Liars: witte bruidegom in het duister

Concert: Liars. Gehoord: 30/10 Melkweg, Amsterdam. Herhaling: 31/10 Waterfront, Rotterdam.

Wat Liars-zanger Angus Andrew bezielde om gisteravond in een smetteloos wit kostuum op het podium van de Melkweg te verschijnen – met wit-zijden stropdas, wit vest, en de onderste knoop van zijn jasje open – zullen we nooit weten. Maar zijn verschijning als dolende bruidegom vormde een mooi contrast met de muziek die vooral ‘duister’ en desorienterend is te noemen.

Liars, die in 2001 debuteerden, brachten onlangs een vierde, titelloze cd uit. En ook hier viel op: de band speelt in complete vrijheid. Vaak overheerst een primitief beukende drumpartij, waar de andere instrumenten als toevalig tussen geworpen lijken. Maar in een volgend liedje is de drum afwezig, en is een monotone zindertoon de leidraad. Of spelen twee gitaren een duel, begeleid door indringend stofzuigergebrom. Angus Andrew smeedt de componenten samen met lange uithalen in opgewonden falset.

Gisteravond leek het alsof de muzikanten hun partijen ter plekke bedachten – hoewel een oerschreeuw van Andrew en een denderende klap van drummer Julian Gross exact samenvielen. Geconcentreerd schaafden ze aan de klanken van hun eigen instrumenten en aan wat er electronisch aangestuurd moest worden. Zo kreeg ieder nummer zijn eigen charme: bezwerend in Houseclouds, rockend in Freak Out en imposant ontsporend in Movie.

De muzikanten van Liars zijn Amerikaans, maar wonen tegenwoordig in Berlijn. Angus Andrew is Australisch en gedraagt zich op het podium als een goedaardige versie van landgenoot Nick Cave in vroeger tijden: ook Andrew laat het lange lijf ongecontroleerd schokken, en trekt grimassen. Maar waar Cave nog wel eens op de vuist ging met het publiek, is Andrew uitsluitend vriendelijk. „I’m not a fighter, Im a lover” zei hij gisteravond lijzig, en hij droeg het ‘liefdeslied’ Pure Unevil op aan Amsterdam.