Een hels front voor Palestijnen en Israëliërs

In Tel Aviv had deze week een uitzonderlijke discussie plaats tussen vrouwen uit Sderot en het aan de andere kant van het front gelegen Beit Hanoun. Beiden zeiden in een hel te leven.

De tijden zijn voorbij dat in Tel Aviv regelmatig discussieavonden werden gehouden tussen Israëliërs en Palestijnen. Niet alleen is deze bron van informatie zo goed als opgedroogd maar ook krijgen de Israëlische tv-kijkers en krantenlezers geen eigen informatie meer over de situatie in de Gazastrook. Het Israëlische leger verbiedt Israëlische journalisten de grens met Gaza over te gaan. Daarom was het deze week zo uitzonderlijk dat in een zaal in het gebouw van de Federatie van kibboetsen een dialoog plaatshad tussen een Palestijnse vrouw uit Beit Hanoun in de Gazastrook en een Israëlische uit het Israëlische stadje Sderot.

Beide plaatsen liggen in de voorste linie van het strijdtoneel tussen Israël en Palestijnen. Sderot en omgeving worden vaak vanuit Beit Hanoun of nabijgelegen posities met Qassamraketten bestookt (in totaal zes doden). Israëlische tanks, vliegtuigen en grondtroepen voeren daarna of ter preventie van raketbeschietingen vrij omvangrijke militaire operaties uit in het gebied rond Beit Hanoun of in het stadje zelf.

Beide vrouwen, de Palestijnse Umm Haifan, een van oorsprong Israëlisch-Arabische die met een man uit Beit Hanoun is getrouwd, en de Israëlische Naomi Katzion, zeiden in een hel te leven. Zeven jaar oorlog heeft de bevolking in beide plaatsen ernstig getraumatiseerd. Kinderen worden ’s nachts gillend van angst wakker. In Sderot zijn de ouders bang hun kinderen naar school te sturen omdat deze volgens Katzion onvoldoende beveiligd zijn tegen raketten. „Jullie in Tel Aviv kunnen niet begrijpen wat wij sinds zeven jaar ondergaan”, zei ze. „Na het loeien van de sirenes hebben we tien tot vijftien seconden waarschuwingstijd. In die paniek moeten honderden scholieren door lange gangen naar veilige plaatsen rennen die meestal niet aan de veiligheidsvoorwaarden voldoen.”

Het stadsleven is door de voortdurende raketaanvallen volledig ontregeld. Drieduizend van de 24.000 inwoners hebben de stad verlaten. „De elite heeft de middelen om er vandoor te gaan”, zei Katzion. „De armen blijven. Als ik straks naar huis rijd doe ik bij de toegangsweg tot Sderot de ramen van mijn auto open om snel te kunnen reageren op alarm of het fluiten van een raket. Ook ik ben getraumatiseerd, ook ik heb psychologische hulp nodig zoals vrijwel alle inwoners van Sderot.”

Umm Haifan had aandachtig naar het relaas van de Israëlische buurvrouw in Sderot geluisterd. „Het leven in Beit Hanoun is ondraaglijk geworden”, zei ze. „Voortdurend cirkelen Israëlische gevechtsvliegtuigen en onbemande vliegtuigen boven onze huizen. Als er raketten worden afgeschoten komen plaatsen vanwaar ze zijn afgevuurd onder Israëlisch artillerie- en tankvuur te liggen. Deze week ging mijn zoontje spelen met een vriendje. Toen er geschoten werd kwam hij alleen thuis. Zijn vriendje werd dodelijk gewond. Ik weet niet precies hoeveel mensen, kinderen, vrouwen en mannen, zijn gedood. Verscheidene keren heeft het Israëlische leger een uitgaansverbod in Beit Hanoun afgekondigd. Met luidsprekers worden mannen opgeroepen uit de huizen te komen. Dat doen ze natuurlijk niet. Nou, dan rammen tanks de muren van een huis. Zo gaat dat. Net zoals de inwoners van Sderot zijn ook wij getraumatiseerd. Maar wij krijgen geen hulp. En nu met de Israëlische economische sancties is het leven nog moeilijker geworden. Het is een kunst om melk te bemachtigen, de schappen in de winkels zijn op enkele basisproducten na leeg.”

Even ontstond er rumoer in de volle zaal toen Katzion de Palestijnse vrouw vroeg wat de inwoners van Beit Hanoun voelen als raketten op Sderot vallen. „Ik wil het weten”, hield ze vol. „Hoe kan je dat haar vragen. Ze kan toch niet uit naam van alle inwoners van Beit Hanoun spreken”, werd er uit de zaal geroepen. Op deze door het Palestine-Israel Journal georganiseerde avond, lag de sympathie aan de Palestijnse kant.

Ook gisteren werden vanuit de Gazastrook doelen nabij Ashkelon en Sderot met Qassamraketten en mortieren bestookt. Israël doodde vier Hamas-politiemannen bij een aanval op hun kamp in het zuiden van de Gazastrook. Minister van Defensie Ehud Barak zei dat de dag nadert waarop Israël een omvangrijke militaire operatie in het gebied zal lanceren.

Israël wil het niet maar als er geen einde aan de beschietingen komt zit er niets anders op, was zijn boodschap. De afgelopen dagen stuitten Israëlische grondtroepen in de Gazastrook op fel, goed gecoördineerd Palestijns verzet. Israëlische militaire analisten vergelijken de door de moslimfundamentalistische organisatie Hamas opgezette militaire infrastructuur in Gaza zelfs met die van Hezbollah in Zuid-Libanon. De krant Ha’aretz schreef gisteren dat het tactische overwicht van het Israëlische leger op de militaire eenheden van Hamas kleiner wordt.

Mocht Israël vóór of na de vredesconferentie in Annapolis (eind november) besluiten Hamas in de Gazastrook te verlammen, dan zal de Palestijnse burgerbevolking het zwaar te verduren krijgen. De vraag is of Hamas erop uit is Israël in een valstrik in Gaza te laten lopen zoals het Israëlische leger zomer vorig jaar in Zuid-Libanon in de fuik van Hezbollah liep.