In eerste Bresson schuilt zijn oeuvre

Les anges du péché. Regie: Robert Bresson. Met: Renée Faure, Jany Holt. In: Bresson-programma t/m 21/11 in Filmmuseum, Amsterdam.

Haar kleding moet ze afstaan, haar spiegel en, het moeilijkst van alles, de persoonlijke brieven en foto’s die ze heeft bewaard. Als Anne-Marie (Renée Faure) toetreedt tot de zusters van Bethanië in Robert Bressons debuutfilmLes Anges du péché (‘De engelen van de zonde’, 1943) moet ze afscheid nemen van alle bezittingen, die haar verstrikken in wereldse ijdelheid. „Hier is geen plaats voor eigenliefde”, verklaart de moeder-overste.

Het is verleidelijk om hierin een aankondiging te zien van de latere films van Bresson, de monnik onder de grote filmauteurs. Ook hij deed vanaf Le journal d’un curé de campagne (1951) tot aan L’argent (1983), veel ‘wereldse’ zaken van de film in de ban: hij werkte met niet-professionele acteurs die hij zo uitdrukkingloos mogelijk liet spelen, had een afkeer van de klassieke dramatische verhaalstructuur, was sober met belichting en gebruikte nauwelijks muziek. Met die karigheid heeft hij grote invloed gehad op latere filmmakers.

Maar Bressons minimalisme is gemakkelijker te kopiëren dan de andere kant van zijn inzet als filmmaker: met het grote afpellen bereikt hij een enorme spirituele zeggingskracht, die onlosmakelijk is verbonden met een streng-katholieke moraal. Zo maakte hij meesterwerken als Un condamné à mort s’est echappé (1956), Pickpocket (1959), Au hasard Balthazar (1966) en Mouchette (1967). Deze films zijn de komende weken te zien in een Bresson-retrospectief van het Filmmuseum in Amsterdam.

In zijn door het Filmmuseum gerestaureerde debuut uit 1943 is het er allemaal nog wel: fraaie diepte in de fotografie, prachtige acteurs, dramatische filmmuziek en een klassiek opgebouwd plot. Daarom is de film, volgens de strenge normen van de meester zelf, vaak onderschat. Lange tijd was Les anges du péché ook niet beschikbaar op dvd, maar eind vorig jaar verscheen in Frankrijk een digitale restauratie bij Editions Gallimard. Echte filmfanaten geven de voorkeur aan celluloid (echt!) boven digitaal (nep!). Maar een digitale restauratie heeft in ieder geval het voordeel dat de kijker zich eenvoudiger op de film zelf kan concentreren. De belabberde ondertiteling, in verouderde spelling, en witte slijtagespikkels van de gerestaureerde kopie uit 1947 van het Filmmuseum leidden alleen maar af.

In welke versie dan ook, Les anges du péché is rijp voor een herwaardering. Dit is geen ‘Bresson voordat hij Bresson werd’, zoals de film wel is afgedaan, maar in veel opzichten al the real thing. In de strenge vorm, de zuivere, statische compositie van het beeld en de religieuze thematiek is de latere Bresson duidelijk te herkennen, zij het nog wat verborgen onder filmconventies.

De zusters van de Bethanië leggen zich toe op het redden van gevallen vrouwen, die zelfs mogen toetreden tot de orde nadat ze hun gevangenisstraf hebben uitgezeten. Ook dat is typerend voor Bresson, voor wie zondigheid en genade elkaar dicht naderen. Zijn nonnen zijn geen karikaturen, maar mensen met zwakheden – voor een deel van het katholieke publiek in de jaren veertig was dat moeilijk te verteren.

De nieuwkomer in de orde Anne-Marie is zelf geen gevallen vrouw, maar een idealistisch burgermeisje. Ze ontmoet tijdens een bezoek aan de gevangenis Thérèse (Jany Holt), die een onbeheersbare woedde in zich draagt, omdat ze vastzit voor iets wat ze niet heeft gedaan. „De onschuldigen kunnen niet vergeven”, zegt ze trots. In Bressons katholieke universum, is dat een grote zonde. Hij groeide op in een jansenistisch milieu, de tak van het katholicisme die dicht bij het orthodox protestantisme staat. Volgens die strenge moraal wordt iedereen zondig geboren – misdadiger of niet.

Nadat ze is vrijgekomen en een echte misdaad heeft gepleegd, sluit Thérèse zich aan bij de Zusters, alleen om uit handen van de politie te blijven. Daar ontfermt Anne-Marie zich over haar. Zij maakt van het redden van Thérèse’s ziel haar speciale project. IJdelheid is haar zonde. Ze legt zich toe op het lastigste geval dat ze tegenkomt, daar valt ook de meeste eer aan te behalen. Anne-Marie raakt in conflict met de andere zusters, wordt uitgestoten uit de gemeenschap en vindt pas op de rand van de dood het ware religieuze inzicht. Thérèse en Anne-Marie zijn spiritueel met elkaar verbonden, in zondigheid en uiteindelijk in het mysterie van verlossing. Les anges du péché mag dan meer opgetuigd zijn dan Bressons latere films, de franje is allerminst frivool.