De angst om het geld van een corporatiegigant

Twee woningcorporaties in de noordelijke Randstad willen fuseren tot nummer één in Nederland. Belangen van Almere, Amsterdam, minister Vogelaar en de directeuren kunnen botsen.

De grote worden steeds groter. En de kleintjes ook.

Een greep uit de oogst van fuserende woningcorporaties van de afgelopen maanden: Woonzorg Nederland (landelijk) en ZVH uit Zaandam, samen meer dan 49.000 wooneenheden. Parès (Ulft) en Wisch Wonen (Terborg), samen zo’n 4.500 woningen. En nu: Ymere en De Woonmaatschappij tot de grootste corporatie van Nederland met samen bijna 78.000 woningen van Haarlem tot Almere.

Hoe hard gaat de schaalvergroting? Het ministerie van Volkshuisvesting moet elke fusie beoordelen, maar dat houdt geen openbaar register bij van afgegeven vergunningen plus argumentatie. Een globaal cijfer: de financiële toezichthouder op de branche, het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) controleerde in 2000 620 corporaties, nu minder dan 500.

Fusies zijn echter controversieel. Vooral onder politici en huurders. Tweede Kamerlid Staf Depla (PvdA) heeft op zijn website een lijstje met fusieplannen, waarvan hij tevreden vaststelt dat een aantal maar niet van de tekentafel wil komen. „Te veel kritische vragen van commissarissen”, zegt hij.

Depla, toen nog in de oppositie, loodste vorig jaar een motie door de Tweede Kamer die toenmalig minister Sybilla Dekker (VVD) vroeg om paal en perk te stellen aan de fusietrend. Nee, geen fusies tot corporaties met meer dan 10.000 woningen, tenzij de partijen kunnen aantonen wat de meerwaarde is van hun samengaan. Sindsdien kan Depla zijn agenda vullen met symposia en andere bijeenkomsten waar corporatiedirecteuren uitleggen hoeveel nut fusies kunnen opleveren.

De argumenten van de voorstanders wijken niet veel af van die van topmanagers van bedrijven. Schaalvergroting levert efficiëntie op. Door vermogens samen te voegen kunnen kapitaalkrachtige corporaties ‘armere’ broeders helpen. Grotere organisaties hebben meer kennis over stedelijke vernieuwing en nieuwe relaties met zorginstellingen en scholen.

Daar staan nadelen tegenover. Hoe groter corporaties, hoe meer bestuurders verdienen, tot ver boven de Balkenende-norm van 171.000 euro voor functies in het (semi)publieke domein. Bovendien blijkt schaalvergroting niet zomaar tot lagere kosten te leiden. En, zo blijkt uit onderzoek van het Kwaliteitscentrum Woningcorporaties Huursector: bij gefuseerde woningcorporaties neemt de kwaliteit van de dienstverlening in eerste instantie af. Zegt Depla: „Men is drie jaar met zichzelf bezig in plaats van met de stad.”

Bij fusies beslist minister Ella Vogelaar (PvdA) van Wonen, Werken en Integratie. Zij hoort vooraf wat de betrokken gemeenten en de huurders vinden. Dat brengt bij de fusie van Ymere en De Woonmaatschappij direct belangentegenstellingen aan de oppervlakte. De gemeente Almere, een van de ‘thuismarkten’ van Ymere, geeft de gigant een koel onthaal. Ymere is een recente (2004) fusie van woningstichting WVA uit Almere en Woningbedrijf Amsterdam.

Twee bezwaren van Almere springen in het oog. De gemeente wil conform de opvattingen van wethouder Adri Duivesteijn (PvdA) lagere huren voor mensen met lage inkomens, maar vreest hogere. En Almere wil geld zien. Volgens het fusiedocument gaat de nieuwe combinatie bijna 1 miljard euro investeren in dertien wijken, maar slechts een daarvan staat in Almere en dan gaat het, suggereren burgemeester en wethouders, om een magere 7 miljoen euro.

Daar zal de fusiecorporatie tegenover zetten dat 65 miljoen euro extra wordt geïnvesteerd in de dertien achterstandswijken waar de corporaties werken. Dat geld gaat echter vooral naar Amsterdam. De 65 miljoen komt, toevallig, overeen met het bedrag dat Amsterdam via Vogelaar krijgt uit het nieuwe fonds van de woningcorporaties voor leefbaarheid en de verheffing van de veertig achterstandswijken, een kernopgave van minister Vogelaar. Wat goed is voor Amsterdam, irriteert Almere, maar kan de minister plezieren en steun bereiden voor de fusie.