‘Bob’ stamt uit tijdperk van vrijheid-blijheid

Sinds deze week gelden nieuwe regels voor fusies en overnames. Doel is overnames transparanter te maken, maar in de praktijk vinden betrokkenen de regels alweer achterhaald.

Een sluipmoord kan niet meer plaatsvinden, maar grof geweld kan nog steeds.

Sinds deze week gelden ook in Nederland de nieuwe Europese overnameregels voor het bedrijfsleven. Minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) heeft de invoering van de richtlijn aangegrepen om ook de spelregels omtrent het biedingsproces te moderniseren (het Besluit openbare biedingen, Bob). Eindelijk, verzuchten velen, want het proces van omzettingen van Europese richtlijn naar nationale regelgeving duurde ruim drie jaar.

‘Bob’ scherpt de regels bij fusies en overnames aan. Zo moeten aandeelhouders die 30 procent of meer van de aandelen in bezit krijgen verplicht een bod doen, hoeven persberichten niet meer van tevoren aangemeld te worden bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en komt er meer aandacht voor de positie van werknemers bij een fusie of overname (zie: Nieuwe regels openbare biedingen).

Zo op het oog biedt Bob een uitkomst voor de nu vaak diffuse processen rondom overnames. Het meest recente voorbeeld, de overname van Nederlands grootste bank (ABN Amro) door een internationaal bankentrio werd met mist omgeven. Een relatief kleine aandeelhouder (The Childrens Investment fund, 1 procent van de ABN-aandelen), zette de bank in de verkoop, waarna een strijd ontstond tussen Barclays en een consortium van Fortis, Royal Bank of Scotland en Banco Santander.

Maar Bob biedt vooral schijnoplossingen, zo zeggen betrokkenen. Maarten Muller, jurist bij Allen&Overy: „Het is paradoxaal: iedereen snakt naar invoering van het besluit, omdat Nederland Europees gezien zo een beentje bij trekt. Maar de nieuwe regeling lijkt teveel op de oude en is daarmee achterhaald.”

Grootste bezwaar volgens Muller is dat Bob een stap terug zet bij de regels voor vijandige overnames. „De regels voor het zogenoemde rauwelijks vijandige bod ontbreken. Nederland kende tot nu toe de situatie dat bij vijandige overnames er eerst vooroverleg gevoerd werd, dat vervalt nu.” Mullers collega Stevens schreef eind september al: „Bob wordt zonder echte wapens het veld op gestuurd, en zal snel onder de voet gelopen worden.”

Muller mist vooral een goede put-up or shut-up regeling, zoals in Angelsaksische landen (een bedrijf dat zegt geen overname te willen doen, mag dat de zes daaropvolgende maanden niet alsnog toch doen). Ook geeft het nieuwe besluit niet aan wanneer een belegger moet aangeven wat hij met een bepaald belang van bijvoorbeeld 3 of 5 procent wil. „Ben je dan nog gewoon aan het beleggen, of heb je een strategisch doel”, aldus Muller. Hij wijst ook op de betrekkelijkheid van de grens van 30 procent waarboven een verplichte melding geldt: „Natuurlijk gaan mensen dan net onder een belang van 30 procent zitten.”

Ook vanuit de vakbonden is kritiek op Bob. De vakbonden vonden dat ze bij de recente overname van ABN Amro te laat zijn betrokken bij de plannen, waarin aanvankelijk enkel over een fusie gesproken werd in plaats van een overname. Pas veel later werd duidelijk dat de toekomst van het hoofdkantoor onzeker zou worden en dat door opsplitsing van de bank in Nederland 8.000 van de in totaal 27.000 banen zouden verdwijnen.

Dat wordt met Bob anders, een bieder moet zijn kaarten op tafel leggen, maar werknemers kunnen een overvaller niet buiten de deur houden. „Je weet nu wel welke narigheid op je afkomt, maar werknemers hebben geen extra middelen gekregen hier iets tegen te doen”, zegt Carla Kiburg, bestuurder van FNV-Bondgenoten. „De nieuwe regels zijn een lichte vooruitgang omdat in een vroeg stadium meer inzicht komt over de plannen van de bieder en over de plekken in een concern die getroffen worden. Maar we zijn sceptisch over de wet. Lopen gesprekken vast, dan kunnen we alleen terugvallen op oude vakbondswapens als acties of een staking.”

Wel heeft de ondernemingsraad van een bedrijf het recht om advies te geven (bij inkrimpingen en investeringen) op een tijdstip dat ze nog wezenlijke invloed kan hebben op de besluitvorming. Vakbonden kunnen de Ondernemingskamer verzoeken een procedure naar wanbeleid uit te voeren. Ook moet de ondernemingsraad zich uitspreken over een vijandig bod. Maar de invloed van de ondernemingsraad is beperkt, meent bestuurder Kiburg van FNV-Bondgenoten. „Al geeft de ondernemingsraad een negatief advies, dan heeft dit hooguit tot gevolg dat het management beslissingen een maand moet opschorten”.

Reden waarom het kabinet de Sociaal-Economische Raad heeft gevraagd te onderzoeken of de positie van werknemers in de onderneming versterkt moeten worden. Een van de opties is een spreekrecht van de ondernemingsraad in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Bob is kortom niet waterdicht. Hoewel er termijnen gesteld worden aan overnames, kunnen bieders de strijd nog steeds oneindig rekken met alle gevolgen van dien. Anders dan in Groot-Brittannië beschikt Nederland nu nog niet over een goed Takeover panel (een marktmeester) die in het proces in kan grijpen. Het toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) schiet nu namelijk tekort, meent Muller van Allen&Overy. „De AFM creëert tot op heden geen jurisprudentie over overnames, ontwikkelt geen principiële visie op biedingsregels. Uitspraken worden niet openbaar. Zolang dat zo blijft, komen we nooit toe aan marktmeesterschap.” Mocht het ooit tot een marktmeester komen, dan moet die niet onder de AFM komen, meent Muller. „Het zou een commissie moeten zijn waar mensen uit de praktijk via roulatie zitting in nemen. Dat is goed voor de marktmeester én voor de deelnemende bedrijven.”

Bij zijn afscheid als voorzitter van de Vereniging van Effectenbezitters zette Peter-Paul de Vries een aantal aanbevelingen op een rijtje. Ook hij wil een marktmeester, onder supervisie van Financiën. Bos onderzoekt of een marktmeester moet worden ingevoerd.

Al met al lijkt het Besluit openbare biedingen eerder een voorzichtige eerste stap dan een revolutionaire wijziging van de biedingsregels te zijn. Muller denkt dat het politieke klimaat pas is omgeslagen tijdens de behandeling van het besluit. Hij wijst op de overnames van ABN Amro en Stork. „Tot voor kort vond de Tweede Kamer de vrijheid-blijheid wel goed.” Daarbij: Bob lost het probleem niet op van de spagaat tussen aandeelhoudersbelangen enerzijds en de belangen van de overige stakeholders (werknemers, klanten) anderzijds. Muller: „Dat los je alleen op als je echt voor de aandeelhouders kiest.”

De Tweede Kamer heeft de mogelijkheid voorbij laten gaan nog inhoudelijk over het definitieve besluit te spreken. Was het niet beter geweest als de Kamer alle bezwaren van bonden en juristen toch had meegenomen? Muller: „Nee zeg, dan hadden we nog langer moeten wachten.”

Wet en regelgeving openbare biedingen via:www.nrc.nl/economie