‘Ik wil met de Vlamingen gaan samenwerken’

Kees van Twist wordt Ambassaderaad Culturele Aangelegenheden in de VS. „Juist in het buitenland moeten we samen met de Vlamingen projecten gaan opzetten op het gebied van kunst en cultuur.”

Rosan Hollak

„Ik ben nog nooit een ambtenaar geweest, dus ja, dat wordt wel wennen.” Directeur Kees van Twist (54) van het Groninger Museum vertrekt in februari 2008 naar New York. Hij wordt Ambassaderaad Culturele Aangelegenheden voor Nederland in de Verenigde Staten. Mocht het anders uitpakken dan nu de verwachtingen zijn, dan krijgt hij de mogelijkheid om in februari 2009 alsnog terug te keren naar het museum. „Je moet daar nuchter in zijn”, zegt Van Twist. „Ik ga ineens voor Buitenlandse Zaken werken, zij krijgen op hun beurt een outsider. Dan moet je elkaar wel even de ruimte geven om te zien of het gaat werken.”

Van Twist werd voor zijn nieuwe baan aanvankelijk benaderd door het ministerie van OCW. Maar gedurende de onderhandelingen raakte hij steeds meer betrokken bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. „Ik krijg nu uiteindelijk een diplomatieke functie. Maar ik heb wel met twee bazen van doen. Dat wordt interessant.” Van Twist, die voor zijn overstap naar het Groninger Museum bij de publieke omroep werkte, is een echte plannenmaker. Hij staat erom bekend dat hij zijn medewerkers flink kan opzwepen. „Ik wil veel”, geeft hij toe. „En ik hou ervan om mensen te motiveren. Maar die eigenschap is voor deze functie zo slecht nog niet.”

Blijft u, doordat u nog niet zeker weet of u deze nieuwe functie gaat vervullen, niet teveel met één been in Nederland staan?

„Nee. Ik heb wel degelijk mijn handtekening gezet voor vier jaar. Maar mijn betrokkenheid bij Nederland blijft groot. Voorlopig ben ik adviseur van het Groninger Museum. We hebben besloten dat we rond oktober volgend jaar kijken hoe de vlag erbij hangt. Als ik gelukkig ben, kan het museum op zoek gaan naar een nieuwe directeur.”

Wat houdt de functie ‘Ambassaderaad’ precies in?

„Ik ben een aanjager en bemiddelaar van het Nederlandse cultuurbeleid in de Verenigde Staten. Tegelijkertijd ben ik de ogen en oren van de Amerikaanse kunst richting Nederland.”

Hoe gaat u invulling geven aan deze nieuwe baan?

„Minister Plasterk heeft in zijn meest recente cultuurnota al aangegeven hoe hij de internationale positie van Nederland in het buitenland wil verbeteren. Daar ga ik uitvoering aan geven. En ik ben er ook voor de kunstenaars en kunstinstellingen die naar de VS komen.”

Maar hoe wilt u concreet de Nederlandse kunst en cultuur in Amerika presenteren?

„Ik wil meer Nederlandse kunstenaars onder de aandacht gaan brengen. Folkert de Jong en Erik van Lieshout zijn onlangs in contact gebracht met Amerikaanse collectioneurs en musea. Datzelfde wil ik voor andere kunstenaars gaan doen. Bovendien wil ik meer samenwerken met de Vlamingen. Dat idee staat al hoog op de politieke agenda van Plasterk en Frans Timmermans, staatssecretaris bij Buitenlandse Zaken. Ik heb er ook met Bert Anciaux, de Vlaamse minister van sport en cultuur, over gesproken. Juist in het buitenland lijkt het me goed om op het gebied van letteren, podiumkunsten en cultureel erfgoed gemeenschappelijke projecten op te zetten.”

Daar moet dan wel extra geld voor komen.

„Ik weet niet of er vanuit de overheid meer geld beschikbaar is, maar ik denk dat er ook extern meer geld te winnen valt. Er zijn in de VS vast veel Nederlandse bedrijven die zich willen profileren door een cultureel programma mede te financieren.”

Is het ministerie van Buitenlandse Zaken wel de aangewezen plek voor het uitzetten van dit soort plannen?

„Dat wil ik gaan ontdekken. Ik denk dat Buitenlandse Zaken nauw met OCW moet gaan samenwerken. Andere landen hebben daar aparte onafhankelijke culturele instellingen voor die door de overheid worden gefinancierd. Frankrijk heeft Maison Descartes, Duitsland het Goethe Instituut. Ik hoop dat een dergelijke benadering vanuit Nederland samen met de Vlamingen ook mogelijk zal zijn.”

Heeft u, afgezien van de samenwerking met België, nog andere plannen?

„Ik zal veel tussen Nederland en de Verenigde Staten blijven pendelen. Zo wil ik bijvoorbeeld ons cultureel erfgoed meer onder de aandacht gaan brengen. Ons land heeft op dat gebied nauwelijks uitwisselingen met de VS, terwijl we veel te bieden hebben. Een brief waarin melding wordt gemaakt over de aankoop van Manhattan, de VOC kocht het in 1609 voor zestig gulden van de indianen, bevindt zich nog steeds in het Nationaal Archief in Den Haag. Wanneer in 2009 de aankomst, 400 jaar geleden, van Henry Hudson in New York wordt gevierd, kunnen we dit document tentoonstellen. Het is belangrijk bij zo’n viering het verleden met het heden verbinden.”