Te vaag, niet waterdicht en het kind is de dupe

Het tegen betaling bekijken van kinderporno op internet wordt strafbaar, berichtte nrc.next op 26 oktober.

Dat maakt de weg vrij voor onheuse veroordelingen.

Vorige week tekende minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) een Europees verdrag voor de bescherming van kinderen, waarin het „zich bewust toegang verschaffen tot kinderporno” strafbaar is gesteld. Nu is de bescherming van kinderen tegen (seksueel) misbruik alleen maar toe te juichen. Ook de bestrijding van het produceren van kinderporno is een goede zaak. Maar de strafbaarstelling van het kijken naar kinderporno is juridisch ondoordacht, praktisch onuitvoerbaar en bovendien gevaarlijk. Drie essentiële vragen zijn onvoldoende beantwoord.

1Wie is strafbaar? Minder klanten, minder kinderporno. Dat moet de gedachte zijn achter het kinderporno-kijkverbod. Maar het strafbare feit is nu wel érg algemeen geformuleerd. De journalist die kinderpornonetwerken op internet in kaart wil brengen, kan nu geen betaalsites meer bezoeken zonder de wet te overtreden. Hetzelfde geldt voor de politie en recherche. En wat als een schrijver onderzoek wil doen voor zijn nieuwe thriller over het leven van een notoire pedofiel? Het gaat hier niet om de beroepsgroep, het gaat om het principe. Kijken naar kinderporno kan om talloze redenen worden gedaan. Uitzonderingen maken zou de wet tot dode letter degraderen: iedereen kan beweren dat hij met goede bedoelingen een site ‘onderzocht’.

Daarbij komt dat, zoals ook al in het commentaar ‘Muis aan de ketting’ (nrc.next, 29 oktober) werd geconstateerd, het bewijscriterium – betalen met een creditcard – alles behalve waterdicht is. Iedereen die zijn hand weet te leggen op andermans creditcard, kan probleemloos en anoniem kinderporno bekijken. Sterker nog, er circuleren zoveel creditcardnummers met bijbehorende naam op het web dat een echte creditcard niet nodig is. Dus alleen als iemand op heterdaad betrapt wordt, kan aannemelijk worden gemaakt dat er sprake is van ‘bewust’ kijken. En dan nog blijft de vraag: met welk doel?

2Wat is strafbaar? Onduidelijk is bovendien wát precies strafbaar wordt gesteld. Of beter gezegd, welk principe erachter schuilt. Is kinderporno kijken strafbaar, omdat men dan kijkt naar iets dat op zichzelf strafbaar is, namelijk het misbruiken van kinderen? Dat zou betekenen dat kijken naar de ophanging van Saddam Hoessein – zo te vinden op YouTube – óók strafbaar moet worden gesteld. Immers, ophanging is in de EU verboden. En hoe zit het met die politieachtervolgingen op tv? De politie ontvluchten mag niet. Maar mag je er daarom niet naar kijken?

Ook een probleem is dat de definitie van ‘porno’ niet bestaat. Vorige week ontstond er grote ophef, omdat foto’s van prinses Amalia en de kinderen van prins Maurits op de site van pedofielenvereniging Martijn opdoken. Is er in die context sprake van kinderporno? Het Openbaar Ministerie vindt blijkbaar van wel: het gaat de vereniging vervolgen. Maar hoe zit het dan met de vakantiefoto’s op een willekeurige familieweblog, waarop te zien is hoe dochterlief van 8 jaar gezellig naakt op het strand zit te spelen? Sommigen hebben maar weinig fantasie nodig om daar iets seksueels in te zien.

En wat nu als een ‘gewone’ pornosite adverteert met ‘hete meisjes’ die gegarandeerd „boven de 18 zijn”, maar toch 14 of 15 jaar blijken? Het verschil tussen tiener en volwassene is niet altijd duidelijk; wordt de kijker die zich van geen kwaad bewust is, toch vervolgd?

3Wie bescherm je? Op internet is genoeg gratis kinderporno te vinden, dus over enig effect van de wet, die betaling als vereiste voor vervolging stelt, valt te twisten. Dat werpt de vraag op wie er eigenlijk met het verdrag in bescherming wordt genomen. Want, de veronderstelling dat de productie van kinderporno vermindert als het tegen betaling ernaar kijken strafbaar wordt gesteld, is niet alleen dubieus; het ontstaan van een groter illegaal circuit is zelfs waarschijnlijk. De betaalsites verdwijnen en worden vervangen door, zeg, moeilijk traceerbare postorder-bedrijfjes. Daarmee raakt het probleem uit zicht. Als iets niet in het belang van misbruikte kinderen is, is het wel dat hun misbruikers moeilijker op te sporen worden.

En daar zit hem de crux: kindermisbruik is strafbaar en moet bestreden worden. Maar dat er perverselingen zijn die er graag naar kijken, is niet meer dan een vervelend bijverschijnsel. Perversiteit is geen misdaad, eerder een afwijking.

Ik zou de symboliek van het verdrag kunnen waarderen, als het gevaar op onheuse veroordelingen niet zo groot zou zijn.

Rob Wijnberg is redacteur van nrc.next.