Macedonië mag nog steeds niet zo heten

De Grieken en de Macedoniërs gaan weer onderhandelen over de naam Macedonië. Een akkoord lijkt uitgesloten: Griekenland neemt een steeds harder standpunt in.

In New York wordt morgen onder auspiciën van de VN op ambassadeursniveau het overleg tussen Griekenland en Macedonië over de kwestie van de naam van Macedonië hervat. Bemiddelaar is al jarenlang de Amerikaanse diplomaat Matthew Nimitz, in wie vooral de Grieken weinig fiducie hebben. Onlangs zei Nimitz tegen een Macedonische krant verbaasd te zijn dat beide landen Alexander de Grote vereren, hoewel die duizenden slachtoffers had gemaakt, steden had verwoest en geen blijvend rijk had gesticht. Zo bracht hij beide landen even bij elkaar in gemeenschappelijke verontwaardiging, maar intussen heeft hij zijn woorden weer gedeeltelijk herroepen.

De verwachtingen over de zoveelste onderhandelingsronde zijn niet hoog gespannen. De Griekse minister van Buitenlandse Zaken, Dora Bakoyánnis, heeft weliswaar onlangs gezegd dat Athene genoegen neemt met een „samengestelde naam” voor Macedonië, zoals Opper-Macedonië. Maar de regering in Skopje wil onder alle omstandigheden vasthouden aan „de grondwettige naam” Republiek Macedonië, hetgeen voor Athene totaal onaanvaardbaar blijft. Skopje vindt dat er hoogstens een naam mag komen die alleen door Athene wordt gebruikt.

Wat de slepende kwestie nu in een versneld vaarwater brengt is het feit dat de NAVO in april gaat praten over het lidmaatschap van Macedonië (en dat van Kroatië en Albanië). Volgens Griekenland kan van zo’n lidmaatschap geen sprake zijn zolang de naamskwestie niet is geregeld. Het woord veto is door minister Bakoyánnis nog net niet formeel in de mond genomen, maar haar uitspraken komen daar wel op neer.

De Griekse afwijzing geldt ook voor een eventueel EU-lidmaatschap – dat overigens pas later aan de orde komt: juist gisteren stelde de EU het begin van toetredingsoverleg uit, onder andere wegens nieuwe problemen met de Albanese minderheid. Volgens de EU ontbreekt het aan een dialoog van de regering met de minderheid. Een partij van de Albanezen heeft het Macedonische parlement een jaar lang geboycot, waardoor belangrijke hervormingswetten op het gebied van de vestiging van de rechtsstaat en de bestrijding van de georganiseerde misdaad en de corruptie zijn blijven liggen.

De regering-Karamanlis, die in september is aangetreden met een meerderheid van maar 152 van de 300 parlementszetels, voelt de hete adem van een ultranationalistisch partijtje (tien zetels) in haar nek. Het eist nu een veto, en veel afgevaardigden van Karamanlis’ eigen partij Nieuwe Democratie denken er net zo over. Zij hebben ook bezwaar tegen een samengestelde naam. De Grieks-orthodoxe kerk laat zich evenmin onbetuigd.

Bij peilingen blijkt ook een ruime meerderheid tegen een samengestelde naam, en zonodig vóór een veto. Men schijnt daarbij nauwelijks te beseffen hoe zwak de Griekse positie is geworden. De Macedonische regering heeft namelijk aangekondigd het NAVO-lidmaatschap aan te vragen onder de voorlopig naam FYROM (Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië), waarover beide landen het in 1995 eens werden in een ‘tussentijdse overeenkomst’. Daarin staat met zoveel woorden dat Griekenland zich niet zal verzetten tegen toetreding van Macedonië onder de naam FYROM. Nu vindt Griekenland de letter M in die naam onverteerbaar.

Macedonië vindt dat een Grieks veto neerkomt op verdragsbreuk. Hij wil dat in de VN aan de orde stellen.

Het was al opgevallen dat Athene zich de laatste tijd distantieert van de term FYROM. Onlangs liepen Macedonische zwemmers weg bij wedstrijden in Thessaloniki omdat de naam niet volledig werd afgeroepen „en wel de veel langere van de Republiek Bosnië-Herzegovina”. FYROM is nog steeds de formele naam van Macedonië die wordt gebruikt door de VN, de EU en andere internationale organisaties, maar 123 landen – inclusief de VS, Rusland en China – hebben de naam Macedonië erkend.