Nooit meer ‘M*A*S*H on Ice’

Simon Kuipers vertrekt vandaag naar Salt Lake City voor wereldbekerwedstrijden.

Met twee nationale titels sloot de DSB-schaatser een moeilijke periode af.

Aan het ontbijt is tegenwoordig al te merken dat de schaatsploeg van DSB weer lol heeft in het leven. De grafstemming van het ‘rampseizoen’ 2006-2007 is begraven. Er wordt weer gelachen aan tafel. „Vorig jaar was het stil, iedereen probeerde zijn eigen hachje te redden”, zegt Simon Kuipers (25), afgelopen weekeinde winnaar van twee gouden (1.000 en 1.500 meter) en een zilveren (500 meter) medaille tijdens de Nederlandse afstandskampioenschappen in Heerenveen. In zijn slipstream werd ploeggenoot Mark Tuitert op de 1.000 en 1.500 meter vierde, waarmee ook hij zich plaatste voor de eerste wereldbekerwedstrijden, van 9 tot en met 11 november in Salt Lake City.

Kuipers wil wel toegeven dat de overheersing van de TVM-ploeg, de grote concurrent, vorig jaar stak. Nagenoeg alles wat er te winnen viel ging naar de ploeg van coach Gerard Kemkers en de jonge wereldkampioenen Sven Kramer en Ireen Wüst. Maar vooral het succes van routinier Erben Wennemars irriteerde de DSB-ploeg. Tijdens het olympisch seizoen was de sprinter plotseling overgestapt naar TVM, waarbij hij zijn toenmalige ploeggenoten Kuipers en Tuitert in de steek liet.

Terwijl bij TVM het ene vreugdevuur met het andere werd ontstoken, likten de schaatsers van Jac Orie vrijwel elk weekeinde hun wonden. De een (Marianne Timmer) brak een sleutelbeen, werd ziek en had een sterfgeval in haar schoonfamilie. De ander (Mark Tuitert) greep op het eerste het beste evenement met een schreeuw naar zijn pijnlijke lies. Een derde (Simon Kuipers) trapte tijdens zijn eerste sprint van het seizoen in het ijs en blesseerde zich aan zijn rug. M*A*S*H on Ice.

Kuipers herinnert zich de mineurstemming bij de DSB-ploeg maar al te levendig. „Natuurlijk wisten wij ook wie er steeds boven op het podium stonden. Dat kwam altijd terug. Het was heel vervelend. Wij wilden trots zijn op ons rode pak.” Maar in plaats van met trots vulden de hoofden bij DSB zich met wanhoop. Coach Jac Orie erkende afgelopen weekeinde dat hij een heel jaar lang ziek was geweest van de tegenslagen bij veel van zijn schaatsers.

Ook Kuipers twijfelde of hij ooit nog zijn topniveau zou halen. Zijn blessurelijst begon al in 2005, met liesklachten, kort nadat hij internationaal was doorgebroken op de 1.500 meter. Hij haalde net de Olympische Spelen van Turijn (2006), maar bleef met een vierde plek op de mijl net buiten de medailles. Vorig seizoen werd hij geveld door een rugblessure. „Ik had pech op pech op pech , terwijl ik net zo hard trainde als iedereen, misschien nog wel harder. Ik zat in een heel diep dal. Door al die blessures durf je ook niet meer voluit te trainen. Je denkt constant: Shit, het zal toch niet weer gebeuren? Dan rijd je altijd met de handrem erop.”

Ook mentaal viel het de in Haarlem geboren en tegenwoordig in Heerenveen wonende schaatser soms zwaar, al is hij de nuchterheid zelve. „Veel mensen hadden misschien het idee dat ik een eendagsvlieg was, maar voor mezelf wist ik dat dat absoluut niet het geval was.”

Na het verloren jaar knokte Kuipers zich met zijn ploeg in de zomer in alle stilte terug. Met het oog op de blessurepreventie veranderde Orie de trainingsopbouw. Kuipers: „We beginnen nu elke training met een kwartier speciale oefeningen, twee keer per dag, om minder blessuregevoelig te worden.”

En als het middenafstand-duo Mark Tuitert-Simon Kuipers fit is, zwepen zij elkaar op tot grote hoogten, zoals twee weken geleden tijdens een trainingskamp in Erfurt. Kuipers: „We trainden daar zó hard dat we soms trillend van het ijs kwamen. Dan keken we elkaar aan, en zeiden: ja, dit hebben we nodig. Je voelt je lichaam gewoon sterker worden.”

In Heerenveen werd vooral Kuipers beloond voor zijn inspanningen. In Thialf verbaasde hij vrijdagavond al met een zilveren medaille op de 500 meter, na een recordopening van 9,83 op de eerste honderd meter. Daarna was hij oppermachtig op zowel de 1.000 als de 1.500 meter. Hoewel hij er zelf niet helemaal tevreden over was („het moet nog sneller kunnen”, zei hij na de 1.500 meter) viel op beide afstanden zijn sterke slotronde op. „Ik had niet durven dromen dat het zo zou uitpakken”, zegt Kuipers, die vandaag naar de Verenigde Staten vertrekt voor de eerste serie wereldbekerwedstrijden.

De ontlading was groot bij DSB, ook bij de doorgaans stoïcijns ogende coach Jac Orie. „Hij is normaal vrij rustig”, zegt Kuipers. „Meestal staat hij met zijn handen in zijn zakken. Maar ik zag hem met twee handen in de lucht staan na mijn 1.500 meter. Dat is voor hem heel extreem.”

Kuipers’ hoofddoel is dit seizoen het WK sprint, in januari in Thialf. Om daar een kans te maken zal hij vooral zijn 500 meter moeten verbeteren en zich een plaats moeten bemachtigen in de Nederlandse ‘club van 34’, waarin nu alleen Erben Wennemars, Jan Bos, Jan Smeekens en Gerard van Velde zitten. Het persoonlijke record van Kuipers is precies 35,00. „We hebben heel hard gewerkt om de start te verbeteren. Ik moet die 500 meter beter gaan beheersen, maar mijn opening in 9,8 bewijst dat ik op de goede weg ben.” Zijn grote voorbeeld is de Canadese viervoudig wereldkampioen sprint Jeremy Wotherspoon, die na een jaar rust eind vorige week in Calgary een 500 meter reed in 34,36. „Hij is misschien nog een klasse apart, maar op de 1.000 meter kan ik behoorlijk wat terugpakken.”

Meer over Simon Kuipers op www.simonkuipers.nl