Een strijd tegen morele kruisvaders

Het pamflet ‘Stop de dopinginquisitie’ stelt de rechteloosheid van sporters in dopingzaken aan de orde. „Zij worden bij de geringste verdenking aan de schandpaal genageld.”

Daags na de verwijdering van de Deense wielrenner Michael Rasmussen uit de Tour de France, bereikte bij de oud-sporters Paul Ruijsenaars en Hidde van der Ploeg tijdens een etentje de verontwaardiging over de rechteloosheid van sporters een hoogtepunt. Zij besloten tot actie over te gaan. Een platform was geboren en een pamflet vervolgens snel geschreven. Hun motto: ‘Stop de dopinginquisitie’.

Ruijsenaars, een 25-voudig basketbalinternational, en Van der Ploeg, een oud-volleybalinternational en voormalig bondscoach, bepleiten een ordentelijke reglementering van doping, maar verzetten zich tegen een heksenjacht. Zij willen sporters mobiliseren om zelf hun belangen te verdedigen. „Zij mogen nu niet meepraten over het beleid, maar moeten hun bek houden”, zegt Van der Ploeg.

In het pamflet wordt het misnoegen als volgt verwoord: „Iedere sporter wordt bejegend als een potentiële fraudeur, als een verdachte. Door zowel het Internationaal Olympisch Comité (IOC), de dopingautoriteiten als de betrokken sportbonden. Het bestrijden van dopegebruik is ontaard in een jacht op topsporters. Zij worden al bij de geringste verdenking aan de schandpaal genageld.”

Vooral de wielersport maakt het volgens Ruijsenaars en Van der Ploeg bont. Daarin wordt voortdurend bewezen dat sporters geen aanspraak meer hebben op welk recht dan ook, met als schrijnend voorbeeld het startverbod voor de Italiaan Paolo Bettini bij de WK in Stuttgart, vanwege zijn vermeende weigering een antidopingverklaring te ondertekenen. Dat een rechter het startverbod ophief ervoeren Ruijsenaars en Van der Ploeg als een triomf. Maar zij vinden het beschamend dat het zover heeft moeten komen.

Tijdens de conferentie Play the Game – over tegenbewegingen in de sport – in de IJslandse hoofdstad Reykjavik zei Ruijsenaars als gastspreker daar eergisteren het volgende over: „Organisatoren van wielerwedstrijden presenteren zich als morele kruisvaders die een sfeer van zuiverheid creëren. Bettini won gelukkig de rechtszaak en daarna de wereldtitel. Zijn schietgebaar bij het passeren van de finishlijn was het voorbeeld van een statement van een ieder die sport in zijn hart heeft gesloten.”

In hun pamflet spreken Ruijsenaars en Van der Ploeg over middeleeuwse praktijken. Zij trekken bewust een parallel met de inquisitie van zo’n 800 jaar geleden. Waar de kerkelijke autoriteiten destijds meedogenloos afrekenden met mensen die van de roomse leer afweken, nemen nu IOC, dopingautoriteiten, sportbonden en wedstrijdorganisaties de rol van inquisiteur over, zelfs waar het gaat om sporters die met de geur van doping worden omgeven. Met vaak een Berufsverbot tot gevolg.

Aan het machtsvertoon van de nieuwe inquisiteurs moet in de ogen van Ruijsenaars en Van der Ploeg snel een eind komen en zij trekken in hun pamflet een vergelijking met de paus. „Die heeft in 2000 de mensheid vergiffenis gevraagd voor de fouten van de katholieke kerk. Maar de olympische inquisitie onder leiding van paus Dick Pound (voorzitter wereldantidopingbureau WADA, red.) en alle kardinalen bij de sportbonden achten zich niet verplicht verantwoording af te leggen aan de moderne samenleving. Wij willen dat geen 800 jaar meer laten duren.”

Het probleem is vooralsnog dat Ruijsenaars en Van der Ploeg met hun initiatief sympathie oogsten, maar niet door iedereen openlijk gesteund worden. Veel aanhangers uit de wereld van de wetenschap, de advocatuur en de sport weigeren om strategische redenen hun naam aan het pamflet te verbinden. Dat geldt niet voor topsportcoach Henk Kraaijenhof, oud-wielrenner Peter Winnen, voormalig hoofdambtenaar bij VWS Loek Jorritsma, oud-Kamerlid Jan Rijpstra, onderzoeker JanWillem Soek en sportmarketeer Frank van den Wall Bake. Maar zij vormen een minderheid en behoren tot de groep die zich pontificaal achter het pamflet opstelt.

In Reykjavik daagde Ruijsenaars WADA-voorzitter Pound uit te reageren op de angst van mensen hun mening over doping publiek te maken. „Meneer Pound, wat vindt u ervan dat mensen bang zijn hun rechten te gebruiken om het tuchtrecht in de sport aan te vallen? Is het niet raar dat sporters het onderwerp van regelgeving zijn, maar worden weggehouden van comités die WADA adviseren? Waarom is WADA bevreesd om sporters modern co-management toe te vertrouwen? Waarom houdt WADA vast aan zijn ondemocratische structuur?”

Een ander punt waar Ruijsenaars en Van der Ploeg tegen aanlopen, is dat de dopingautoriteiten zich legitimeren met de steun van sporters. Die wijzen voortdurend op de instemming met een strenge aanpak van doping. Dat merkt ook Yves Kummer, voorzitter van zowel de sportersvakbond NLSporter als de Europese koepelorganisatie EU Athletes, waartoe Ruijsenaars en Van der Ploeg zich hebben gericht. Maar Kummer stelt zich vooralsnog gereserveerd op. „De actie is sympathiek en wij delen de mening dat sporters meer gehoord moeten worden. Maar wij vinden het pamflet nogal ongenuanceerd en zullen het om die reden niet ondertekenen. Maar het is goed dat meer mensen opkomen voor de belangen van sporters. En wij willen altijd partner worden in de dialoog over doping.”