Servië ‘kaapt’ crisis in Bosnië

Bosnië verkeert in een crisis door verzet van de Serviërs tegen acties van de internationale bestuurder Lajcak. Servië en Rusland maken dankbaar gebruik van die crisis.

Bosnische Serviërs dragen bij een betoging in Banja Luka, gisteren, een portret van Poetin mee. Foto AFP A Bosnian Serb holds a picture of Russian President Vladimir Putin as several hundreds gather during a peaceful protest 29 October 2007, in western Bosnian town of Banja Luka. Protests were also held in other major cities and towns of Republika Srpska, which along with the Muslim-Croat Federation makes up post-war Bosnia. The rallies were staged against moves by the international community's High Representative to Bosnia, Miroslav Lajcak, to streamline central institutions bogged down by the absenteeism of rival ethnic parties. AFP PHOTO/MILAN RADULOVIC AFP

Tienduizenden Bosnische Serviërs hebben gisteren in 43 steden en dorpen van de Servische Republiek betoogd tegen de internationale Bosnië-bestuurder, de Slowaak Miroslav Lajcak. „Dood, dood, dood Lajcak”, werd hier en daar geroepen. Lajcak werd uitgemaakt voor dictator en op spandoeken werd verzekerd dat „we de Servische Republiek niet opgeven”.

Bosnië verkeert in een crisis – volgens sommige waarnemers de ergste sinds het Dayton-akkoord, dat in 1995 een eind maakte aan de Bosnische oorlog. Aanleiding is een recente maatregel van Lajcak. Om het besluitvormingsproces in Bosnië te versnellen bepaalde hij dat besluiten van de Bosnische regering voortaan geldig zijn als de meerderheid van de aanwezige ministers (in plaats van de meerderheid van alle ministers) ze goedkeurt. Het parlement kan nu besluiten nemen als de helft van alle leden aanwezig is (in plaats van eenderde van de Servische, eenderde van de Kroatische en eenderde van de moslimleden). Die maatregel maakt een eind aan de praktijk (van vooral de Serviërs), onwelgevallige voorstellen of wetsontwerpen te boycotten door weg te blijven van zittingen van parlement of regering.

De Servische Republiek reageerde bij monde van haar premier, Milorad Dodik, woedend. Dodik en zijn Bosnische Serviërs zien in Lajcaks maatregel een aantasting van de autonomie die zij op grond van ‘Dayton’ binnen Bosnië hebben. Aanvankelijk liet Dodik zich op 22 oktober nog door Lajcak sussen, maar na een lunch, op diezelfde dag, met de Servische premier Vojislav Koštunica en de Russische onderminister van Buitenlandse Zaken Vladimir Titov koos hij volop voor de aanval. Hij dreigde alle Bosnische Serviërs terug te trekken uit het Bosnische parlement, de regering, alle vertegenwoordigende én alle bestuursorganen als Lajcak de maatregel niet intrekt. Dat zou betekenen dat Bosnië wordt lamgelegd. Het afgelopen weekeinde constateerden de Bosnische Serviërs dat in het land „een oorlogsatmosfeer” hangt.

Lajcak voelde zich tot ingrijpen gedwongen nadat – opnieuw – een poging om de Bosnische politie te hervormen, was mislukt. Al drie jaar lang probeert de internationale gemeenschap de Bosniërs ertoe te brengen de bestaande politiemachten – die van de twee Bosnische entiteiten, de Servische Republiek en de moslim-Kroatische federatie – te fuseren tot één, centraal geleide, centraal gefinancierde politiemacht. Maar de Bosnische Serviërs voelen daar niets voor en hebben alle deadlines laten verstrijken – óók de deadline die de EU had gesteld voor de ondertekening van cruciaal samenwerkingsakkoord. Dat akkoord, dat de facto de toelating tot de wachtkamer van de EU betekent, loopt nu een jaar vertraging op en Bosnië is – in de woorden van Lajcak – „het zwarte gat” van Europa.

Inmiddels heeft Servië, gesteund door Rusland, zich van de crisis in Bosnië meester gemaakt. Eind vorige week legde premier Koštunica een verband tussen de crisis in Bosnië en de kwestie-Kosovo. Hij zei dat „Lajcak openlijk de elementaire belangen van het Servische volk bedreigt en de Servische Republiek wil afschaffen, net zoals [oud-VN-bemiddelaar in Kosovo] Martti Ahtisaari VN-resolutie 1244 wil afschaffen”. Die VN-resolutie plaatste in 1999 Kosovo onder VN-bestuur maar bepaalde ook dat Kosovo deel is van Servië. „Kosovo en de Servische Republiek zijn nu de topprioriteit van het beleid van de Servische staat”, aldus Koštunica.

De ‘kaping’ van de crisis bracht Haris Silajdzic, co-president van Bosnië en een van de leiders van de Bosnische moslims, tot de analyse dat „Koštunica er op uit is de crises rond Kosovo en Bosnië op de spits te drijven op het moment waarop de kwestie-Kosovo wordt beslist, met het doel Servië’s standpunt te maximaliseren in het overleg rond Kosovo.”

Rusland, heeft tot nu toe in Bosnië nauw samengewerkt met westerse partners. Vandaag en morgen, als de Peace Implementation Council bijeenkomt, het lichaam waarin de internationale gemeenschap het vredesproces in Bosnië gestalte geeft, zou wel eens kunnen blijken dat aan die samenwerking een eind komt.

In de kwestie-Kosovo werkt Rusland al nauw samen met Servië. Het zegt dat alleen een compromis tussen Belgrado en Priština een oplossing kan brengen. In feite reduceert dat standpunt het huidige Kosovo-overleg tot een farce. Rusland heeft geen belang bij een oplossing van de kwestie: die verdeelt immers de EU en ondermijnt haar vermogen om de Balkan te integreren, zonder dat Rusland daar enige last van heeft. De kwestie hindert bovendien de Europese integratie van Servië. En ze bindt Servië aan Rusland. Dat laatste is niet alleen politiek interessant – Rusland heeft een pion op de Balkan – maar ook economisch, want er worden nog leuke dingen geprivatiseerd in Servië.

Geen wonder dat de Serviërs Poetin zien als hun beschermer. In Mitrovica, waar veel Kosovo-Serviërs wonen, hangt overal zijn portret. Geen wonder ook dat de Bosnische Serviërs die gisteren de straat opgingen, veel portretten van Poetin meedroegen.