Chinese bedrijven blijven voortaan thuis

Chinese internetbedrijven hebben in het verleden voor hun financiering vaak een omslachtige route bewandeld. In de eerste plaats moesten ze een westers idee in China zien te slijten. Vervolgens moesten ze, vóór of nadat ze wat indrukwekkende cijfers hadden verwezenlijkt, naar de Verenigde Staten voor een beursgang. De verbluffende beursintroductie van de internetveiling Alibaba.com in Hongkong kon wel eens betekenen dat het tweede deel van deze route voortaan komt te vervallen.

Het is eenvoudig te verklaren waarom in eerste instantie voor deze omweg gekozen werd. Hoewel groei, of het vooruitzicht daarop, in het tot wasdom komende China makkelijk te vinden is, bevinden de diepste kapitaalbronnen voor beginnende technologiebedrijven zich in de VS. De meeste grote technologieondernemingen worden verhandeld aan de Amerikaanse schermenbeurs Nasdaq, waar een ruim aanbod is aan beleggers die bereid zijn te investeren in onzekere activiteiten met forse groeimogelijkheden. En dan zijn er nog het prestige dat verbonden is aan een beursnotering in New York en het feit dat de oprichters misschien kapitaal willen binnenhalen dat buiten het bereik van de Chinese autoriteiten ligt.

In ieder geval wisten bedrijven als Baidu, Sina.com en Sohu.com allemaal hoge waarderingen in de wacht te slepen toen zij in New York naar de beurs gingen – met name tijdens de internetzeepbel. De gemiddelde aan een Amerikaanse beurs genoteerde Chinese internetfirma wordt nu verhandeld op een niveau van bijna veertig maal de geschatte winst over 2008.

Toch toont de beursgang van Alibaba.com aan dat deze firma’s waarschijnlijk een hogere waardering zouden genieten als ze aan de beurs van Hongkong genoteerd zouden zijn. De introductiekoers van Alibaba.com was vastgesteld op 55 maal de verwachte winst over 2008, en een koersstijging is zeker niet uitgesloten. Dit is geen ongewoon verschijnsel. Tencent.com, een in Hongkong genoteerde internetfirma waarvan de marktwaarde tot 15 miljard dollar (10,4 miljard euro) is toegenomen, wordt verhandeld op 57 maal de winst. Toch verschilt de groei van deze firma’s niet zoveel van die van hun in New York genoteerde branchegenoten. Het verschil schuilt vooral in het feit dat de manische Chinese markten steeds nadrukkelijker vragen om groeifondsen. Voor een internetfirma die bereid is om al zijn kapitaal in China zelf op te halen, bijvoorbeeld op de beurs van Shanghai, kan het meervoud zelfs nog hoger uitvallen – de markt als geheel wordt in Shanghai tenslotte op een koers-winstverhouding van 51 verhandeld, tegen 20 voor Hongkong en 18 voor de Verenigde Staten.

Bovendien heeft de Chinese regering steeds indringender laten weten dat zij graag ziet dat Chinese bedrijven hun primaire notering in China zelf hebben. Voeg de financiële en de politieke prikkels samen en het zal duidelijk zijn dat in de toekomst waarschijnlijk minder Chinese bedrijven zullen kiezen voor de omweg via Hongkong, laat staan Wall Street.