Tibetaans bloed stroomt sneller

Door onze redactie wetenschap

Tibetanen hebben zich op een andere manier aangepast aan leven op grote hoogte dan de bewoners van de Zuid-Amerikaanse Andes. Zij compenseren voor een gebrek aan zuurstof in de buitenlucht door een hogere bloedstroming. Het idee dat mensen zich alleen via de ademhaling en rode bloedcellen aanpassen aan weinig zuurstof, moet worden bijgesteld. Dit concluderen fysisch antropologe Cynthia Beall en haar collegae van Case Western Reserve University in Cleveland. De bevindingen staan deze week in de vroege online editie van het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Beall onderzocht hoe Tibetanen die op een hoogte van 4200 meter wonen compenseren voor hun relatief zuurstofarme omgeving. De bloedstroming van de bewoners, was duidelijk hoger dan die van mensen die op zeeniveau wonen. Doordat meer bloed door de vaten stroomt, kan meer zuurstof geleverd worden aan de weefsels.

Vervolgens bleek dat de concentraties stikstofmonoxide (NO) en de omzettingen van die stof veel hoger zijn dan bij laaglandbewoners. NO wordt in de wand van bloedvaten gemaakt en is de belangrijkste regelaar van vaatverwijding. Maar de stofwisseling van NO is anders bij Tibetanen dan bij diezelfde laaglanders.

Of de NO-stofwisseling verandert als Tibetanen op minder grote hoogte gaan wonen, is onbekend. Bij tijdelijke toediening van zuurstof namen de waardes van NO wel af, maar ze normaliseerden niet. Overigens was al bekend dat als laaglanders naar grote hoogte reizen, de bloedstroom ook toeneemt. Maar na 7 tot 10 dagen acclimatiseren neemt dat weer af tot de waarden die ze op zeeniveau hebben.

Beall doet al jaren onderzoek naar de aanpassing van mensen aan het leven op grote hoogte, waar de zuurstofspanning van de lucht veel lager is dan op zeeniveau. Al eerder publiceerde zij over de verschillen tussen hooglanders in Tibet, het Andesgebergte en Ethiopië. Andesbewoners blijken in vergelijking met Tibetanen een hogere concentratie hemoglobine, de zuurstofvervoerende stof in rode bloedcellen, te hebben én een hogere zuurstofverzadiging van diezelfde stof. Over Ethiopische hooglanders is minder bekend, maar ook bij hen is geen grote toename van rode bloedcellen waargenomen. Opvallend is dat op drie verschillende continenten, twee of drie verschillende aanpassingen zijn opgetreden aan eenzelfde omstandigheid.