Wensdenken staat ‘mooier’ Nederland in de weg

Nederlanders houden er fraaie, maar achterhaalde opvattingen op na over de schoonheid van hun eigen land, blijkt uit een vandaag verschenen rapport van het Ruimtelijk Planbureau.

Den Haag, 30 okt. - De werkelijkheid heeft ons ingehaald. De idealen die we koesteren over ‘mooi Nederland’ kloppen niet. We steunen de boeren om het platteland idyllisch te houden, terwijl er allang geen trekker meer naast de boerderij staat, maar een Range Rover van de stedeling die er is komen wonen. We zien snelwegen als symbool van vrijheid en ruimte, terwijl in de praktijk een automobilist voortkruipt over het asfalt, met uitzicht op een geluidsscherm. We praten honderduit over ongerepte natuur, terwijl die in Nederland helemaal niet meer bestaat.

Dat zijn enkele waarnemingen uit het vanmiddag gepubliceerde De Staat van de Ruimte: Nederland zien veranderen, het tweejaarlijkse rapport van het Ruimtelijk Planbureau waarin de ruimtelijke ordening wordt beoordeeld.

Al deze ficties waarin Nederlanders geloven, hebben gevolgen voor de manier waarop politici en bestuurders, maar ook burgers, met de ruimte omgaan, blijkt uit her rapport. Heeft het nog zin om als beleidsambtenaar te klagen dat de witte hekken rond de wei van de recreatiepaarden het ‘oorspronkelijke landschap’ aantasten, als die paarden het ideaal zijn van de stedeling die op het platteland is gaan wonen? Heeft het zin om dure huizen in arme wijken neer te zetten om daarmee het ideaal van de gemengde buurt te vestigen, als niemand daar in die buurt gelukkiger van wordt?

Of is het beter om aansluiting te zoeken bij de gegroeide praktijk, door niet de ogen te sluiten voor bijvoorbeeld de opmars van meubelboulevards aan de rand van de steden, maar daar prachtige ontwerpen voor te maken?

Er zijn nieuwe wensbeelden nodig om Nederland mooi te maken, stelt het rapport. „De huidige ideaalbeelden wijken zo ver af van de werkelijkheid dat ze niet meer houdbaar zijn”, licht directeur Wim Derksen van het Ruimtelijk Planbureau toe.

Maar hoe moet het dan? Bepaal om te beginnen wat het ‘eigene’ van het Nederlandse landschap precies is, stellen de onderzoekers voor. Ze denken dat het kenmerkendste aan Nederland het begrip ‘delta’ is. Derksen: „Dat slaat niet alleen op de rivieren, de Zeeuwse stromen, IJsselmeer en Waddenzee, maar ook op de polders en het polderlandschap, de meren en de grachten in de steden. Daar valt een heleboel te doen. De Deltawerken hebben in Zeeland een ecologische ramp veroorzaakt. Het IJsselmeer zou veel meer kunnen zijn dan de huidige klotsende waterbak. We moeten meer met de zee mee bewegen. Het water is voor Nederland een structurerend principe. Je kunt wel zeggen dat de Achterhoek en de heuvels in Zuid-Limburg zo mooi zijn, maar half Europa ziet eruit als de Achterhoek. Het kenmerkende aan Nederland is het water.”

boerderette: pagina 3

hoofdartikel: pagina 7

Lees het rapport via nrc.nl/binnenland