‘Politieke jongerenclubs zijn klein en zielig’

De jongerenclubs van politieke partijen waren altijd een kweekvijver voor politiek talent. „Maar iemand als Rita Verdonk komt niet uit zo’n club.”

Den Haag, 31 okt. - Politieke jongerenorganisaties zijn net echte politieke partijen. Maar dan in het klein. Toen Rita Verdonk twee weken geleden de VVD verliet en een eigen ‘beweging’ aankondigde, zorgde dat meteen voor een scheuring binnen de JOVD, de liberale jongerenorganisatie. Voormalig vice-voorzitter Machteld Vlaanderen begint nu ook een nieuwe liberale beweging.

„Ontwikkelingen van de moederpartij vertalen zich direct naar de jongerenorganisaties, omdat zij het jeugdequivalent zijn”, zegt historicus Alexander van Kessel, verbonden aan het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis.

Net als de gevestigde politieke partijen hebben ook hun politieke jongerenorganisaties, ondanks een opleving in 2004, last van een structureel teruglopend ledenaantal. Het CDJA, de jongerenorganisatie van het CDA, had in 1990 nog 2.500 leden. Nu zijn dat er duizend minder. Het ledental van de Jonge Socialisten in de PvdA zweeft rond de duizend. De JOVD stijgt licht.

En dat terwijl ze van oudsher een belangrijke politieke rol spelen, zegt directeur Gerrit Voerman van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. Ze zijn nog altijd een kweekvijver voor jong politiek talent, denkt hij. De jongeren worden geschoold in het gedachtengoed van de moederpartij. Voerman: „Vergeleken met vroeger is de invloed van jongerenorganisaties tanende, al was het maar omdat ze veel kleiner zijn geworden.”

„Het aantal jongeren dat in onze organisatie actief is, is verwaarloosbaar”, zegt CDJA-voorzitter Harry van der Molen. Maar het hoofddoel is het kritisch volgen van het CDA, vindt hij. Begin deze maand uitte het CDJA kritiek op de onzichtbare houding van het CDA in het integratiedebat, in De Volkskrant. Hoewel het CDA dit beschouwt „als een publicitair risico,” probeert het CDJA het interne debat weer op gang te brengen. „Want de dynamiek van het interne debat is bij het CDA aan het wegebben. En de ene keer schieten we raak en de andere keer mis.”

Michiel Emmelkamp, voorzitter van de Jonge Socialisten binnen de PvdA (JS), beaamt dat. Soms zit het mee. Hij noemt het succes van een vijftal aangenomen moties op het PvdA-congres van begin deze maand. En soms zit het tegen: „We waren vóór een referendum over het nieuwe Europees verdrag. Dit referendum komt er niet, dus achteraf is onze invloed feitelijk gezien nul. Maar onze daadwerkelijke invloed was echt niet nul, omdat we flink van ons hebben laten horen binnen de partij en in de media.”

Onderzoeker Chris Aalberts promoveerde vorig jaar aan de Universiteit van Amsterdam op de relatie tussen jongeren en politiek. Hij zegt dat jongerenorganisaties te veel pretenties hebben. „Al die jongeren denken; ‘oh, oh, wat hebben wij veel invloed’. Maar het zijn kleine, zielige clubjes waar niemand in is geïnteresseerd. Ze vertegenwoordigen 1 procent van de jeugd.”

Aalberts denkt dat de functie van politieke kweekvijver met de dag afneemt. „Personen worden belangrijker dan politieke partijen. En jongerenorganisaties hangen juist traditioneel aan partijen. Politici van de laatste tijd komen niet uit zo’n kweekvijver. Rita Verdonk heeft echt niet in zo’n partijcommissie gezeten, hoor. Die denkt: ammehoela. En gelijk heeft ze. Momenteel is de trend dat landelijke politici niet meer zo’n traject van jongerenorganisaties doorlopen.”

In het laatste grote onderzoek naar politieke jongerenorganisaties uit 1997 veronderstelde politicoloog Pieter Welp dat jongerenorganisaties „een typisch exponent” genoemd kunnen worden van de verzuiling. Chris Aalberts: „Wanneer partijen steeds minder een rol gaan spelen en we afstevenen op, zoals ik het noem, een personendemocratie, zal het aantal leden van deze jongerenclubs dalen.” Voerman: „Zolang er politieke partijen bestaan, zullen er ook jongerenorganisaties zijn. En dat is ook maar te hopen, want wanneer die jongerenorganisaties zich door een gebrek aan leden opheffen, ziet het er voor partijen ook somber uit.”

Toch zijn er ook politieke jongerenorganisaties die juist groeien. De SGP-Jongeren bijvoorbeeld. De grootste jongerenorganisatie van Nederland heeft nu rond de 12.500 leden. Voorzitter Jan Kloosterman: „Onze jongeren willen mede dankzij hun religieuze overtuiging verantwoordelijkheid nemen voor de maatschappij. Er bestaat bovendien een sterke verwevenheid tussen ons geloof en onze politieke ideeën.” 

Het afgelopen jaar verdubbelde bovendien het ledental van SP-jongerenorganisatie ROOD naar ruim drieduizend. Volgens voorzitter Gijs Houtbeckers speelt ROOD een actieve rol in de SP. „We worden breed gedragen in de partij.” ROOD volgt de partijlijn, alle leden zijn verplicht lid van de SP. Hoewel ROOD geen alternatief geluid laat horen denkt Houtbeckers op deze manier „zelfs sterker” te zijn: 10 procent van de SP-raadsleden is jonger dan 27.

Houtbeckers denkt dat politieke jongerenorganisaties toekomst hebben. „Politiek zal nooit verdwijnen en jongeren willen zich blijven uitspreken.” Zijn collega Emmelkamp (JS): „Mensen willen invloed blijven uitoefenen en de politieke partij is daar het middel voor.”