De rol van de Alliantie in Afghanistan

Het standpunt van J.H. Sampiemon dat de NAVO geen bestaansrecht meer heeft wordt nog duidelijker als we de rol van de Alliantie in Afghanistan nader bezien (Opiniepagina, 25 oktober).

Eind 2001 wordt na de Amerikaans-Britse interventie in Afghanistan als resultaat van de Bonn Conferentie de `International Security Assistance Force` (ISAF) door de Veiligheidsraad van de VN in het leven geroepen. Eerst onder Brits bevel, later onder Duits-Nederlandse leiding groeit deze militaire eenheid van ruim 10.000 man in 2004 tot 40.000 in oktober 2007. De troepen zijn afkomstig uit 38 landen, waaronder 26 NAVO-lidstaten.

In augustus 2003 neemt de NAVO de leiding over de ISAF volledig over. Het slotcommuniqué van de ministeriële vergadering van 3 juni 2003 formuleert dit als volgt: ”From August NATO will take the leading role by assuming the strategic coordination, command and control of ISAF.” Dit is de grootst mogelijke omvang van bevel over nationale militaire eenheden! Na gezochte activiteiten sinds de val van de muur, zoals `Partnership for Peace` en de NAVO-Rusland stafbesprekingen, kan dit project sinds 2003 zonder meer als de hoofdtaak van de NAVO beschouwd worden. De omvangrijke politieke NAVO-organisatie beschikt in Brussel over een uitgebreid diplomatiek netwerk van permanente nationale vertegenwoordigers met de rang van ambassadeur.

De militaire bevelslijn voor de ISAF loopt van SHAPE in Bergen, België voor het strategisch bevel, via het NAVO-hoofdkwartier in Brunsum voor de operationele regie naar het ISAF hoofdkwartier in Kabul.

Het is verbazingwekkend dat deze immense organisatie er sedert 2003 niet in is geslaagd een sluitend aflossingsschema voor de diverse eenheden van de ISAF op poten te zetten. Het is puur bij hapsnap werk gebleven. De secretaris-generaal loopt zelf langs de hoofdsteden om de troepen bij tientallen tegelijk, of minder, te ronselen.