Wie stookt het vuurtje op?

Het afgelopen half jaar heb ik veel spreekbeurten gehouden over mijn boekje Boeiuh – Het stille protest van de jeugd. Niet zelden stond ik voor een zaal vol leeftijdsgenoten, jonge twintigers. Altijd spannend: hoe reageren zij op mijn stelling dat mijn generatie apathisch is geworden? Nauwelijks maatschappelijke betrokkenheid toont? Idealisme heeft ingewisseld voor cynisme?

Ze reageren meestal zoals ik ons beschrijf: schouderophalend. Soms ontstaat er rumoer als ik een lijstje oplees van oorlogen die nu in de wereld gaande zijn – vooral omdat het lijstje tamelijk lang is. Gevolgd door schuldbewust gegrinnik als ik een lijstje van het aantal jongerendemonstraties tégen die oorlogen erbij haal – want dat is nogal kort.

Heeft mijn generatie het dan niet goed voor met de wereld? Zeker wel. Smeltende ijskappen, de ‘Derde Wereldoorlog’ met Iran – denk maar niet dat het allemaal aan ons voorbijgaat. Mijn generatie is opgegroeid in een mediacratie, waarin we non-stop worden geconfronteerd met de wereldproblematiek. Ons realiteitsbesef is zelfs zo groot dat we ons liever van al dat nieuws afwenden dan dat we ervoor op de barricades gaan. Dus protesteren wij in stilte – door stil te zijn.

Die houding is niet typisch Nederlands. Thomas Friedman, columnist van The New York Times, schreef eerder deze maand over Generation Q: Generation Quiet. „De Stille Amerikanen, in de beste zin des woords, jagen stilzwijgend achter hun idealen aan, thuis en over de grenzen.” Maar, vraagt Friedman: is Generation Q niet een beetje „té stil, en té online dan goed voor ze is?” Want, stelt hij, het veranderende klimaat en de veel te dure oorlog in Irak zijn geen problemen die zomaar overwaaien.

Friedman: „Amerika heeft een injectie nodig van idealisme, activisme en protest. Daar zijn twintigers voor – om het vuurtje op te stoken. Maar ze kunnen zoiets niet mailen, en ook een online petitie is niet afdoende.”

Misschien heeft Friedman wel gelijk. De problemen in de wereld mogen dan een ver-van-ons-bedshow lijken, omdat we ze eigenlijk alleen kennen uit de krant of van de televisie. Maar uiteindelijk geldt: het zijn ook onze problemen. Problemen die nopen tot betrokkenheid.

Of, zoals Friedman zegt: „Martin Luther King en Bobby Kennedy hebben de wereld niet veranderd door mensen uit te nodigen om lid te worden van hun Hyves-kruistochten of hun website te bezoeken.”

Elke dinsdag schrijft hier iemand op uitnodiging een brief aan de ‘next-generatie’.

Rob Wijnberg