Straks wonen er hartje Moskou geen mensen meer

Geld regeert in Moskou. De gemeentelijke overheid zet mensen uit hun huizen omdat die plaats moeten maken voor winstgevende nieuwbouw. Weinigen verzetten zich, want wie wint ooit van de overheid?

De laagbouwflats in de Vijver van Borisovstraat liggen in het groen, dichtbij de Moskva. Verf bladdert van de kozijnen, de portieken zijn verzakt en rotten weg. In de trappenhuizen stinkt het naar oud en vies. „Daar wonen illegalen uit de Kaukasus”, zegt de 50-jarige bewoner Nikita Petrov. „Ze hebben geen gas en licht. Af en toe worden ze hun huis uitgezet, maar de volgende dag keren ze terug alsof er niets aan de hand is. Alleen als ze de politie wat geld geven worden ze een tijdje met rust gelaten.”

Petrov is trots op zijn buurt, die begin jaren zestig in een Moskouse buitenwijk werd neergezet voor de arbeiders van een nabijgelegen fabriek. Hij woont er al sinds zijn derde, maar wordt nu door de gemeente zijn huis uitgejaagd. Om de eenvoudige reden dat op die plaats enorme appartementengebouwen van twintig verdiepingen moeten verrijzen, die met veel winst kunnen worden verkocht. De Moskouse huizenprijzen zijn de hoogste van heel Europa.

Van de zevenentwintig oude flats in de Vijver van Borisovstraat resteren er nog maar twee. „Het is hier een dorp in de stad, met een meertje voor de deur en de rivier om de hoek”, zegt Petrov. „Deze huizen zijn goed gebouwd en als ze worden opgeknapt kunnen ze nog zeker honderd jaar mee.”

Petrov behoort tot de meer dan één miljoen Moskovieten die door de gemeentelijke overheid gedwongen worden hun huizen te verlaten, omdat die plaats moeten maken voor nieuwbouw. Maar hij is ook een van die tweehonderd -à driehonderdduizend burgers die zich tegen die gedwongen verhuizing verzetten. „In 1999 wilden ze ons al buiten de stad huisvesten, maar daar hebben we tegen geprotesteerd. Nu krijgen we, dankzij een uitspraak van de rechter, iets in de buurt, dichtbij het metrostation.”

Als gevolg van het aanhoudende protest van Petrov en zijn vele lotgenoten heeft de gemeente sinds kort een nieuwe wet aangenomen die het onmogelijk maakt om mensen buiten hun eigen regio te huisvesten. Voor Petrov is het geen troost. Als hij op de gammele gas- en waterleidingen aan de gevel wijst , zegt hij: „Uiteindelijk legt iedereen het toch af tegen de gemeente. Gewoon doordat niets meer wordt gerepareerd. Het is hier levensgevaarlijk. Daarom is de helft van de vierhonderd bewoners inmiddels vertrokken.”

Zoals de meeste Russen heeft Petrov zijn huurwoning begin jaren negentig voor een paar euro gekocht. Dat eigendom versterkte zijn onderhandelingspositie. „En toch is onze rechtspositie slecht”, benadrukt hij. „Want je krijgt je nieuwe flat weliswaar ook in eigendom, maar die is vaak van beroerde kwaliteit.”

De huiskamer van Petrov en zijn vrouw meet twee meter vijfenzeventig bij vier meter. Overal staan boekenkasten met glazen deurtjes. Verder is er nog net plaats voor twee lage stoelen, een tafeltje en een slaapbank. Het echtelijk bed staat in een nog kleinere kamer die ook vol boeken staat. „Ik heb nu veertig vierkante meter, maar krijg er straks twintig bij. In oppervlakte ga ik er weliswaar op vooruit. Maar het liefst bleef ik hier wonen.”

Aleksej Navalnyj, advocaat en politicus van de liberale Jabloko-partij, zet zich in voor mensen als Petrov. „Dankzij hun acties staan sommige huizen nog overeind die anders afgebroken zouden zijn”, zegt hij in zijn eenmanskantoortje. „Maar veel andere huiseigenaren blijven passief, omdat ze denken dat het geen enkel nut heeft tegen de overheid te vechten.”

Het is inderdaad bijna altijd een verloren zaak. Want hun tegenstanders zijn investeerders met veel invloed op het Moskouse stadhuis. Een investeerder die een flatgebouw van vijf verdiepingen sloopt om er een appartementencomplex van twintig verdiepingen voor in de plaats te zetten, verdient daar zo’n vijftien miljoen dollar mee, waarvan hij vier miljoen voor zichzelf overhoudt. „Daarbij komt: de vraag neemt toe. Er komen steeds meer Russen in Moskou wonen, want het is de enige stad waar ze hun in Siberië verdiende geld kunnen uitgeven.”

Navalnyj erkent dat het moeilijk is om een rechtszaak tegen de gemeente te winnen. Dat komt volgens hem door de verticale machtsstructuur in Rusland. „In Europa wordt alles door de lokale overheid behandeld. Dat is niet zo in Moskou. Daar is alleen burgemeester Loezjkov de baas.” En Loezjkov is getrouwd met mevrouw Loezjkova, de grootste aannemer van Rusland met een geschat privévermogen van 3 miljard dollar.

Om hun zin te krijgen beschikken de autoriteiten bovendien over een aantal machtsmiddelen om de protesterende bewoners onder druk te zetten. Navalnyj: „Meestal worden eerst water en licht afgesloten. Vervolgens mogen je kinderen niet naar de lokale kleuterschool en krijgen de opstandige bewoners geen behandeling meer in het lokale ziekenhuis. Dat komt door het Moskouse paspoortsysteem dat bewoners toegang verleent tot bepaalde faciliteiten in hun buurt. Als ze geen officieel adres meer hebben verspelen ze hun rechten daarop.”

Navalnyj haalt zijn schouders op. „Alles is illegaal in Moskou of bijna illegaal. Er bestaat hier geen politieke controle. Politici doen alles wat Loezjkov zegt. En die is al zestien jaar burgemeester. Alleen voor de media zijn ze nog bang.”

Die media hebben de afgelopen tijd vooral aandacht geschonken aan uitzettingen in het centrum van de stad. Ook vanwege de cultuurhistorische waarde van de veelal negentiende- en achttiende-eeuwse panden die met sloop worden bedreigd.

Die aandacht maakte het de gemeentebestuurders inderdaad moeilijker om mensen in dat deel van Moskou uit hun huizen te zetten.

Olga Manjova is zo’n binnenstadbewoner die al jarenlang met redelijk succes tegen de gemeente vecht. Zij woont in een gerestaureerd negentiende-eeuws gebouw aan de Gepassioneerde-boulevard achter het Poesjkinplein. De gemeente, aangejaagd door de Bond van Theaterpersoneel die in het belendende pand huist, probeert haar en haar 83 medebewoners al sinds 1997 te verdrijven. Dankzij de plotselinge dood van de investeerder die de nieuwbouw financierde, kregen ze uitstel tot 2003.

Twee jaar later werd het gebouw door de gemeente tot een bouwval verklaard, zodat het eindelijk mocht worden afgebroken. „We hebben toen meteen een contra-expertise aangevraagd die het tegendeel beweerde”, vertelt Manjova op een bankje tegenover haar huis. „Maar het Theaterpersoneel liet toen een nieuw bouwrapport opstellen en daaruit bleek weer dat ons gebouw toch een ruïne was. Alles was zogenaamd stuk, zelfs de trappen en de elektriciteit. Maar we leven er toch, riepen we? We hebben de buitenkant toen zelf laten restaureren.”

Dan wijst Manjova op de andere gebouwen rondom haar huis en het Poesjkinplein. „Dat ziekenhuis aan de overkant dateert uit de tijd van Catharina de Grote en is nu een club. En kijk eens naar die betonkolos van Gazprom. Dat is toch echt afgrijselijk. Er woont nu al bijna geen mens meer in het stadscentrum. Over een paar jaar zal dat alleen nog maar erger zijn.”