Obsessie Westen jegens Iran is foute raadgever 1

In zijn betoog over de houding van het Westen ten aanzien van het Iraanse kernprogramma haalt Juurd Eijsvoogel de Franse analist François Heisbourg aan (Opiniepagina, 16 oktober). Heisbourg stelt in zijn laatste boek dat niet te snel stelling moet worden genomen tegen een Amerikaanse aanval op Iran. Hij waarschuwt dat als Iran eenmaal over kernwapens beschikt ook andere landen in de regio niet zullen achterblijven en dat het dan een kwestie van tijd is dat de atoombom door een staat of een terreurgroep zal worden gebruikt.

De obsessie van het Westen met een Iraans kernwapen kent blijkbaar geen grenzen. Iran heeft sinds 1974 het non-proliferatieverdrag (NPV) ondertekend. Ten tijde van het regime van de sjah kreeg het kerntechnologie geleverd uit het Westen en werd Iran aandeelhouder van het Europese uraniumverrijkingsconcern Eurodif (dat is dit land overigens nog steeds). Grosso modo heeft Iran zich altijd keurig gehouden aan de regelgeving die in het NPV is vastgelegd. Ondermijning van het NPV kan Iran nauwelijks worden verweten. Ook de vrees van Heisbourg voor kernwapenproliferatie in het Midden-Oosten is op drijfzand gebaseerd. Al decennialang pleiten Arabische landen voor een kernwapenvrij, of beter: massavernietigingswapenvrij, Midden-Oosten. De realiteit is dat het Arabische aanbod voor ontmanteling van hun chemische wapenarsenalen als ook Israël zijn massavernietigingswapens ontmantelt, inclusief zijn kernwapenarsenaal (Israël heeft het NPV overigens nooit ondertekend), voor het Westen geen optie is.