Beweging is goed alternatief voor partijen

Waarom J.L. Heldring in zijn column van 25 oktober Verdonk zo afmaakt, is mij een raadsel. Wie nu een beweging begint, doet dat toch in een totaal andere situatie dan alle voorgaande bewegingoprichters, die Paul Lucardie op dezelfde pagina opsomt. Heldring en Lucardie hebben tot op zekere hoogte gelijk; Montesquieu heeft het al in 1748 gezegd: het volk kan zichzelf niet regeren, maar is heel wel in staat de mensen te kiezen die dat voor hem moeten doen. Maar het punt is dat het volk die mensen niet meer kan kiezen, omdat hun keuzemogelijkheid dictatoriaal bepaald wordt door de partijen, waarvan nog geen drie procent van de bevolking lid is. En die partijen hebben allemaal het contact met hun achterban zodanig verloren, dat zij uit zelfbehoud zijn overgeleverd aan hun pr-afdelingen, als evenzoveel propagandaministeries. Deze niet door politici maar door managers geleide afdelingen hebben alle touwtjes in handen. De strijd daartegen is onbegonnen werk. Verdonk heeft dat aan den lijve ondervonden: als de partij naar haar kiezers geluisterd had, was niet Rutte maar zij partijleider geworden. Het lijkt mij juist nu geen gek idee om een beweging te beginnen: niet omdat we naar een directe democratie toe willen, maar omdat het onder de huidige omstandigheden het enige middel lijkt te zijn om de representatieve democratie te herstellen. Dus: om weer te kunnen kiezen door wie wij gerepresenteerd willen worden.