Voortbestaan van de mens in gevaar. Ach, nou ja...

Op pagina 10 van deze krant van 25 oktober berichtte redacteur Karel Knip op sobere en inhoudelijke manier over het vierde milieurapport van de VN: „Als de hardnekkige problemen niet worden aangepakt (…) komt het voortbestaan van de mens zelf in gevaar.”

Het was geen voorpaginanieuws.

„De effecten van de steeds intensievere landbouw voor de bodemkwaliteit bedreigen de levensomstandigheden van eenderde van de wereldbevolking. (...) Bijna overal op aarde wordt de visstand bedreigd door overbevissing. (...) Jaarlijks gaat 130.000 km2 tropisch bos verloren. (...) In 2025 zal een kwart van de wereldbevolking leven in gebieden waar een absolute waterschaarste heerst.”

Allemaal geen voorpaginanieuws.

Als de OESO voorspelt dat de economische groei met een half procent zal afnemen, is dat wel voorpaginanieuws. Vijftien Amerikanen bij bosbranden in de buurt van San Diego omgekomen. Rellen in Slotervaart. Voorpaginanieuws.

Een apocalyptische waarschuwing, gegeven door een gezaghebbende instantie, raakt ons niet meer. Oud nieuws? Geloven we het niet? Of zijn we fatalistisch geworden: toch niks aan te doen, het zal onze tijd wel duren?

Een oerwoud, met zijn talloze ingewikkelde processen, kan eeuwen bestaan uitsluitend met energie van de zon. Het oerwoud kent geen afval. De menselijke samenleving zou ook uitstekend kunnen bestaan zonder afval te produceren met uitsluitend gebruikmaking van rechtstreekse energie van de zon. Want de zon straalt een praktisch onbeperkte hoeveelheid daarvan dagelijks naar de aarde. Met die energie hoeven we om ecologische redenen niet zuinig om te gaan, hoogstens om economische reden. Waarom doen we dat niet?

Het rapport van de Club van Rome, verschenen in 1972, heeft even een rimpeling gegeven in het kortetermijnbeleid dat wordt gevoerd. Met de waarschuwing van Al Gore zal het weer net zo gaan. Er wordt heel wat afgepraat over de klimaatverandering en de noodzaak er iets aan te doen. Maar het echte nieuws is dat de prijs van een vat olie stijgt, waardoor de beurskoersen dalen.

De landen van de EU hebben besloten dat in 2020 twintig procent van het energieverbruik duurzaam moet zijn. De kans dat die doelstelling wordt gehaald, is minimaal. De VS willen wel iets doen, maar het mag de economische groei in geen geval aantasten.

Noch in democratieën, noch in dictaturen, is men in staat een verantwoord langetermijnbeleid te voeren. De kortetermijnbelangen zijn te groot. Het is natuurlijk ondenkbaar dat de CO2-uitstoot op de wereld daalt tot ver onder het niveau van 1990 als de enorme belangen die daarmee zijn gemoeid, de belangen van de grote ondernemingen en hun aandeelhouders, niet zichtbaar en bespreekbaar worden gemaakt. Hun investeringen moeten immers rendement opbrengen. En dat gaat over honderden miljarden dollars per jaar

Kan de economische structuur in enkele tientallen jaren worden omgebogen zodanig dat het voortbestaan van de mensheid uit de gevarenzone komt?

Het probleem is niet technisch van aard. Technische oplossingen zijn voorhanden.

Het probleem heeft, zoals hierboven gezegd, belangrijke economische aspecten, maar ook die zijn oplosbaar. Volgens Nicolas Stern, voorheen econoom bij de Wereldbank, gaat het om circa één procent van het mondiale economische product. Trouwens, een omschakeling naar een werkelijk duurzame maatschappij zou veel werkgelegenheid scheppen – en werkgelegenheid is een cruciale factor in iedere economie.

Nee, het fundamentele probleem is politiek van aard. In de politieke discussie ontbreekt ten enenmale het feit dat de enorme belangen die in het geding zijn, het hart van het probleem vormen. Die belangen kunnen niet worden genegeerd.

De politiek moet in gesprek gaan met de grote spelers in deze wereld – de oliemaatschappijen, de elektriciteitsproducenten, de autofabrikanten, de bouwers – over de belangen van hun aandeelhouders. Want die staan tegenover de belangen van toekomstige generaties, die alleen door de politiek kunnen worden behartigd. Pas als de politiek die weg inslaat kan de grote lijn van een oplossing in zicht komen. De medewerking van het bedrijfsleven is onmisbaar, omdat daar kapitaal, inventiviteit, daadkracht samenkomen.

Maar het bedrijfsleven beweegt niet of nauwelijks als de overheden niet zorgen voor een level playing field. Dat kan worden bereikt als politiek en bedrijfsleven in overleg een scherp tijdschema voor wetgeving vaststellen. Wetgeving die verplicht tot het bereiken van overeengekomen doelen. Zo’n traject kan leiden tot de noodzakelijke grote investeringen in duurzame energie. Want het gewenste resultaat wordt niet bereikt door wat minder te vliegen, wat meer te fietsen, woningen wat beter te isoleren of wat meer spaarlampen in te draaien – hoe nuttig dat allemaal ook is.

Apocalyptische voorspellingen zijn geen voorpaginanieuws, omdat we ervan uitgaan dat als de nood werkelijk aan de man komt, er wel iets op gevonden zal worden. Met andere woorden: pas als zich natuurrampen voordoen. De politiek faalt als vermijdbare rampen niet worden voorkomen.

Jan Terlouw is fysicus en kinderboekenschrijver. Hij was lijsttrekker van D’66, minister van Economische zaken en commissaris der koningin in Gelderland.