‘Dit is zeker die VOC-mentaliteit die ze willen’

Nederlandse fractievoorzitters gebruikten ‘klare taal’ tijdens hun bezoek aan de Antillen. Hun uitspraken lijken vooral bedoeld voor de eigen achterban, zeggen Antilliaanse politici.

Twee busjes rijden over de steile wegen van het rotsachtige eiland Saba. In het achterste busje becommentariëren twee fractievoorzitters en vier journalisten de schaal van het kleinste Antilliaanse eiland. Door de raampjes worden volop foto’s gemaakt.

Eigenlijk hadden ze wel in een catamaran naar Saba willen varen. „Of misschien is dat te traumatisch, als we weer met de boot komen vertellen hoe het hier moet”, grapt een journalist, refererend aan het koloniale verleden. VVD-leider Mark Rutte lacht hard. Hij vindt dat er op de eilanden klare taal moet worden gesproken, „want met al dat genuanceerde gedoe kom je nergens”.

De fractievoorzitters uit de Tweede Kamer keren morgen terug van een tiendaagse rondreis langs de Nederlandse Antillen en Aruba. Ze informeerden zich over de geplande opheffing van het Antilliaanse staatsverband per eind 2008. Vorig jaar is in een zogeheten Slotverklaring afgesproken dat Nederland het merendeel van de Antilliaanse staatsschuld van 2,3 miljard euro saneert, in ruil voor toezicht op overheidsfinanciën en rechtshandhaving. Staatssecretaris voor Koninkrijksrelatie Ank Bijleveld-Schouten noemt de autonomie van Curaçao en Sint Maarten per 15 december 2008 in dagblad Spits vandaag „bijna onhaalbaar”, omdat de eilanden volgens haar niet op tijd aan de Nederlandse voorwaarden kunnen voldoen.

De opstelling van sommige fractievoorzitters, in combinatie met hun gebrek aan kennis van het staatkundige proces, is op de Antillen slecht gevallen.

Vooral sinds de komst van de fractieleider Verdonk van Trots op Nederland (TON), begin deze week, lijkt de zogenoemde Rita-ruis de harde uitspraken te hebben versterkt. Maar ook de uitlatingen van CDA-fractieleider Pieter van Geel, dat Antilliaanse politici alleen zeuren en klagen, is niet positief ontvangen.

Leden van het Antilliaanse parlement noemen de uitspraken van hun Nederlandse collega’s gevaarlijk. Volgens critici vechten de fractievoorzitters vooral een onderling machtsstrijd uit, waarbij de eilanden slechts als koloniaal decor dienen. Vooral op Curaçao, waar de Slotverklaring met grote moeite werd getekend, is het wantrouwen jegens Nederland bevestigd, zeggen parlementariërs.

„Verbijsterend”, vindt Eunice Eisden, fractieleider van de Curaçaose oppositiepartij MAN, de uitspraken van Rutte. Vorige week overwoog ze om met de Nederlandse collega’s mee te reizen. Maar ze bleef thuis. Rutte’s uitspraak dat de schuldsanering de laatste kans was voor de Antillen voordat Nederland het bestuur zou overnemen gingen haar te ver.

„Nederland heeft niet door”, meldt Eisden vanaf Curaçao, „dat wij hier bezig zijn met een bestuurlijk emancipatorisch proces”. Volgens Eisden snappen veel Nederlandse politici de constitutionele positie van Nederland binnen het koninkrijk niet. „Bij individueel zelfbeschikkingsrecht, zoals het homohuwelijk, loopt Nederland voorop. Maar het volkerenzelfbeschikkingsrecht wordt afgekocht met een zak geld. Dat is zeker die VOC-mentaliteit van Balkenende, die bevorderd moet worden.”

Op Saba stoppen de busjes bij een landbouwproject achter het dorp Windwardside. De fractievoorzitters krijgen er tekst en uitleg. Bij de ingang rookt Glenn Sulvaran, fractieleider van regeringspartij PAR, een sigaret. Hij schudt zijn hoofd. „Als je niet weet”, zegt hij, „dat je niet weet waar je het over hebt, ben je gevaarlijk.”

Sulvaran ziet de uitspraak van Mark Rutte, over het niet toekennen van de status aparte voor Sint Maarten totdat een oplossing is gevonden voor de criminaliteit op het eiland, als staatsrechtelijk onjuist. Volgens Sulvaran klopt de relatie tussen het staatkundige proces en criminaliteit niet. „En je brengt lopende procedures in gevaar. Ambtenaren die bezig zijn verliezen zo het vertrouwen in het proces. Het vergt weer zoveel uitleg om dat recht te trekken.”

Naast een van de bakken met slaplantjes staat parlementariër Dudley Lucia. Als oud-voorzitter van het Antilliaanse parlement herinnert hij zich vroegere fractievoorzitters met meer inhoudelijke kennis. „Voorheen had je Nederlandse parlementariërs met een groter politiek bewustzijn. Maar de verandering in de Nederlandse politiek heeft ook zijn weerslag hier. Eigenlijk spreken ze niet tegen ons, maar tegen hun achterban.”

Toch denkt Lucia dat een reis als deze helpt. Al was het maar om het gebrek aan kennis ter plekke bij te spijkeren. Zodat bij de Kamerbehandeling van de begroting van Koninkrijksrelaties in december op feiten gebaseerde discussies worden gehouden. „Want de houding van Nederlandse politici blijft soms onbegrijpelijk. Vroeger was het zo dat ze hier mooi weer speelden en bij terugkomst in Nederland de Antillen er alsnog van langs gaven.”

In het centrum van Windwardside zorgen de busjes voor een kleine verkeersopstopping. Dorpsbewoners slaan de stoet gelaten gade. „Ach, die Nederlandse politici”, zegt een jongen met dreadlocks, „ze weten niet eens of ze op Saba zijn of een dagje in een pretpark rondrijden.”

Dit artikel maakt deel uit van een serie over de Nederlandse Antillen, naar aanleiding van het bezoek van de fractievoorzitters.

Zie voor de eerdere delen nrc.nl/binnenland