Ontslagrecht blijft bijtbot

Het ontslagrecht staat al jaren op de nominatie voor sanering. Het wil maar niet lukken. Ook minister Donner biedt nog niet een afdoend antwoord.

Behalve een politieke twistappel is het ontslagrecht „het bijtbot van het arbeidsrecht”. Zo noemde hoogleraar Paul F. van der Heijden het onlangs in het Nederlands Juristenblad. Al jaren hekelt deze specialist (lid van de SER) „het opmerkelijk gesol en gehannes met het ontslagrecht” een ,,lawyers paradise”. Al sinds 1975 circuleren voorstellen om het ontslagrecht te saneren, maar geen van hun heeft het Staatsblad gehaald.

Zou dit minister Donner (CDA, Sociale Zaken) wel lukken? Van der Heijden hoopt dat de bewindsman nu maar eens gewoon doorzet. De knoop die hij moet doorhakken is duidelijk: de „dichotomie” tussen ontslag via het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) met voorafgaande toestemming maar zonder vergoeding en via de kantonrechter met vergoeding achteraf. „Weinigen kunnen uitleggen wat daar de rechtvaardigheid van is.”

Maar het afschaffen van de dubbele rechtsgang is slechts de helft van het probleem. Werkgevers dienen ook een fatsoenlijke reden te hebben voor ontslag, die toetsbaar is voor de rechter. De ervaring leert echter dat het debat daarover zich altijd toespitst op de vergoeding. Zet die dus – gemaximeerd op 75.000 en 100.000 euro – in de wet en de winst is drievoudig: vereenvoudiging, dejuridisering, deregulering.

Er is echter één valkuil: zolang politici en beleidsmakers blijven vasthouden aan de gedachte dat het ontslagrecht een beleidsinstrument is waarmee werkgelegenheid en werkloosheid kan worden beïnvloed, wordt het niets met het ontslagrecht, waarschuwde Van der Heijden al tien jaar geleden. En dat is juist wat Donner doet. Hij noemt vereenvoudiging van het ontslagrecht een voorwaarde voor vergroting van de arbeidsparticipatie en scholing. „Zou dat zonder wijziging van het ontslagrecht kunnen, dan zou dat ook mijn voorkeur hebben”, schreef de bewindsman in de Volkskrant. „Maar het kan niet anders”.

Het is de vraag of werkgevers werkelijk worden weerhouden om mensen aan te nemen, doordat het zo moeilijk is hen te ontslaan als het tegenvalt. Zeker bij moeilijk bemiddelbare groepen omvat de risicoafweging wel wat meer. Daarvoor is nu net de Flexwet uitgevonden (eerst tijdelijke aanstelling, als het bevalt vaste dienst). Donner dreigt dat op den duur de traditionele arbeidsovereenkomst wel eens kan worden verdrongen door flexwerk. Dan is het beter beide werksoorten onder een beperkte ontslagbescherming te brengen dan de één alles en de ander niets te laten, is zijn redenering.

Dat is echter nog geen reden om van het ene uiterste (elk ontslag vooraf toetsen) te vervallen tot het andere uiterste (bijna geen toegang meer tot de rechter), schrijven de Leidse hoogleraren Heerma van Voss en Van Slooten in de laatste kroniek van het Nederlands Juristenblad. Moet de afschaffing van de CWI-procedure ertoe leiden dat de rechter nauwelijks meer een oordeel mag vormen over de verwijtbaarheid van ontslag? Gaat het niet te ver om bijna elk ontslag, ongeacht de redelijkheid daarvan, op te lossen met een standaardvergoeding?

In dezelfde kroniek betitelen de auteurs de verplichtingen van een werkgever als „een weefsel van nuances”. Dat hangt samen met de kern van het arbeidsrecht: het compenseren van de machtsongelijkheid tussen beide partijen bij de arbeidsovereenkomst. Dat geldt ook voor het beëindigen ervan.

Het plan-Donner maakt het wel heel makkelijk om werknemers te dumpen. Het debat mag dan wel gaan om de ontslagvergoeding, de hoogte daarvan heeft een corrigerende functie. Deze dreigt in de forfaitaire aanpak van Donner verloren te gaan. Als een werkneemster meldt dat zij zwanger is, wordt het verleidelijker haar te ontslaan in plaats van zwangerschapsverlof te betalen (straks wellicht nog eens) met ook nog eens de kans op deeltijdwerk. De beter verdienende werknemer met veel dienstjaren kan worden geloosd met één jaarsalaris, terwijl hij nog meerdere jaren moet overbruggen en de kans op een nieuwe baan gering is.

Donner heeft tot dusverre geen afdoende antwoord op de kritiek dat dit een goedkope manier gaat worden om het huidige cohort oudere werknemers buiten te zetten. Toch is het al jaren kabinetsbeleid dat ouderen zo lang mogelijk doorwerken. Mensen die zich vaak jarenlang voor hun baas hebben ingezet en loyaal zijn geweest.

Dit type van arbeidsverhouding heeft wellicht zijn langste tijd gehad. Dat kan om een nieuw soort ontslagrecht vragen waarin bijvoorbeeld de factor scholing tijdens de dienstbetrekking meer accent krijgt. Maar dan dient eerst op nette wijze afscheid te worden genomen van het oude.

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad.kuitenbrouwer@nrc.nl