‘Het Canadese multiculturalisme is toren van Babel’

In de Canadese provincie Québec woedt een verhit debat over integratie. Filosoof Charles Taylor en socioloog Gérard Bouchard trekken de provincie door om de gewone burger aan het woord te laten.

Geduldig heeft Denise Béland, een vrouw van in de veertig uit het Canadese Trois-Rivières, op haar beurt gewacht. Nu staat ze op, te midden van een gezelschap van 200 mensen in een volle zaal in haar woonplaats, een stadje op ongeveer anderhalf uur rijden van Montreal. Ze krijgt de microfoon om haar zegje te doen over het onderwerp van de avond: de integratie van immigranten in de overwegend Franstalige Canadese provincie Québec.

„Ik beschouw mezelf als tolerant en redelijk persoon”, begint ze. „Ik ben geen racist. Maar ik ben bang dat mensen van andere achtergronden, geïndoctrineerd door hun godsdiensten, hun waarden willen opleggen aan onze maatschappij. Ik vrees dat zij niet weten welke weg wij hebben afgelegd om onze verworvenheden te bereiken, zoals gelijkheid van man en vrouw. Wij zijn erin geslaagd ons te ontdoen van religieuze symbolen, en nu willen nieuwkomers ze opnieuw opleggen.” Applaus.

Béland wordt gevolgd door Jacques Lamothe, een man met een honkbalpet met opschrift ‘Québec’, ook uit Trois-Rivières. „Tot voor kort waren er geen problemen met de integratie van immigranten, maar nu zijn ze er wel”, zegt hij in het Franse dialect van de provincie. „Ik denk dat het Canadese model van multiculturalisme een toren van Babel is waarmee onze Franstalige natie zich steeds minder kan verenigen. We moeten onze eigen manier vinden om immigranten te integreren. Merci.”

Opnieuw applaus. Merci, monsieur, zegt de debatleidster. Volgende spreker.

Béland en Lamothe zijn twee van de vele honderden burgers van Québec die zijn afgekomen op een reeks openbare hoorzittingen over integratie. Een commissie van twee wijze mannen reist de provincie van zo’n acht miljoen inwoners rond om te inventariseren hoe er wordt gedacht over ‘accommodement raisonnable’ (redelijke tegemoetkoming) van religieuze minderheden: in hoeverre moet de samenleving van seculier Québec zich schikken naar hun wensen en gebruiken, zoals verzoeken om gebedsruimten en speciale voorzieningen op openbare plekken als scholen, ziekenhuizen of zwembaden?

Het unieke consultatieproces, voorgezeten door socioloog Gérard Bouchard en filosoof Charles Taylor, stelt gewone burgers in staat zich voor microfoon en televisiecamera’s uit te laten over die vraag – en en passant over immigratie, integratie en culturele diversiteit. De hoorzittingen zijn geprezen als een gedurfde manier om een publiek debat te voeren, maar ook bekritiseerd als forum voor racisme en xenofobie.

„Het is heel goed dat de bevolking een kans krijgt haar mening te geven”, zegt Jovette Groleau, een oud-lerares uit Trois-Rivières die haar zorgen uit over het dragen van een hoofddoek door moslimvrouwen. „Het is best moeilijk om naar de microfoon te komen, en er is een risico dat immigranten zich beoordeeld voelen”, zegt ze na afloop van haar presentatie. „Maar het is ook belangrijk dat we onze ontkerkelijking (laïcité) en waarden als gelijkheid van man en vrouw kunnen bespreken.”

Sommige sprekers gaan verder. Henri Pépin verkondigt dat geen enkele tegemoetkoming aan religieuze minderheden gerechtvaardigd is, omdat moslims uit zouden zijn op dominantie. „Als we zo doorgaan verliezen we onze identiteit. Over honderd jaar zijn er geen Québécois meer over.”

Commissielid Bouchard weerspreekt de man. „U wekt ongegronde angsten op”, zegt hij, alvorens hem het mandaat van de commissie uit te leggen. „We hebben een plicht ervoor te zorgen dat alle immigranten zo goed mogelijk integreren in onze samenleving, en onze basiswaarden delen. Soms kun je dat het beste doen door hen tegemoet te komen, hun het leven wat makkelijker te maken, zodat ze deelnemen aan de maatschappij. We willen voorkomen dat mensen in getto’s terechtkomen en zich tegen de samenleving keren, zoals we in Frankrijk hebben gezien.”

Aanleiding voor de hoorzittingen is een intensieve discussie over accommodement raisonnable in Québec, die op gang kwam na een uitspraak van het Canadese Hooggerechtshof vorig jaar. Daarin werd bepaald dat een jonge Sikh in Montreal niet kon worden verboden een zogeheten kirpan (een ceremoniële dolk) mee naar school te nemen – ondanks een verbod op wapenbezit op school. Het Hof bepaalde dat de kirpan, een religieus object voor vele Sikhs, in de kleding moest worden vastgenaaid, en gebruikte de term „redelijke tegemoetkoming” om een compromis over de kwestie te rechtvaardigen.

De uitspraak zat velen in Québec, tot in de jaren zestig streng katholiek maar sindsdien drastisch ontkerkelijkt, dwars. Andere gevallen van vermeende voorkeursbehandeling van religieuze minderheden begonnen publiciteit te trekken. Een gymnastiekclub voor vrouwen werd bekritiseerd toen het matglas in de ramen plaatste op verzoek van orthodoxe joden in de synagoge er tegenover, zodat zij niet naar bezwete lichamen hoefden te kijken. Er ontstond beroering toen werd bepaald dat vrouwen met een niqaab niet verplicht zijn hun gezicht te tonen bij het stemmen (kiezers moeten zich bij het stembureau identificeren).

De discussie bereikte in februari een hoogtepunt toen Hérouxville, een plattelandsdorp van 1.300 inwoners nagenoeg zonder immigranten, een gedragscode uitvaardigde waarin onder meer stond dat steniging van vrouwen er niet door de beugel kan. De verklaring trok internationale belangstelling en oogstte zowel bijval als hoon in Québec.

De vorming van de commissie-Bouchard-Taylor was bedoeld om het debat te bekoelen en in goede banen te leiden – maar heeft soms het omgekeerde effect. Vooral moslims, een kleine minderheid in de Franstalige provincie, moeten het regelmatig ontgelden. „Zou u het goed vinden als uw kleinkinderen moslims worden?” vraagt een vrouw in Trois-Rivières aan de commissarissen. „Wat zou u ervan vinden als uw kleindochter een hoofddoek droeg?” Een man bepleit „nultolerantie”. Jean-Pierre Trépanier zegt juist dat hij zich „schaamt om een Québécois te zijn als ik deze stommiteiten aanhoor”.

Jean Charest, de premier van Québec die de commissie instelde, is zo geërgerd door het verloop van de discussie en de reactie van oppositiepartijen die erop inspelen, dat hij gisteren een brandbrief publiceerde in diverse dagbladen waarin hij de Québécois opriep „een traditie van bescherming van minderheden en openheid voor anderen” te behouden. „Mensen in de rest van Canada, de Verenigde Staten en Frankrijk vragen zich af wat er hier gaande is.”

Toch is het niet verrassend dat dit Europees aandoende debat in Canada eerst is losgebrand in Québec. Anders dan de rest van Canada, een immigratieland dat multiculturalisme heeft omarmd als de grootste gemene deler, beschikt Québec over een eigenzinnige culturele identiteit, gebaseerd op de overleving van de Franse taal in Noord-Amerika. Bovendien hecht de liberale provincie net als Frankrijk sterk aan de hard bevochten scheiding van kerk en staat.

Engelstalig Canada volgt de hoorzittingen met argwaan. „Er is een risico van polarisatie, vooral tussen de multiculturele stad Montreal en het platteland van Québec, dat hoofdzakelijk blank en francofoon is”, aldus Fo Niemi van het Centre for Research-Action on Race Relations. Volgens Michaëlle Jean, de gouverneur-generaal van Canada, geboren in Haïti en opgegroeid in Québec, is het echter „de moeite waard om hier goed over te praten. Soms komen er storende dingen uit die dialoog. Maar het is gezond om het gesprek te voeren, in plaats van net te doen alsof er niets aan de hand is.”