Nederland is anders mooi dan wij denken

Nederlanders koesteren ideaalbeelden van platteland, natuur en binnensteden.

Echt achterhaald, aldus een gisteren verschenen rapport.

De werkelijkheid heeft ons ingehaald. De idealen die we koesteren over ‘mooi Nederland’ kloppen niet. We steunen de boeren om het platteland idyllisch te houden, terwijl er allang geen trekker meer naast de boerderij staat maar een Range Rover van de stedeling die er is komen wonen. We zien snelwegen als symbool van vrijheid en ruimte, terwijl in de praktijk een automobilist voortkruipt over het asfalt, met uitzicht op een geluidsscherm. We praten honderduit over ongerepte natuur, terwijl die hier helemaal niet meer bestaat.

Dat staat in De Staat van de Ruimte: Nederland zien veranderen, het tweejaarlijkse rapport over ruimtelijke ordening van het Ruimtelijk Planbureau dat gisteren verscheen. Auteur is Wim Derksen, directeur van het planbureau én hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Een nieuwe werkelijkheid vraagt om een vernieuwd ideaalbeeld”, zegt hij.

Want al die ficties waarin wij geloven, hebben gevolgen voor de manier waarop politici, bestuurders en burgers met de ruimte omgaan. Heeft het nog zin om als beleidsambtenaar te klagen dat de witte hekken rond de wei van de recreatiepaarden het oorspronkelijke landschap aantasten, als die paarden het ideaal zijn van de stedeling die op het platteland is gaan wonen? Heeft het nut om dure huizen in arme wijken neer te zetten om daarmee het ideaal van de gemengde buurt te vestigen, als niemand daar in die buurt gelukkiger van wordt?

Of is het beter aansluiting te zoeken bij de gegroeide praktijk, door bijvoorbeeld niet de ogen te sluiten voor de opmars van meubelboulevards aan de rand van de steden maar daar prachtige ontwerpen voor te maken? Ja dat is beter, zegt Wim Derksen. Want: „De huidige ideaalbeelden wijken zo ver af van de werkelijkheid dat ze niet meer houdbaar zijn.”

En hij weet ook hoe het moet. Bepaal wat het ‘eigene’ van het Nederlandse landschap is, stelt hij voor. En volgens hem is dat het begrip ‘delta’. Want dat begrip, zegt Derksen, „slaat niet alleen op de Zeeuwse stromen, het IJsselmeer, de Waddenzee en de rivieren, maar ook op de polders en het polderlandschap, de meren en de grachten in de steden.”

En juist daar valt een heleboel te doen. „De Deltawerken hebben een ecologische ramp veroorzaakt in Zeeland. Het IJsselmeer zou veel méér kunnen zijn dan de huidige, klotsende waterbak.” We moeten, zegt hij, meer met de zee mee bewegen, want het water is voor ons een structurerend principe. „Je kunt wel zeggen dat de Achterhoek en de heuvels in Zuid-Limburg zo mooi zijn, maar half Europa ziet eruit als de Achterhoek. Het kenmerkende aan ons land is het water.”

Lees het rapport via nrc.nl/binnenland