‘Voor criminelen zal geen ruimte meer zijn’

Barnabas Suebu was voor zaken even in Nederland. De gouverneur van Papoea sloot met een Nederlands bedrijf een akkoord voor ‘duurzaam’ kappen van tropische wouden.

‘Dit is een historische gebeurtenis voor Papoea”, zegt Barnabas Suebu. De gouverneur wil de houtkap in zijn provincie radicaal anders aanpakken. Hij heeft zojuist in een Haags hotel zijn handtekening gezet onder een principeakkoord met de Nederlandse deuren- en kozijnenfabrikant Doorwin. De kap en verwerking van hout uit het tropisch regenwoud van de Indonesische provincie zal voldoen aan de strenge normen van het duurzaamheidkeurmerk FSC (zie: ‘Wat is FSC?’). Het gaat om 200.000 hectare. Buiten staat een cameraploeg van een Indonesisch tv-station Suebu op te wachten.

Op Sumatra, Sulawesi en Kalimantan zijn – al of niet illegaal – al hele stukken woud weggekapt of afgebrand. De opbrengst verdwijnt in de zakken van corrupte (oud)-politici, zakenlui en (oud)-militairen. Er kwamen palmolieplantages voor biobrandstof voor in de plaats. „Heel, heel triest” werd Barnabas Suebu toen hij in een haven bij Shanghai ging kijken. Daar lagen eindeloze stapels boomstammen op de kade. Het meeste van deze illegaal gekapte merbau kwam uit zijn provincie.

„Het woud is van de inwoners van Papoea”, benadrukt Suebu. Hij is daarom bezig met particuliere concessies in te trekken, ruimschoots verstrekt onder het autoritaire bewind van Soeharto. Alleen bewerkt hout (halffabricaat) mag nog worden geëxporteerd – dat levert werk op voor de lokale bevolking. Maar het belangrijkste is dat de woudexploitatie duurzaam gebeurt, zegt Suebu. „Wij hebben de rijkste flora en fauna in de wereld. Dat moeten we behouden.”

Exploitatie van natuurlijke hulpbronnen ligt ook om politieke redenen gevoelig in wat tot 2000 nog Irian Jaya heette. Het onafhankelijkheidsstreven is er geenszins uitgedoofd. Na Soeharto’s val werd voor het gebied in 2001 de Wet voor Speciale Autonomie van kracht. Die wet geeft de Papoea’s meer zeggenschap over eigen hulpbronnen. Suebu is nu ook bezig te heronderhandelen met de Amerikaanse mijnbouwfirma Freeport, exploitant in Papoea van de grootste goud- en kopermijn ter wereld.

Papoea heeft 42 miljoen hectare tropisch woud (bijna 14 keer Nederland). De helft is beschermd: het mag nooit worden aangetast. Maar omdat elders in Indonesië de wouden al voor een groot deel zijn verdwenen, groeit de druk op de houtreserves van Papoea. Volgens onderzoekers van de Staatsuniversiteit van Papoea en het Center for International Forestry Research in Bogor nam de illegale houtkap vorig jaar verder toe. Lokale coöperaties worden „gekaapt” door grote particuliere concessiehouders en investeerders. Zij namen de exploitatie ten eigen bate ter hand, omdat zij beschikken over middelen voor transport en export van het gekapte hout. Aan deze concessies wil Suebu een eind maken.

In het Haagse hotel is deze middag een klein bont gezelschap bijeen. Niet alleen de gouverneur, enkele medewerkers, en het management van deuren- en kozijnenfabrikant Doorwin zijn aanwezig. Ook vertegenwoordigers van duurzaamheidskeurmerk FSC en de Indonesische non-gouvernementele organisatie Telapak zijn er. Telapak bracht twee jaar geleden door een spectaculaire undercoveroperatie met verborgen camera’s de smokkel van het illegaal gekapte hout vanuit Papoea naar China aan het licht, waarbij ook Indonesische militairen betrokken zijn. Een gefilmde zakenman zei dat het hout werd gelabeld alsof het uit Maleisië kwam „want in Indonesië is alles mogelijk”. De Indonesische autoriteiten nemen af en toe illegaal hout in beslag, maar verdere actie blijft uit.

Waarom gaat gouverneur Suebu in zee met Doorwin? Het milieubeleid van het Nederlandse bedrijf blijkt doorslaggevend. „We kennen Doorwin van non-gouvernementele organisaties als het Wereldnatuurfonds en Greenpeace”, zegt Suebu. Het bedrijf heeft ervaring met FSC-projecten in Brazilië en op Kalimantan. Zo kan de firma nu kennis aan Papoea ter beschikking stellen voor verkrijging van het FSC-certificaat. Voor Suebu een belangrijk motief. Want wel vaker lukt het ontwikkelingslanden niet om naar Europa te exporteren, omdat hun producten niet aan de normen voldoen. Papoea, met z’n veelal tribale bevolking, heeft de kennis hard nodig.

Na presentaties door Doorwin en het FSC constateert Suebu een beetje geschrokken dat voor de certificatie wel „erg veel tegelijk” moet gebeuren. Bij het project van Doorwin met het Indonesische Sumalindo op Kalimantan kostte het drie jaar. Papoea wil vanaf 1 januari 2009 FSC-hout naar Nederland exporteren. De gouverneur erkent dat dit „erg optimistisch” is. „Maar we kunnen leren van ngo’s als Telapak en het proces zo versnellen”, hoopt hij. Net als op Kalimantan zal in een joint venture met Doorwin worden geïnvesteerd in lokale houtverwerking.

Telapak doet het sociale deel van de certificering door de bevolking bij de houtexploitatie te betrekken. Misschien krijgt Telapak geld van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie ICCO, die ook al actief is in Papoea. „Onze interesse is duidelijk”, zegt een woordvoerster. Wel wijst ze op de moeilijke situatie wegens de „grote militaire macht” die ook belangen heeft in de houtkap.

Papoea telt slechts 2,5 miljoen inwoners, die in een uitgestrekt gebied in 2.600 dorpen wonen. „Ik heb ze allemaal bezocht”, zegt de gouverneur.

Vreest u geen confrontatie met invloedrijke militairen, ex-militairen en criminele smokkelorganisaties?

„Er zal voor hen geen ruimte meer zijn. Het enige probleem is de controle. Want we hebben een lange kustlijn.”

Hoe gaat u de smokkelaars dan stoppen?

„Belangrijk is dat we de wet kunnen handhaven. Dit jaar zijn we in samenwerking met de nationale politie voor het eerst bezig 1.500 mensen te trainen voor patrouilles in de wouden.”

Heeft de centrale Indonesische regering een rol in de controle?

„Nee, dat is onze verantwoordelijkheid, we zullen bijvoorbeeld helikopters en patrouilleboten nodig hebben. We moeten met andere landen praten, zoals Groot-Brittannië, misschien Nederland. Ook willen we gebruikmaken van satellietwaarneming.”

Wat als de vraag naar biobrandstof verder toeneemt, en dus ook de druk om woud te kappen voor palmolieplantages?

„We hebben van de 42 miljoen hectare woud 9 miljoen hectare aangewezen als ‘conversiewoud’. Maar daarvan willen we slechts 1 tot 2 miljoen gebruiken om plantages aan te leggen.”

Ten aanzien van de resterende 7 miljoen hectare wil Suebu geld binnenhalen op de Chicago Climate Exchange, waar wordt gehandeld in uitstootrechten voor broeikasgas. Door zijn rechten te verkopen kan Papoea zijn wouden sparen. Dat kan „veel meer inkomsten” opleveren dan bomen kappen, zegt hij.