Geen peil te trekken op olieprijs

De oliemarkt lijkt in de war: wat een vat olie waard is wisselt sterk van dag tot dag. Dat is iets van de laatste jaren. Wat is er toch aan de hand?

Wat is een vat olie waard? Dat wisselt nogal. Op 29 juli kostte Brent-olie uit de Noordzee – de meest verhandelde variant in Europa – 78 dollar per vat van 159 liter. Op 23 augustus was dat 10 dollar minder. Vandaag is dat 12 dollar meer. En morgen? Niemand die het weet.

Alle aandacht gaat uit naar de recordprijs van olie, maar ondertussen is er ook iets anders met de olieprijs aan de hand. De prijs is niet alleen hoger, maar schommelt ook steeds sterker. Onlusten in Nigeria? Meteen een paar dollar erbovenop. Verder oplopende spanningen tussen Turkije en de Koerden in Noord-Irak? Dat is volgens analisten terug te zien in de laatste sprint van de olieprijs.

Slecht nieuws komt nu niet vaker voor dan een paar jaar geleden. Israël staat altijd op de rand van oorlog met buurlanden. De situatie in Irak is al zeker sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw instabiel. Wel nieuw is de bijzonder sterke reactie op dit soort ontwikkelingen van de oliemarkten.

Het omslagpunt ligt bijna vier jaar terug, zo rond het begin van 2004. Sindsdien schommelt de dagprijs van olie dubbel zo sterk. In 2000 ging de dagelijkse olieprijs gemiddeld met zo’n halve dollar omhoog of omlaag. Inmiddels liggen die schommelingen rond de hele dollar. In de grafiek is de standaarddeviatie weergegeven: een statistische maat voor variatie van in dit geval de olieprijs. In de jaren 2000-2004 lag de standaarddeviatie rond de 2, in de daarop volgende jaren rond de 4.

Wat is er aan de hand? Voor een antwoord op deze vraag moeten we terug naar een heel basale vraag: hoe komt de olieprijs tot stand? Die wordt bepaald op de oliemarkt, zoals iedereen weet. Daar komen vraag naar en aanbod van olie bij elkaar. Bij de olieprijs van vandaag, 90 dollar, is de vraag precies gelijk aan het aanbod. Elke dag bepalen handelaren opnieuw de prijs waarvoor vraag en aanbod gelijk zijn. Dat gebeurt overigens volledig ‘virtueel’: de aloude Petroleum Exchange in hartje Londen is in 2005 digitaal gegaan.

Stel nu dat de vraag naar olie toeneemt. Dat is wat de laatste jaren steeds is gebeurd, vooral dankzij de immer toenemende vraag vanuit het sterk groeiende China. Een stijging in de vraag is op twee manieren op te vangen. Allereerst kan de oliekraan wat verder worden opengedraaid, totdat het aanbod weer gelijk is aan de vraag. Dan gebeurt er niets met de olieprijs.

De tweede manier om de vraagstijging op te vangen is door de oliekraan niet verder open te zetten, maar door een stijging van de prijs de vraag naar beneden te dwingen. De schaarste wordt dan opgelost door een prijsstijging.

Prijzen schommelen sterker wanneer het aanbod de vraag niet kan volgen. Als de oliekraan ‘vast’ zit, moet de prijs ervoor zorgen dat vraag en aanbod aan elkaar gelijk zijn. Dat is wat er nu aan de hand is, zegt John Roberts, olieanalist van Platt’s, een groot onderzoeksinstituut op het gebied van energie.

„De groei in de vraag naar olie van de laatste zes, zeven jaar heeft de reservecapaciteit van de grote olieproducenten langzaam doen verdwijnen. Het aanbod zit tegen zijn grenzen aan. Elk snippertje nieuws over mogelijke problemen in de aanvoer van olie leidt daarom tot heftige prijsreacties.”

De oliekraan staat op het moment volledig open om aan de grote vraag te voldoen, zegt Roberts vanuit Moskou. „Saoedi-Arabië heeft nog wel wat extra noodcapaciteit voor als bijvoorbeeld een grote orkaan het zuiden van de VS treft, maar dat is slechts voor een paar maanden in te zetten.”

De oliemarkt kijkt vooruit. Het gaat om te leveren olie. Elke kink in de kabel doet het gat tussen de grote vraag en het achterblijvende aanbod groeien. Oliehandelaren houden dan ook voortdurend het nieuws bij. En veel deskundigen op het gebied van de oliemarkt koppelen hun economische kennis aan kennis over de politiek van het Midden-Oosten.

Deze spanning op de oliemarkt lijkt voorlopig niet weg te ebben. De economie van China stoomt door. Ook Europa bloeit. Meer olie blijft nodig, de afnemende groei in de VS doet daar weinig aan af, blijkt uit prognoses van de vraag voor de komende jaren. Behalve tot een stijging in de olieprijs leidt dat dus ook tot sterkere fluctuaties in de olieprijs.

„De grote olieproducenten hebben verzuimd om hun productiecapaciteit tijdig uit te breiden”, zegt Roberts. Saoedi-Arabië is daar de enige uitzondering op. Dit land is weliswaar goed voor zo’n 10 procent van de olieproductie, „maar kan het gebrek aan succesvolle investeringen niet compenseren”.

Wat gaat de olieprijs doen de komende maanden? Roberts waagt zich niet aan een voorspelling. „Het enige waar ik op durf te wedden is dat de prijs sterk zal fluctueren.”