Geen nader onderzoek in zaak Lucia de B.

Het is goed dat een commissie de gang van zaken bij het proces tegen Lucia de B. veroordeelt, schrijft Maarten ’t Hart. Maar nader onderzoek, zoals het OM wil, vindt hij ongewenst. Moet Lucia de B. nog langer zitten?

Na eerste lezing van het eindrapport over de zaak Lucia de B. van de commissie Evaluatie afgesloten strafzaken overheerste bij mij grote tevredenheid. De aanbevelingen om in het vervolg bij het aantrekken der deskundigen zorgvuldiger te werk te gaan, las ik met instemming. Was dat bij deze zaak gebeurt, dan zou men de Nederlandse coryfee op het gebied der mathematische statistiek, prof. W.R van Zwet hebben geraadpleegd in plaats van prof. H. Elffers. Dan zou commotie over de statistiek achterwege zijn gebleven, terwijl nu zelfs in buitenlandse bladen zoals Nature (18 januari 2007) en The Guardian (7 april 2007) schande gesproken is over de statistische bewijsvoering in deze zaak.

In het rapport staat dat bij het aantrekken van deskundigen een criterium zou kunnen zijn „het aantal keren dat een bepaalde deskundige in de wetenschappelijke literatuur wordt geciteerd.” Mee eens, maar ik zou daaraan toe willen voegen: kijk ook naar het aantal publicaties dat zo’n deskundige op z’n naam heeft staan. Prof. F. de Wolff, die blijft volhouden dat er sprake was van digoxinevergiftiging, heeft nooit over digoxine gepubliceerd en wordt ook nimmer in de internationale literatuur als digoxine-expert geciteerd. Prof. Gideon Koren die in het rapport ook als digoxinedeskundige wordt opgevoerd, heeft zestig publicaties over die stof op z’n naam staan, en zijn, voor juist deze zaak zo relevante artikel uit 1989 over postmortem redistributie bij digoxine wordt nog alom geciteerd.

Volkomen terecht dus dat in het rapport diens vernietigende oordeel over het zogenaamde digoxinebewijs wordt geciteerd: „Samenvattend ben ik van mening dat elke poging om de postmortale waarde als bewijs van vergiftiging te interpreteren (bij vergissing of opzettelijk) onjuist en, in alle eerlijkheid vrij schokkend is. Het idee dat een beroepsbeoefenaar van de gezondheidszorg gevangen wordt gezet vanwege zo’n onjuiste interpretatie zou volstrekt onacceptabel zijn.”

Alleen al op grond van deze uitspraak van een van de topexperts op het gebied van digoxine dient Lucia de B. onmiddellijk in vrijheid te worden gesteld. Daar kan nog bijgevoegd worden dat de andere digoxine-expert, Dasgupta, zegt dat een digoxinevergiftiging een ridicule conclusie is.

So far, so good. Helaas schuilt er een adder in het commissiegras. De commissie beveelt aan „onderzoek te doen naar sterfgevallen en reanimaties op de afdeling waar mevrouw B. werkzaam is geweest, in de periode voorafgaand aan haar indiensttreding: zaten daar wellicht ook suspecte sterfgevallen of reanimaties bij. Het driemanschap adviseert het college van procureurs-generaal te bezien of dit onderzoek alsnog verricht zou kunnen worden.”

In de Nova-uitzending van maandagavond hebben we kunnen zien dat deze adder, in de persoon van H. Brouwer, zijn kop al uit het gras verhief. „Nader onderzoek is gewenst”, riep hij uit.

Hoezo? Wat hoopt men hiermee te bereiken? Dat men, hangende dat onderzoek, Lucia nog zes jaar lang onschuldig vast kan houden? Als men aantoont dat in de periode voorafgaand aan de indiensttreding van Lucia de B. ook suspecte sterfgevallen waren, wordt het dan waarschijnlijker dat Lucia gemoord heeft? Of wordt dat juist waarschijnlijker alsof er in die voorafgaande periode géén moorden zijn gepleegd? Of hoopt men alsnog een andere moordenaar te vinden? Of zijn opeens alle verpleegkundigen net zo vogelvrij als thans de gezinsvoogden?

De vraag was: waren er serieuze manco’s bij het onderzoek die het het hof onmogelijk hebben gemaakt een weloverwogen oordeel te vormen. Die vraag is met een duidelijk ja beantwoord.

Waartoe dan verder onderzoek? Bovendien beschikken we al over het aanvullende Straatsburg-rapport. Of hoopt het OM misschien stiekem bij dat nadere onderzoek alsnog – hoewel ze daar natuurlijk niet naar zochten – op een moord te stuiten die ze Lucia in de schoenen kunnen schuiven?

Sterfgevallen genoeg immers in het Kinder Juliana Ziekenhuis, dus wat let het OM om een blommig sterfgeval, net zoals het dat eerder heeft gedaan, opeens om te toveren in een moord en deze vervolgens te ‘bewijzen’ met miserabele mathematische statistiek en met getuigenis van zo’n deskundige als De Wolff die op het gebied van digoxine geen enkele internationale publicatie op z’n naam heeft staan?

Eerder al immers heeft het OM bij de herziening van de strafzaak van Louwes ook opeens zo’n konijn uit de hoge hoed getoverd, DNA van Louwes op de bloes van de weduwe (bij welk bewijs ik nog maar eens aanteken dat fatsoenlijk controleonderzoek ontbreekt, namelijk onderzoek van de kleding van de weduwe bij bezoeken van Louwes in een vroeger stadium). Die onverhoedse overval met vers bewijsmateriaal bij dat herzieningsproces was van een ongeëvenaarde wreedheid. Is men dat hier weer van plan? En worden wij dan weer getrakteerd op het schouwspel van een verdachte die in de rechtszaal op ongehoord brute wijze tegen de grond wordt gewerkt, terwijl de rechter schreeuwt: ‘Camera uit’? Mij zou het niet verbazen na het aanhoren van de heer Brouwer op maandagavond.

Mij dunkt: aanvullend onderzoek is overbodig, en gelet op de slechte gezondheidstoestand van Lucia immoreel. Wat dringend gewenst is, is te doen wat de deze commissie aanbeveelt: een veel zorgvuldiger procedure bij het aantrekken van deskundigen. Was de meest vooraanstaande expert op het gebied van digoxine, prof. Koren, als getuige-deskundige opgetreden, dan zou het in deze zaak nimmer tot een veroordeling zijn gekomen.

Maarten ’t Hart is schrijver en bioloog.

Lees een eerder artikel van Maarten ’t Hart over de zaak Lucia de B. op nrc.nl/opinie. Lees daarop ook over andere herzieningen.