Sfeer, niet selectie, bepaalt het succes

Uit onderzoek blijkt telkens dat selectie aan de poort geen invloed heeft op de prestaties van onderwijsinstellingen.

Logisch. Het gaat erom dat de student zich thuis voelt.

De university colleges van Utrecht, Middelburg en Maastricht hebben onlangs voor het derde jaar achtereen de hoogste waardering van studenten gekregen in de Elsevier-enquête. Ook de rendementscijfers op deze colleges zijn hoog: 90 procent van de studenten haalde er zijn bachelordiploma binnen de tijd die er voor staat. Dat percentage staat in schril contrast met het gemiddelde van de eerste cohorten na invoering van het bachelor-mastersysteem: van hen haalt gemiddeld 18 procent zijn bachelordiploma op tijd.

Langzamerhand groeit dan ook het besef dat in de bachelor-fase nog een wereld valt te winnen. De vraag is uiteraard hoe het verschil tussen de percentages van de university colleges en de ‘reguliere opleidingen’ kan worden verklaard. Selectie aan de poort is de meest genoemde verklaringsfactor. Wie de goede studenten er aan het begin van de rit uitpikt, geeft zichzelf een formidabele voorsprong, zo luidt de redenering.

Die redenering is echter onjuist. Uit onderzoek is keer op keer gebleken dat het vwo-gemiddelde of initiële motivatie notoir slechte voorspellers van studiesucces zijn. ‘Zesjes’ blijken ineens de sterren van de hemel te studeren, en het komt maar al te vaak voor dat ‘achten’ door het universitaire ijs zakken. De verhoogde aandacht de afgelopen jaren voor doceerkwaliteit en onderwijsmateriaal en de daaruit voortvloeiende kwaliteitsverhoging hebben – hoewel zeer belangrijk – ook nauwelijks tot verbetering van studierendement geleid.

Als kwaliteitsverbetering aan zowel docenten- als studentenkant hooguit marginale verbetering oplevert, wat zou dan wel helpen?

Er is maar één antwoord mogelijk: de context. Dat verklaart ook het succes van de university colleges. Alleen een context die de kwaliteiten van studenten en docenten ondersteunt, slaagt erin zoveel mogelijk waarde toe te voegen aan de individuele kwaliteiten waarmee studenten het instituut zijn binnengekomen.

Waar moet zo’n context uit bestaan? Geen massale hoorcolleges, maar maximaal 25 studenten die deelnemen aan interactieve lessen. Studenten die voortdurend papers moeten schrijven, onderzoek doen en presentaties geven, en beoordeeld worden op hun participatie in de klas. Bovendien voor alle studenten een eigen tutor die toeziet op hun voortgang. Positieve sociale controle, dus – en studenten die niet als een nummer worden beschouwd.

Bovendien is het belangrijk dat de communicatielijnen tussen bestuursorganisatie en docenten en tussen docenten en studenten kort zijn, dat docenten veel inspraak hebben in de vormgeving van hun cursus en dat de studenten weten dat hun opvattingen meetellen.

Ten slotte helpt het wanneer studenten en docenten in zo’n college uiteenlopende achtergronden en belangstellingen hebben. De aanwezigheid van veel buitenlandse studenten past daar uitstekend in: het blijkt een enorme educatieve impuls, onder meer voor de studiehouding van Nederlandse studenten.

Is selectie op kwaliteit door universiteiten dan overbodig? Eigenlijk wel. Gegeven een organisatiecontext waarin op de dimensies van schaal, sturing en samenhang herkenbaarheid wordt bevorderd, moet de formidabele pre-selectie via het vwo voldoende zijn. Voor elke vwo-gediplomeerde moet het mogelijk zijn om in die context tot grote hoogten te reiken. Voorwaarde is wel dat die afgestudeerde bereid is even hard te werken als de faculteit die zich voor hem of haar inspant. Vandaar dat een kennismakingsgesprek dat tot een dergelijke afspraak moet leiden, gewenst blijft.

De suggestie dat university colleges er voor een intellectuele elite zijn is echter volstrekt onjuist. Ze zijn er voor alle studenten die serieus werk van hun opleiding willen maken en die hun collegegeld, beurs en – eventueel – leningen zo goed mogelijk willen besteden. Het is hoog tijd dat de universitaire wereld ook de draai maakt naar de college-structuur.

Prof dr. Hans Adriaansens is dean van Roosevelt Academy (University College Middelburg) en oprichter van University College Utrecht.