Oost-Europa moet zichzelf uit moeras trekken

De frustraties in het Oosten vloeien voort uit sociaal-politiek falen en het gebrekkige leervermogen van de elites, meent Karl-Peter Schwarz.

De Hongaarse historicus István Bibó heeft federaties ooit vergeleken met huwelijken: je moet er pas aan beginnen wanneer je de oude problemen hebt opgelost, want ze zorgen voor nieuwe. Vooral wanneer ze niet kunnen worden ontbonden.

Stel dat de EU morgen haar besluit over de toetreding van Slowakije en Roemenië zou kunnen overdoen. Hoe zou dat uitvallen? De huidige minister-president van Slowakije is een voormalige communist die zich voordoet als sociaal-democraat, zich gedraagt als een nationalist en regeert met rechts-extremisten. Sinds hij aan de macht is zijn de betrekkingen met de Hongaarse minderheid en met Hongarije drastisch verslechterd. Hij gaat tekeer tegen amerikanisme en globalisering en probeert in het gevlij te komen bij de autoritaire en halfautoritaire regimes die zijn voortgekomen uit de ineenstorting van het sovjetrijk. Achter alle kritiek ziet hij een samenzwering tegen Slowakije; de binnenlandse media maakt hij uit voor nestbevuilers. Een vergelijkbaar agressief klimaat kende het land toen Vladimir Meciar aan de macht was. Wegens zijn bewind werd Slowakije indertijd van de Europese integratie uitgesloten. Maar sinds 2004 is het land lid van de EU, en hebben zijn bestuurders niets meer te vrezen.

Tegen vier ministers van de huidige Roemeense regering loopt een onderzoek van het Openbaar Ministerie op verdenking van corruptie. Om de sociaal-democraat Adrian Nastase te beïnvloeden waren vastgoed en kostbare schilderijen nodig, onder zijn opvolger Tariceanu is een minister al te koop voor een paar kilo worst, een paar liter sterke drank en een paar duizend euro. Sinds Roemenië is toegetreden tot de EU doen de regering en de meerderheid in het parlement wat ze kunnen om de hervormingen die de toetreding mogelijk hebben gemaakt, te ondergraven. De minister van Justitie – ook doelwit van het Openbaar Ministerie – doet zijn best om gerechtelijk onderzoek naar de kleptocratische politieke klasse te dwarsbomen. In Brussel stapelen de gevallen van Roemeense schendingen van de EU-regels zich intussen op. Zoals het er nu uitziet, voldoet noch Slowakije noch Roemenië aan de criteria voor het lidmaatschap van de EU. Ook het Polen van de tweeling Kaczynski zou niet gemakkelijk zijn toegetreden. Maar sinds de politieke schertsvertoning die zeven jaar geleden tegen de Oostenrijkse regering-Schüssel op touw werd gezet, zijn sancties binnen de EU taboe. Is de toetreding tot de EU eenmaal een feit, aldus de Roemeense politicologe Alina Mungiu-Pippidi, dan slinkt haar invloed als een anesthesie die uitgewerkt raakt, terwijl lang is gedacht dat de EU alle problemen de wereld uit zou helpen.

De wantoestand in het Oosten wordt veelal verklaard uit ondemocratische, autoritaire neigingen. Die zijn er ook wel, maar het zijn randverschijnselen. In werkelijkheid is de democratie er geliefder dan alle andere staatsvormen, alleen al omdat ze zich het minst met het privéleven van de burger bemoeit. De mensen die het communisme hebben meegemaakt zitten niet te wachten op weer een sterke man en weer een sterke staat. Men is verontwaardigd over machtsmisbruik, corruptie en de alomtegenwoordigheid van de communistische kongsi’s Ook de populisten keren zich niet tegen de democratie, maar radicaliseren haar wel. Zij stellen reële problemen aan de orde en presenteren daarvoor de verkeerde oplossingen. Eenmaal aan de macht blijkt maar al te zeer hoe corrupt, onbekwaam en verslingerd aan machtsmisbruik zij zijn.

De frustratie in het Oosten laat zich al evenmin verklaren uit het feit dat de convergentie met de West-Europese economieën langer duurt dan velen hadden gehoopt. De levensstandaard stijgt weliswaar niet voor alle bevolkingsgroepen even snel, maar hij stijgt wel. Uit enquêtes blijkt dat de bevolking daarmee kan leven en dat men erop vertrouwt dat de volgende generatie het beter zal krijgen. Een vergelijkend onderzoek van de Wereldbank en de Europese Ontwikkelingsbank wees uit dat men vooral klaagt over de gezondheidszorg, het onderwijs en de ouderenvoorzieningen – de gebieden waarop de hervormingsachterstand het grootst is.

De postcommunistische landen, waar het geboortencijfer onder dat van het Westen ligt, permitteren zich bijvoorbeeld nog altijd een pensioenleeftijd die veel lager ligt dan het EU-gemiddelde. Niet de moeilijkheden van de omschakeling, maar het politieke en dan vooral het sociaal-politieke falen en het gebrekkige leervermogen van de elites zijn de oorzaak van de frustraties die koren op de molen van de populisten zijn. De crisis in het Oosten is de crisis van de plaatselijke elites. Geen hoger wezen zal hen redden; zij zullen zich op eigen kracht uit de misère moeten bevrijden.

Karl-Peter Schwarz is commentator van de Frankfurter Allgemeine Zeitung.