Wezensvreemd en willekeurig

De Dalai Lama heeft het tij mee. In het Westen wil niemand alleen maar blind enthousiasme voor het economisch wonder van China meer aan de dag leggen. Bovendien zijn er de Olympische Spelen en het volk kijkt over de schouders van de politiek mee. Onlangs kreeg de Dalai Lama een keurige ontvangst in Berlijn bij Angela Merkel en vervolgens ook bij president Bush, in het Witte Huis voor het eerst samen op een foto plus een onderscheiding. De nestor van de Amerikaanse realpolitik – die daar trouwens al lang uit de mode is – Henry Kissinger fronste even publiekelijk de wenkbrauwen.

Het jongste congres van de Chinese machthebbers liet zien hoe – vanuit het Westen bekeken – wezensvreemd het machtige China in elkaar steekt. Met gedisciplineerd applaus vierden de communistische afgevaardigden dat een „wetenschappelijke visie op ontwikkeling” nu officieel is bijgeschreven in het heiligdom van de partijbeginselen: steriele symboliek met allerlei verstrekkende implicaties voor de krachtsverhoudingen tussen de sterke mannen in de top.

Sterke man Hu Jintao had het ook telkens weer over het streven naar een „harmonieuze samenleving”. Dat is jargon voor uit de hand lopende verschillen tussen rijk en arm, voor de ecologische kaalslag en voor de corruptie, overgoten met een sausje Confucius. Maar het betekent ook dat voor China niet het Westen maar het piepkleine Singapore het ideale model blijft om naar te streven: een illiberal democracy, om de titel van Fareed Zakaria’s boek te lenen. Iedereen is daar toegewijd, houdt zich aan de maximum snelheid en zolang iedereen de rol speelt van klant en consument, is het een vrij land met vrije debatten, vrije keuzes. Er is geen corruptie, het verschil tussen rijk en arm blijft nog binnen de perken, niemand spuugt meer en er ligt geen peukje op de grond.

Voor een land als China dat als de dood is voor destabilisatie en waar het zakencentrum Sjanghai in het precommunistische tijdperk door moordende maffiabendes werd geleid, is het ideaal Singapore misschien niet eens zo gek. Hoe wezensvreemd ook vanuit westers perspectief.

In dit harmoniemodel horen geen „separatistische ondermijningen” als van de politieke balling uit Tibet. Wie vorige week in China zelf Dalai Lama googelde werd omgeleid naar Baidu – dat is een Chinese zoekmachine. Hetzelfde gebeurde bij de zoekmachines van Microsoft en Yahoo.

Als het gaat om stabiliteit en nationaal prestige, zijn de Chinese machthebbers compromisloos. Dat raakt de Dalai Lama maar ook Taiwan. Daarheen vluchtte de verslagen Tsjang Kai Tsjek in 1949 met de restanten van zijn Kwo Min Tang beweging. Tot de realpolitik van Nixon en Kissinger er in 1972 een eind aan maakte, sprak het kleine Taiwan namens China en was het grote communistische China een paria. Nu is Taiwan dat en Heim ins Reich is de onverbiddelijke koers van de communistische partij jegens Taiwan.

Maar ook hier zou je vanuit westers perspectief vraagtekens kunnen zetten: Taiwan is allang niet meer Kwo Min Tang, het standbeeld van Tsjang Kai Tsek is gekrompen en het land ontpopt zich als een democratie – een nogal wilde, luidruchtige democratie, dat wel – maar een democratie. En er gaan steeds meer stemmen op om een streep te trekken en voortaan ook formeel als onafhankelijke republiek door het leven te gaan. Er is tenslotte al meer dan een halve eeuw verstreken en Taiwanezen lijken toe aan een eigen soort intra-Aziatische dekolonisatie. Ondenkbaar voor het grote China, dat de kanonnen op het vasteland heeft klaarstaan. En buitengewoon lastig voor het Westen.

En dan is er nog de groeiende financieel-economische verwevenheid tussen China en het Westen, primair Amerika. Af en toe reist de Amerikaanse minister van financiën Henry Paulson met een statig gezelschap naar Peking om te vragen of China zijn munt wat meer wil opwaarderen en zijn bedrijfsleven wat inzichtelijker en toegankelijker wil maken. Vanuit westers perspectief allemaal begrijpelijk. Maar draai het eens om: China financiert de Amerikaanse staatsschuld, doet dat in dollars en de Verenigde Staten lossen via waardevermindering van de dollar af op een manier die verdacht veel lijkt op stelen.

En wat de transparantie betreft: minister Paulson stond tot voor kort aan het hoofd van Goldman Sachs, fabelachtige financiële goochelaars, die nog in hun meest recente kwartaal op papier een winst toverden – ja, toverden – die zeventig procent boven vorig jaar lag. Paulsons aandelenpakket is inmiddels goed voor 1 miljard dollar.

Paulson is nu druk met een garantiefonds voor al die slechte hypotheken – heel misschien goed voor de economie, maar zeker goed voor de Goldman Sachsen van deze wereld. Met andere woorden – voor een beetje wantrouwige Chinees is er voldoende af te dingen op die missies van Paulson om van China „een transparante partner in de wereldeconomie” te maken. En wantrouwige Chinezen zijn er veel, zodra zij kijken naar het Westen.

De tragiek bij al deze onderwerpen is dat het Westen van improvisatie naar improvisatie struikelt. Er is geen regie, noch in Europa noch in het eerst aangewezen land Amerika. En telkens bestaat dan het risico dat het volk zich van het een of andere incident meester maakt en politici tot dingen forceert die onverstandig zijn of willekeurig.

Het grootste risico in Amerika zijn de economische afzwakking en de verkiezingen: een anti-Chinese coalitie tussen liberale Democraten, protectionistische bonden en neoconservatieve America first aanhangers is zomaar gesmeed op de golven van een volksgevoel.

Niemand zou er wijzer van worden – ook de Dalai Lama niet.