatsgeleide woningbouw het geval was.”

Tegen de opmars van de besloten domeinen bestaat veel weerzin in Nederland. Critici vrezen dat ze bijdragen aan de segregatie in Nederland. „Het debat over besloten woondomeinen is in Nederland heel beladen”, merkt Hamers op. „Vaak wordt beweerd dat ook Nederland gated communities krijgt die de van oudsher voor iedereen toegankelijke publieke ruimte aantasten. De bouw van besloten woondomeinen is ook zeker een breuk met het traditionele Nederlandse streven naar gemengde wijken. Menging van verschillende bevolkingsgroepen is niet meer vanzelfsprekend, gemeenten staan nu toe om besloten woondomeinen te bouwen om de midden- en hogere klasse in de stad te houden. Blijkbaar vinden bewoners het zelf wel aantrekkelijk om in zulke wijken te wonen. Maar dit betekent nog niet dat Nederland binnenkort gated communities krijgt. De besloten woondomeinen houden een typisch Nederlands karakter waar aan bezoekers op subtiele wijze te kennen wordt gegeven dat ze welkom zijn, maar zich wel op vreemd terrein bevinden waar ze zich misschien anders moeten gedragen.”