Bedrijvendokter werd lastpost

Bedrijvendokter, hoeder van de vaderlandse industrie en ten slotte gearresteerd.

Portret van zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen.

Van de wereld als werkterrein naar het beperkte oppervlak van een Zwitserse cel. Het zal eventjes wennen zijn voor de man die gewend was first class de wereld over te vliegen, die in landen waar hij niet over luxe woonruimte beschikt, logeerde in vijfsterrenhotels. In het Amstel Hotel had hij een vaste garderobe hangen, zijn hotelkamerjas was gestikt met zijn initialen: JvdN.

Die man, Joep van den Nieuwenhuyzen, zit nu al een week vast in Zwitserland, in afwachting van uitlevering naar Nederland. Hij wordt verdacht van faillissementsfraude bij de in 2004 omgevallen bedrijven uit zijn RDM-concern. Curatoren, de gemeente Rotterdam en verschillende ministeries zijn tientallen miljoenen euro’s kwijt.

Het is niet voor het eerst dat Van den Nieuwenhuyzen met justitie in aanraking komt. Wel dat hij nu tijdelijk van zijn vrijheid is beroofd. Het woordje omstreden kleeft al aan hem sinds Van den Nieuwenhuyzen begin jaren negentig de hoofdrol speelde in de geruchtmakende voorkenniszaak rond automatiseringsbedrijf HCS. Het decennium ervoor gold hij juist als hoeder van de vaderlandse industrie. Hij redde menige fabriek van de ondergang en vergaarde de geuzennaam ‘bedrijvendokter’. Die titel zou hij steeds minder gaan verdienen. De meeste bedrijven die ooit van hem waren zijn niet meer actief of inmiddels failliet.

Joep van den Nieuwenhuyzen (Vught, 1955) krijgt landelijke bekendheid wanneer eind 1982 zijn toenmalige schoonmoeder Toos van der Valk wordt ontvoerd, echtgenote van horecatycoon Gerrit van der Valk. Van den Nieuwenhuyzen is dan getrouwd met hun dochter Carlita. Tijdens de crisis treedt schoonzoon Joep – 27 jaar oud – op als woordvoerder van de familie. En meer dan dat. Hij onderhandelt met de ontvoerders en versleept, gehesen in een kogelvrij vest, de koffers met 13 miljoen gulden losgeld. Na drie weken wordt mevrouw Van der Valk vrijgelaten. Van der Valk zou zijn schoonzoon voor deze diensten hebben beloond door hem Machinefabriek Stramproy cadeau te doen. In werkelijkheid heeft hij het bedrijf, dat metalen bouwconstructies voor zijn hotels maakt, uit een faillissement overgenomen en krijgt Van den Nieuwenhuyzen een jaar de tijd om het erbovenop te helpen. Dat lukt.

Stramproy is het eerste van een rits bedrijven die Van den Nieuwenhuyzen (tijdelijk) van de ondergang zal redden. Vanaf 1985 schuift hij dit soort investeringen in zijn beursgenoteerde investeringsmaatschappij: de Koninklijke Begemann Groep uit Helmond, die hij voor 2 miljoen gulden uit surseance heeft weten te halen. Met zijn drie jaar oudere broer Jeroen als financieel brein en hijzelf als charmante dealmaker, verzamelt Van den Nieuwenhuyzen zo’n 140 bedrijven onder Begemann-vlag, waaronder Holec en de Rotterdamse Droogdokmaatschappij RDM, met een gezamenlijke omzet van bijna 1,7 miljard gulden en een beurswaarde van 800 miljoen. Er werken op het hoogtepunt bijna 9.000 mensen. Vakbonden lopen in die tijd met hem als redder van werkgelegenheid weg.

Maar in 1991 gaat het mis. Privé heeft hij een groot belang opgebouwd in het beursgenoteerde automatiseringsbedrijf HCS. Als dat in financiële moeilijkheden komt, besluit huisbankier ABN Amro – in de persoon van Rijkman Groenink – aan te kloppen bij Van den Nieuwenhuyzen en twee andere grootaandeelhouders. De drie miljonairs stellen zich garant in de vorm van een aandelenemissie. Op de dag dat die wordt aangekondigd zakt de koers van HCS in, naar later blijkt door grote verkooporders van Van den Nieuwenhuyzen.

Een slepende rechtszaak volgt. Na te zijn veroordeeld tot drie maanden cel en een boete van een ton, wordt hij in 1996 alsnog vrijgesproken. Parallel aan de HCS-zaak wordt hij ook vervolgd in een andere voorkenniszaak, ook daarin volgt vrijspraak.

Van den Nieuwenhuyzen is furieus en besluit de staat aansprakelijk te stellen voor geleden schade: 1,2 miljard gulden. Door de HCS-affaire, beweert hij, is zijn reputatie geknakt en zijn bedrijf te gronde gericht. De koers van Begemann is ingestort, en voor externe financiering staan banken niet langer in de rij. De schadeclaim tegen de staat verpakt Van den Nieuwenhuyzen in een apart beursfonds, de stichting Begaclaim. Opnieuw een juridische noviteit. In 2006 verklaart de Hoge Raad het HCS-deel van de claim ongegrond, maar verwijst de RDM-zaak terug naar het gerechtshof.

De HCS-affaire is de ommekeer in de relatie tussen Van den Nieuwenhuyzen en de overheid. Zo ziet de getergde zakenman het althans zelf. Hij voelt zich geregeld tegengewerkt. De voorkennisaffaires leiden ook tot een breuk met broer Jeroen.

Van den Nieuwenhuyzen laat zich uitkopen uit Begemann, maar neemt dochtermaatschappij RDM mee. Die vestigt hij op Curaçao. Het RDM-recept is hetzelfde: Van den Nieuwenhuyzen koopt (bijna) failliete bedrijven op, buiten het zicht van de beurs, en vooral in de wapenindustrie.

Binnen afzienbare tijd hangen er onder RDM tientallen bedrijven die betrokken zijn bij de productie van onderzeeboten, helikopters, pantservoertuigen en landingsgestellen. Van den Nieuwenhuyzen reist de hele wereld over om met regeringsleiders en legerchefs over wapenorders te spreken. Ook Nederland blijkt Van den Nieuwenhuyzen hier aanvankelijk nodig te hebben. Het ministerie van Defensie meldt zich als klant voor pantservoertuigen en de politie bestelt patrouilleheli’s. Flinke voorschotten worden betaald, betalingen die nu inzet zijn van het strafrechtelijk onderzoek. Justitie vermoedt dat Van den Nieuwenhuyzen miljoenen heeft weggesluisd van failliete bedrijven naar nog bestaande vennootschappen in het buitenland.

Het ‘te land, ter zee en in de lucht’-conglomeraat van Van den Nieuwenhuyzen begint te wankelen wanneer de Nederlandse regering in 2002 een stokje steekt voor de leverantie van duikboten aan Taiwan – dat zou de economische banden met China te zeer schaden. Compensatieorders door Nederland blijven uit. In het voorjaar van 2004 vallen achter elkaar enkele RDM-bedrijven om, waarvan SP Aerospace de grootste is.

Van den Nieuwenhuyzen vermoedt een complot. „Het ministerie van Defensie had klaarblijkelijk de rol toebedeeld gekregen RDM te elimineren”, zegt hij op een emotionele persconferentie, in augustus 2004. Hij denkt te weten waarom de staat zo’n hekel aan hem en RDM heeft. „Wij waren een lastpost en niet het schoothondje dat Defensie wilde.”

Terwijl de curatoren aan de slag gaan om de faillissementen te ontrafelen en Defensie middels gerechtelijke stappen gevoelige bouwtekeningen van onderzeeboten van RDM weet terug te krijgen, houdt Van den Nieuwenhuyzen zich stil. En hij houdt zich schuil. Hij verhuist officieel naar Zwitserland.

Twee jaar geleden wordt hij door een journalist van Het Financieele Dagblad gesignaleerd in Parijs op doorreis van de VS naar China. Het is een jaar na de val van RDM. Hij zegt zich nog altijd „verantwoordelijk” te voelen voor zo’n 25 bedrijven. Onvermoeibaar en optimistisch als altijd: „Ik heb er nu 25 jaar opzitten en ik ben van plan zeker nog 25 jaar zo door te gaan.”

Meer artikelen over de zaak op nrc.nl/economie