Alleen grens scheidt zinkfabrieken nog

Nyrstar, fusiebedrijf van het Australische Zinifex en het Belgische Umicore, is deze week naar de beurs gegaan. Het concern heeft twee fabrieken vlak bij elkaar in Nederland en België. Is er nog wel plaats voor beide?

In de statige vergaderzaal van het Budel- kantoor hangen de portretten van de vroegere fabriekseigenaars netjes op een rij. Uiterst rechts de stichter Lucien Dor, een Belgische ingenieur die in 1892 naar Budel kwam om er een smelterij te beginnen.

In Balen, dertig kilometer verderop, is er van deze oude grandeur weinig te merken. Met uitzondering misschien van de stalen brug aan de ingang van de fabriek, die kraakt in zijn voegen telkens wanneer er een vrachtwagen overheen komt denderen.

De ene zinksmelter ligt in Noord-Brabant, de andere aan de rand van de Vlaamse Kempen. Beide fabrieken maken deel uit van Nyrstar, de grootste zinkproducent ter wereld, die begin deze week zijn debuut op de beurs van Euronext maakte. Deze groep is een fusie van de zinkactiviteiten van het Australische Zinifex en het Belgische Umicore.

Eigenlijk zijn niet alleen Balen en Budel vlakbij elkaar gesitueerd. Er is ook nog de Nyrstar-vestiging in het Belgische Overpelt dat ertussenin ligt en het Franse Auby dat naar Europese normen een naaste buur is. „We hebben geen plannen om een van die fabrieken te sluiten”, zei bestuursvoorzitter van Nyrstar, Paul Fowler, bij de presentatie van de beursgang.

Toch lijkt die situatie absurd voor een groep die wereldwijd filialen heeft in Europa, Australië, de VS en China.

Budel staat voor een levensgrote uitdaging. Nagenoeg 80 procent van het ruwe erts dat via de Antwerpse haven naar daar wordt getransporteerd, is afkomstig van de Australische Century-mijn. Maar de zinkgroeve van Century zal tegen 2015 uitgeput zijn. Budel moet dus op zoek gaan naar een alternatief. Het zinkconcentraat van Century heeft echter een laag ijzergehalte. De verwerking ervan levert weinig vast afval op. Gelukkig maar, want de Nederlandse overheid verbiedt de fabriek om dergelijke residu’s te storten, omwille van milieuredenen. De fabriek kan kiezen voor nieuwe installaties om het residu te verwerken (wat geld en tijd zal kosten) of ze moet een andere geschikte leverancier vinden (wat normaliter jaren op voorhand wordt onderhandeld).

„De tijdspanne is heel kort”, stelt Jeremy H. Kouw, fabrieksdirecteur van Budel. Ook Leo Jacobs, operationeel bestuurder van de westelijke operaties van Nyrstar, ervaart dit als een cruciale factor. „Dit vormt een zekere bedreiging voor Budel. We werken eraan.”

Nyrstar heeft nu al contracten lopen met de mijn van San Cristobal in Peru. Vanaf 2008 zou van daaruit concentraat met een laag ijzergehalte naar de zinkfabriek van Budel kunnen worden aangevoerd. Maar die zink- en zilvergroeve is volledig in handen van een concurrent, Minera Volcan. Dit in tegenstelling tot de Century-mijn die vroeger eigendom was van de Zinifex-groep en nu van Nyrstar.

Er is nog een ander knelpunt. In 2006 kreeg de fabriek al een dure upgrade om 260.000 ton zink per jaar te kunnen produceren. Daarin is het bedrijf nog niet geslaagd. De fabriek verwerkt nu 230.000 tot 240.000 ton zink per jaar. Problemen zoals te hoge temperaturen bij het roosten – dat is de verbranding van het erts – waren de oorzaak.

Aanvoer van zinkoxides uit Balen en Overpelt, die niet meer geroost moeten worden, kan een oplossing bieden. Daar wordt nu aan gewerkt. Die coöperatie staat in schril contrast met de verbeten concurrentie die beide vestigingen jarenlang met elkaar voerden. Zelfs een zekere vorm van industriële spionage werd daarbij niet geschuwd. „Door hun transporteurs voor ons te laten werken telden we hoeveel ton grondstof en afgewerkt product er in Budel dagelijks werd vervoerd”, verklapt Jacobs. „Als je op dertig kilometer van elkaar ligt, dan heb je weinig geheimen voor elkaar.”

De grens tussen beide fabrieken wordt nu stelselmatig doorbroken. In september was er feest op beide locaties. De naam Nyrstar werd er officieel ten doop gehouden. Honderden werknemers uit Balen kwamen met hun familie de fabriek in Budel bezoeken, en omgekeerd. „Een unicum”, vertelt Jeremy Kouw, „Zoiets is nooit op deze schaal gebeurd.”

Zinkproductie is een erg kapitaalintensieve industrie en wordt op een steeds hoger niveau geautomatiseerd. De markt is ook erg gefragmenteerd: er zijn veel zinkproducenten actief. Consolidering zit eraan te komen.

In Budel werken momenteel 460 mensen. In Balen 586. De effectieve productie bij die laatste fabriek ligt op 270.000 ton zink per jaar. Door procesoptimalisatie en onderhoud moet dit ook daar verder omhoog: 275.000 ton is het streefdoel, zo vermeldt het beursprospectus van Nyrstar.

„Balen kan nu 20 procent van zijn totale productie uit recycling halen”, stelt Leo Jacobs. „Het doel van Nyrstar is om naar 30 procent te gaan, verspreid over Balen en Budel.” Recycling is volgens Jacobs de toekomst. Hij laat een grafiek op zijn projectorscherm te voorschijn flitsen. „In 2015 wordt de vraag naar zink wereldwijd op 16 miljoen ton per jaar geschat. Maar de mijnexploitatie zal hoogstens 10 miljoen ton opleveren. Het saldo moet worden opgevuld met recycling.”

Balen en Budel scoren matig tot goed als hun kosten vergeleken worden met die van de andere vestigingen in de groep. Het Franse filiaal in Auby produceert op een duurder niveau en de fabrieken in het Tasmaanse Hobart en het Chinese Kunming zijn een flink stuk goedkoper.

Die middenpositie is een dubbeltje op zijn kant. De zinkmarkt is cyclisch en de prijs voor zink daalt. Analisten verwachten dat Nyrstar in 2007 sterke jaarresultaten zal halen, maar ze houden ook rekening met een neergang vanaf volgend jaar tot 2010.

Als Budel en Balen dan hun onmisbaarheid in de groep niet hebben bewezen, dreigt afslanking of rationalisering.